Tv-camera moet kunnen controleren of rechter werk goed doet

Over de toelating van de camera in de rechtszaal voeren justitie en televisie al jaren strijd. Uiteindelijk beslist de rechter. Dat hij daarmee in strijd handelt met de in de grondwet vastgelegde openbaarheid van rechtspraak staat voor jurist-journalist Rolph Pagano zo vast dat hij er volgende week op promoveert.

BERT VAN PANHUIS

"Het openbaar ministerie dat namens de samenleving vervolgt, een man of vrouw die vrijwillig een openbare functie kiest, die krijgt een beslissende stem of de camera wel of niet aanwezig mag zijn bij de zaak waar hij of zij aanklager is. Ik vind dat het uiting geeft aan de gedachte: 'wij respecteren grondrechten als we er zin in hebben'."

De gramschap van Pagano reikt verder dan het openbaar ministerie. "Het ministerie van justitie werkt mee aan een televisieprogramma over rechtspraak, dat ik aan het maken ben. Ik begrijp dat ze een rechter geen opdracht kunnen geven om mij met de camera toe te laten. Maar toen ik vroeg of het ministerie dan wel tegen het openbaar ministerie kon zeggen dat het moest meewerken was het antwoord: 'nee, wij kunnen als ministerie van justitie niet tegen de officier van justitie zeggen dat hij de camera moet toelaten in de rechtszaal, althans dat hij dat goed moet vinden'. Ik was daar erg verbaasd over, maar zo liggen de verhoudingen."

Volgende week donderdag promoveert mr. Rolph Pagano aan de Erasmusuniversiteit tot doctor in de rechtsgeleerdheid op 'Recht op tv', een onderzoek naar de toelating van televisie-camera's tot de openbare rechtszitting. Een onderwerpkeus die voortspruit uit de praktijkervaring van de (tv-)journalist Pagano? Nee, het onderwerp kreeg hij aangereikt toen de Rotterdamse criminoloog Peter Hoefnagels op een congres stelling nam tegen de toelating van tv-camera's in de rechtszaal.

"Het is een onderwerp waarbij en recht en journalistiek aan de orde komen. De ene helft van de mensen met wie ik het idee besprak zag er niets in, de andere helft reageerde met: 'Ja, het wordt tijd dat het eens helemaal tot de bodem wordt uitgezocht'. En daar ligt het" , zegt hij. 'Recht op tv' is geen produkt van maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel, al hoopt Pagano wel dat het probleem wordt opgepikt. "Maar als ik heel eerlijk ben dan heb ik het alleen voor mezelf geschreven. Omdat ik het zo'n leuke bezigheid vind."

Is het proefschrift geschreven door de jurist of door de journalist Pagano? "Het is een zeer juridisch boek, maar ik ben wel gevormd door de journalistiek en het is ook geschreven vanuit het primaat van de persvrijheid. Ook vanuit de juridische analyse kom je uit op dezelfde principiele vragen. Die van: 'Als een zitting openbaar is, mag je dan als rechter naar eigen goeddunken kiezen welk medium je wel of niet toelaat'. Die vraag moet je beantwoorden, of je dat nu doet vanuit de journalistiek of de rechterlijke macht. Maar er zijn niet veel antwoorden mogelijk; de bandbreedte is gering."

In het kernhoofdstuk van zijn proefschrift maakt Pagano duidelijk hoe hij denkt over de vraag of tv-camera's moeten worden toegelaten tot de rechtszalen. Citaat: "Het is (in het licht van het bovenstaande) plausibel om voor de audio-visuele media in hoofdregel een recht op toelating tot de openbare rechtszaal aan te nemen. De nee-tenzij praktijk zou op grond van dit recht dienen te worden gewijzigd in ja-tenzij. De burgers, wier informatierecht immers in het geding is, hebben er zo beschouwd recht op dat tv in de rechtszaal wordt toegelaten." Ofwel: de grondwettelijk geregelde openbaarheid van rechtspraak verdraagt niet dat de overheid bepaalt wie wel en wie niet in de rechtszaal wordt toegelaten.

Pagano grijpt naar het boek 'Dubieuze zaken', waarin de wetenschappers Crombag, Koppen en Wagenaar de strafrechtspleging in Nederland scherp kritiseren. "Een prachtig boek." Een overeenkomstige constatering in zowel 'Dubieuze zaken' als 'Recht op tv' is volgens hem dat waar het correct zou zijn dat de rechter de wet volgt, de praktijk is dat hij een persoonlijke mening heeft en die ook wil volgen, desnoods door de wet te 'verbuigen'. "De boodschap van mijn boek is: de rechters in dit land willen gewoon geen tv-camera's in de zaal. Dat is soms om heel irrationele redenen en soms om aanvechtbare rationele redenen. Maar hoe dan ook, in bijna alle gevallen is dat gevoel in strijd met wat de grondwet en de Europese Conventie (tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden) zegt. Maar dat realiseren ze zich niet; ze zijn er nog nooit met de neus op gedrukt."

De belangrijkste reden daarvoor is, stelt Pagano vast, dat er in het Nederlandse rechtssysteem geen controle is op de onafhankelijke rechter. Niemand kan iets inbrengen tegen wat hij doet. "Als je dat zegt gaan de mensen steigeren. Ik doe het toch goed, werpen ze tegen, ik hoef niet te worden gecontroleerd. De begrippen onafhankelijk en ongecontroleerd worden dan door elkaar gehaald."

Pagano acht het een goede zaak dat, zoals de grondwet het ook heeft bedoeld, de rechterlijke macht wordt gecontroleerd door de publieke opinie. De openbaarheid van de rechtspraak betekent dat de publieke opinie moet kunnen zien wat er gebeurt en desnoods signalen moet kunnen geven dat zij het ergens niet mee eens is. "Dat mechanisme werkt, want de rechterlijke macht bestaat uit integere mensen. Die pikken die signalen wel op, die voegen zich daar wel naar. Maar nu zijn ze volstrekt geisoleerd en dat is niet goed, denk ik."

"Er bestaat in Nederland de tendens, met name in het strafrecht, om iets discreet af te doen. Het liefst in een achterkamer, want het is toch al zo naar voor de verdachte. Dat is nobel, er zijn ook geen oneerbare motieven, maar het gaat principieel voorbij aan wat de grondwet en de Europese Conventie zeggen. Dus zeg ik: je hebt het grote goed gekregen van de onafhankelijkheid, rechter. Niemand zal je zeggen wat je moet doen, maar daar staat een ding tegenover: we moeten het wel kunnen zien. Dan moet je niet zeggen: ik ben onafhankelijk en niemand mag zien wat ik doe."

Binnen de rechterlijke macht ziet de promovendus hier en daar wel de neiging tot verandering. Als voorbeeld noemt hij de president van de Amsterdamse rechtbank mr. B. Asscher, die als eerste het initiatief heeft genomen tot een richtlijn voor de toelating van audio-visuele media. Aanvankelijk had Pagano kritiek op het uitgangspunt van Asscher, wat hem het verwijt opleverde: in plaats dat je me nu steunt in mijn streven om de grenzen te verleggen, hak je mijn kop er af. "En ofschoon ook hij nog niet de juiste verhoudingen ziet, moet ik zeggen dat hij een van de moedigsten is als het gaat om de terugkeer naar de waarde van de grondwet."

Argumenten als de indringendheid van het medium televisie en de wens de persoonlijke levenssfeer van de procesdeelnemers te beschermen worden naar Pagano's opvatting oneigenlijk gebruikt bij het weren van radio en tv. De rechter geeft dan niet aan dat hij een voorkeur heeft voor een openbare of een besloten zitting, maar dat hij een voorkeur heeft voor bepaalde vormen van publiciteit. "Het is helemaal niet aan de overheid om als iets openbaar is te zeggen: het mag alleen in dat en dat medium verschijnen. Dat kan niet. Dat is censuur. Dat komt in dictaturen voor!"

Bij de behandeling van de ABPzaak voor de Maastrichtse rechtbank werden de camera's toegelaten, maar voorzittend rechter mr. J. Wortmann hield wel de, overigens door de NOS ontkende, controle. Ook dat zogeheten 'permissive system' wijst Pagano af. "De rechter bepaalt op dat moment wat je wel en niet mag opnemen, wanneer je moet stoppen. Nogmaals: het is niet aan de rechter om dat te bepalen. Het is overtreding van het censuurverbod en het schendt de persvrijheid en de openbaarheid."

Het optreden van cameraploegen in de rechtszaal met zijn invasie van kabels en zo biedt in de huidige situatie de rechter de mogelijkheid radio en tv te weren of te verwijderen met een beroep op het ordeverstorend karakter. Maar, zegt Pagano, je weet nooit zeker of je er wordt uitgezet omdat het onrustig is of omdat de rechter je kwijt wil. Daarom heeft hij in zijn boek een 'ontwerp orderegeling audio-visuele registratie' opgenomen, waarin onder meer de statief-opstelling van de camera en de plaats van de televisie-journalisten wordt vastgelegd. Want dat de aanwezigheid van camera's op zichzelf ordeverstorend is wijst hij met een beroep op de hier en daar voorkomende gesloten circuit-praktijk naar het rijk der fabelen.

De les voor de journalistiek? Pagano: "De journalistiek moet alert zijn, ook op andere gebieden dan het bestuur. Als het gaat om algemene waarden van persvrijheid moeten we daar allemaal voor op de bres staat. Die persvrijheid is boven-economisch. In een welvaartsdemocratie kun je in slaap sukkelen. Zie het boek van Crombag c.s."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden