Tussenstation richting vrijheid

Veel migranten proberen vanuit Afrika Europa te bereiken door over de hekken van de Spaanse enclaves Melilla en Ceuta te klimmen. Ze hopen op een oversteek naar het vasteland, maar Spanje ziet niet langer lijdzaam toe. tekst

De hoofdstraat van het Andalusische San Isidro de Níjar is rond het middaguur uitgestorven. De paar winkeltjes en het stadhuis naast de rotonde zijn potdicht, er valt geen spoor van leven te ontwaren. Het dorp, een half uur rijden van de Zuid-Spaanse kuststad Almería, zou de plaats van handeling van een western kunnen zijn. Alleen het eindeloze witte plastic van de kastuinbouw in de heuvels verstoort dit beeld.

Dan duikt de Malinees Lassana Sambake (24) op bij de rotonde, waar ik met hem heb afgesproken. Koptelefoon op, felgroen shirt aan - met de opdruk van een bedrijf uit West-Friesland - en witte sportschoenen die onder de modder zitten. Zijn eerste reactie als hij mij ziet: een bulderende schaterlach van herkenning. Ik ontmoette Sambake voor het eerst eind januari in de Spaanse enclave Melilla aan de Marokkaanse kust. Hij verbleef daar toen met zijn broer in een vluchtelingenopvangcentrum. In december was het de Malinezen gelukt om bij een massale bestorming van de grenshekken Melilla binnen te komen. Daarmee was het doel om Europa binnen te komen eindelijk bereikt.

Laatste hindernis

Eigenlijk was de aankomst in Melilla voor Sambake alleen nog maar het begin. Want na een verblijf van een paar maanden in het opvangcentrum probeert hij nu zijn weg te vinden op het vasteland van Europa. Zijn reis begon zo'n anderhalf jaar terug. Vanuit zijn woonplaats Gao in Noordoost-Mali reisde hij met hulp van mensensmokkelaars om de Sahara heen naar Algerije. Van daaruit wist hij de grens naar Marokko over te steken, waar de hekken van Melilla de laatste hindernis vormden.

Maandenlang woonde hij in een van de kampementen op de Gurugú-berg, de verzamelplaats voor degenen die de hekken over wilden klimmen. Sambake ondernam verschillende klimpogingen voordat het hem uiteindelijk lukte. In mei kon hij het opvangcentrum in Melilla verlaten en werd hij met de veerboot naar Almería op het Iberisch Schiereiland overgebracht, van waaruit hij eigenlijk naar Mali had moeten terugkeren. Maar net als veel lotgenoten verdween hij in de illegaliteit.

Sambake kwam in San Isidro terecht. Daar staat hij nu vrijwel dagelijks in de kassen en werkt hij mee aan de teelt en pluk van onder meer tomaten en watermeloenen. Voor zestig euro per week huurt hij een kamer in een Spaanse gezinswoning waar hij met drie andere Afrikanen en een Marokkaan woont. Als hij niet werkt zit hij het liefst op zijn kamer en kijkt naar dvd's van series uit Ivoorkust of luistert hij naar muziek uit Mali en Guinee-Bissau.

In de hal van het huis, waar een Mariabeeldje staat, verwacht je elk moment een druk pratende Spaanse familie tegen het lijf te lopen. Maar San Isidro is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een migrantendorp. Als de ergste hitte voorbij is, wordt de opmerkelijke bevolkingssamenstelling duidelijk zichtbaar: een paar Afrikaans uitziende mannen fietsen loom door de straatjes. Sommigen halen even een jerrycan water op en fietsen weer weg. Op een straathoek staan anderen te wachten. "Die worden straks opgehaald door hun baas om in de kassen te werken", legt Sambake uit.

Al jarenlang duiken er verhalen op over de slechte arbeidsomstandigheden in het gebied waar veel illegalen werken. Maar Sambake klaagt niet. Meestal werkt hij vijf tot zes dagen per week, voor zo'n 5 euro per uur. Met zijn baas, een Roemeen, kan hij naar eigen zeggen goed opschieten. "Ik heb het goed hier", concludeert hij. Toch is San Isidro voor hem een tussenstation. Uiteindelijk wil hij dieper Europa in.

Aan het begin van de avond maakt Sambake zich op om weer aan het werk te gaan. In de keuken drinkt hij nog even wat. De ramadan moet dit jaar maar wachten, want anders houdt hij het niet vol. Het thuisfront in Gao weet ondertussen niet precies wat hij in Europa doet. Hij spreekt ze weinig. Op Facebook zien zij hem in ieder geval niet zwoegen tussen de watermeloenen en tomaten, maar eerder in stoere poses voor mooie gebouwen en dure auto's. Een Malinese huisgenoot die in de keuken zit te eten zou ook maar een korte tijd in San Isidro blijven. Hij woont er inmiddels al elf jaar, want hier heeft hij werk en het leven is er goedkoop.

Sambake heeft andere plannen, vertelt hij als hij naar de verzamelplek van de dagloners loopt. Hij wil naar Frankrijk om daar naar school te gaan. "Volgende keer zien we elkaar in Parijs. Als Allah het wil", zegt Sambake enthousiast, voordat hij in een aftandse auto naar de kassen vertrekt.

'Ze zullen altijd naar nieuwe routes zoeken'

De Gurugú-berg in Marokko, vanwege het mooie uitzicht ook een toeristische trekpleister, maakt een verlaten indruk. Van subsaharianen geen spoor. In februari, kort nadat ik met Sambake kennismaakte, werden de op de berg opgerichte kampementen, waar migranten wachtten op een kans om Melilla binnen te komen, door de Marokkaanse autoriteiten ontruimd.

Volgens activist José Palazón, die vorig jaar een spraakmakende foto maakte van vluchtelingen op het hek bij Melilla terwijl Spanjaarden op de voorgrond aan het golfen zijn, is de situatie sindsdien compleet anders. "Rond Gurugú zijn vrijwel alle migranten weg uit angst voor het Marokkaanse leger. De kampementen liggen nu veel verder weg. Sommige bewoners zijn naar Tanger vertrokken", weet Palazón, die vanuit Melilla via de ngo Prodein informatie over de migranten verspreidt.

De nieuwe kampementen blijken diep in de bossen voorbij de Marokkaanse havenstad Nador te liggen. Er staan drie tentjes, provisorisch opgetrokken van doeken en kleden. De bewoners zijn bezig het kamp verder het bos in te verplaatsen, omdat zij het naar eigen zeggen steeds aan de stok hebben met de Marokkaanse politie. Verscheidene mensen in het kamp zeggen ziek te zijn door het smerige water dat zij noodgedwongen moeten drinken. Alle hoop om Melilla binnen te komen lijkt vervlogen. Ze zijn vooral bezig met het uitdenken van alternatieve plannen, maar de meesten willen terug naar het land van herkomst.

In 2014 waren er volgens de Spaanse autoriteiten zeventig massale en duizenden individuele pogingen om over de hekken naar Melilla te klimmen. Het lukte uiteindelijk 2200 mensen om de Spaanse enclave binnen te komen. Dit jaar is het een stuk rustiger, ziet ook María Jesús Vega, woordvoerder van de Spaanse afdeling van de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN. Volgens haar komt dat onder meer door de maatregelen die Marokko nam nadat het vorig jaar de handen vol had aan de vele migranten.

Onder meer met Europees geld werd aan de Marokkaanse kant van de 11,5 km lange grens met Melilla een vierde hek met prikkeldraad afgebouwd. Ook werd er een diepe kuil gegraven om de migranten extra te ontmoedigen. "Melilla en Ceuta vormen de enige zuidelijke landgrens van Afrika met de EU. Er is Europa dus veel aan gelegen om die te bewaken", zegt Vega. Daarbij wordt samengewerkt met Marokko dat intussen ook een hekwerk bij de Algerijnse grens uitbreidt.

De samenstelling van de groep migranten die naar Melilla komt, verschuift volgens Jesús Vega. De subsaharianen hebben grotendeels plaatsgemaakt voor Syriërs. "Veel van hen komen liever via Melilla Europa binnen dan via de gevaarlijke zeeroutes naar Griekenland of Italië." Maar volgens haar komen veel subsaharianen wel degelijk ook uit conflictgebieden. "Deze groep zal altijd nieuwe routes blijven zoeken, ook al zijn die langer, gevaarlijker en duurder. De enigen die daar uiteindelijk van profiteren zijn mensenhandelaren."

Voor de meeste migranten die in Marokko zijn gestrand, is het volgens Jesús Vega geen optie om in dat land te blijven. Ook al kregen 18.000 van hen vorig jaar nog een tijdelijk visum om te kunnen werken, de meeste subsaharianen willen weg. "De levensomstandigheden zijn slecht, maar ook Spanje is minder gewild, omdat ook hier wel doorsijpelt dat de economie daar in het slop zit", zegt zij. Spanje doet er ook zelf veel aan om de migranten al in de vertreklanden tegen te houden, onder meer door het trainen van de lokale politie en door economische hulp te bieden.

Maar Spanje doet meer. Onlangs werd een wet van kracht waardoor migranten die de hekken van de enclaves al over zijn, en zich dus in Spanje bevinden, teruggestuurd kunnen worden naar Marokko. "Iedereen die op Spaans grondgebied is, zou moeten kunnen rekenen op bescherming en een asielaanvraag kunnen indienen of via een officiële procedure moeten worden uitgezet", zegt Jesús Vega. Het zonder pardon terugsturen van migranten gebeurde volgens de zegsvrouw al regelmatig, maar nu is daar een juridische basis voor gecreëerd.

De UNHCR pleit nu voor een protocol voor de Guardia Civil en de politie, zodat duidelijk wordt of zij zich bij het bewaken van de grens wel aan het internationaal recht houden. De omstreden wet is alom hevig bekritiseerd. In eigen land heeft de voltallige oppositie in het Spaanse parlement gevraagd de wet te laten toetsen door het Constitutionele Hof.

Melilla in, Melilla uit

De mensen die illegaal proberen Melilla binnen te komen, zijn veelal afkomstig uit de Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara. Als zij zich als vluchteling melden bij de officiële grensovergang aan Marokkaanse zijde, worden ze daar volgens de UNHCR vaak al weggestuurd, omdat zij als economische migranten te boek staan. Daarom beklimmen zij de hekken, verstoppen zich in voertuigen of proberen met zogenoemde kamikazeauto's Spaans grondgebied te bereiken. Soms wordt ook gepoogd om zwemmend of op vlotjes de oversteek te maken.

Eenmaal in Melilla verblijven de migranten in het tijdelijke opvangcentrum CETI in afwachting van de asiel- of uitzettingsprocedure. De subsaharianen vragen doorgaans geen asiel aan, omdat ze dan soms meer dan twee jaar in de enclaves op de procedure moeten wachten. Zij vragen vaak om uitzetting omdat zij dan worden doorverwezen naar vreemdelingendetentiecentra op het vasteland. Als uitzetting niet binnen 60 dagen lukt, komen zij op straat terecht en verdwijnen in de illegaliteit. Velen reizen door naar Frankrijk waar dikwijls familieleden wonen. Syrische vluchtelingen melden zich doorgaans wel als asielzoeker bij de officiële grensovergang, omdat zij volgens de UNHCR een goede kans op politiek asiel maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden