TVM ruziet met Rabo-stal over NK

VEENENDAAL - Bijna alle lokale notabelen en middenstanders hadden zich op het VIP-deck verzameld om de laatste meters van Veenendaal-Veenendaal te kunnen inhaleren. De overdreven als profwielerklassieker geafficheerde wedstrijd kreeg de winnaar die dit soort koersen doorgaans verdient: deze keer Frank Hoj uit de bescheiden Palmansformatie van de Belgische ploegleider Walter Planckaert.

De Deen profiteerde van de bekende som der factoren: hij waande zich niet sterk genoeg voor een groepsspurt en was daarom anderhalve kilometer voor de finish uit een kopgroep van zes ontsnapt. Van de 'toppers' was Leon van Bon noch Peter van Petegem bereid hem terug te halen. De Rabo-renner en de TVM'er wisten dat de eigen zegekans daarmee ook verloren ging, maar dat was altijd nog beter dan de concurrent te zien winnen. Tussen de beide Nederlandse profploegen is het momenteel allerminst pais en vree.

Gisterochtend bij de start gooide ploegleider Cees Priem van TVM een knuppeltje in het hoenderhok. Het betrof oud zeer: het Nederlands kampioenschap voor elite met en zonder contract. Vorig jaar voelde hij zich bij nader inzien in de tang geklemd door de enorme kwantitatieve suprematie van de Rabo-stal. Die is immers gerechtigd zowel de prof- als de amateurploeg in te schrijven. Niet dat Michael Boogerd daardoor de kampioenstrui om zijn schouders mocht trekken, maar aan het vermeende onrecht wil de Zeeuw wel een einde maken. Hij dreigt op 5 juli zijn manschappen terug te trekken van het NK, dat daardoor tot een veredeld (Rabo-)clubkampioenschap gedevalueerd zal worden.

Aanstaande maandag ventileert hij dat ongenoegen tegenover de KNWU. Overigens heeft Priem, wanneer hij en de wielrenunie er niet uitkomen, een aardig alternatief achter de hand. Doordat de internationale bond UCI sinds dit seizoen formeel het woonlandbeginsel hanteert en verreweg de meeste Nederlandse profs net over de zuidgrens een huis bezitten, kan het gros van de TVM-coureurs ook terecht op het Belgisch kampioenschap.

Los daarvan hoefden Van Bon en Van Petegem niet persé thuis te kunnen vertellen dat ze de werkdag hadden opgevrolijkt met het winnen van Veenendaal-Veenendaal. De overigens aardige koers op een licht glooïend parcours is voor de meer gereputeerde renners een passende voorbereiding op meer verheven evenementen. Daar is niets mis mee. De mallemolen van het wielrennen kan niet alleen rond de Tour de France en de klassiekers draaien. Het peloton heeft ook dringend behoefte aan renners van het kaliber Hoj en ploegen van het niveau Palmans. Leven en laten leven, luidt het credo. Wat dat aangaat is het jammer dat een identiek 'opleidingsinstituut' als Foreldorado-Golff in Nederland niet levensvatbaar is gebleken. De vrijbuiters vormden een verfrissend gezicht in kleinere wedstrijden. Bovendien bevorderde het de schaarse werkgelegenheid.

De naam Frank Hoj is daarom geen 'schandvlek' op de erelijst. De 25-jarige Deen leerde het fietsen in Vlaanderen, van oud-renner Michel Pollentier. Als junior was hij zeer talentvol, maar de agressieve manier van koersen brak hem bij het klimmen der jaren steeds meer op. In collega Brian Holm vond hij een leermeester die hem aan het verstand bracht geduldig zijn kans af te wachten. Vorig seizoen betaalde zich dat uit in vijf overwinningen, waaronder het Skandinavisch kampioenschap. Hij verhuisde van Collstrop naar het thans op iets grotere voet levende Palmans, maar was het liefst Holm naar de nieuwe Deense profploeg Jack and Jones gevolgd. Hij overschatte echter zijn talent en stelde dienovereenkomstige financiële eisen.

Gisteren voelde Hoj zich desondanks een gelukkig mens. Hij zat met Van Bon, de Belgen Van Petegem en Aerts, de Duitser Henn en de Italiaan Tossato in de goede ontsnapping. Door de geringe werklust in het peloton kon dat groepje een halve wedstrijd lang een kleine voorsprong conserveren. Even tevreden als Hoj in Veenendaal stapte Erik Dekker twee uur eerder na 120 kilometer af. Voor de Nederlander was het 'tussendoortje' in de drukke klassieke maand april vooral therapie. Dekker tobt met een bizarre blessure. In de winter had hij zijn zit op de fiets laten opmeten. De computer 'vertelde' hem dat het zadel één centimeter te laag stond afgesteld. Door de veranderde houding raakte een pees boven de knieholte geïrriteerd. “Ik vind dat ik te laag zat. Iedere coureur meet op zo'n moment de stand van het zadel. De fout die ik maakte, was dat ik te snel ging trainen. Normaal duurt het een paar weken voordat de spieren er aan gewend zijn. In de winter merkte ik niets, omdat je het dan rustig aandoet. Op trainingskamp in Spanje verergerde het. Ik ging met Boogerd mee de bergen in, dan weet je het wel.” Dekker moest voortijdig terug naar huis en wist dat hij de klassiekers vanaf de televisie 'mocht' volgen. “Dat heeft ook zijn charme”, zegt hij niet zonder ironie.

Eerzuchtig als hij was probeerde Dekker toch wedstrijden te rijden. Hij meldde zich aan de start van de Ronde van Valencia, Parijs-Nice en een aantal Belgische eendagskoersen van het kaliber Veenendaal-Veenendaal, maar haalde in geen van de gevallen het einde. “Ik kon het peloton op het vlakke bijhouden, maar zodra er een viaduct in zicht was, zat ik te bibberen op de fiets.” Gisteren kreeg hij na drie uur koersen kramp. “In vergelijking met Dwars door België scheelde het twintig hartslagen per minuut. Buiten dat, kramp is een teken dat je heel diep kunt gaan.” Of TVM op het Nederlands kampioenschap al veel last van Dekker zal krijgen, wil hij niet beloven, maar één ding weet hij zeker: in de Tour de France vlamt hij weer als vanouds.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden