'Tussen Zundert en Brasschaat, een soldaat die huiswaarts gaat' dans

Nog te zien op 11/6 (20.15 èn 22.30 uur), 12/6 (14.30 en 20.15 uur), Rotterdamse Schouwburg

ISABELLE LANZ

'Tussen Zundert en Brasschaat, een soldaat die huiswaarts gaat', klinkt het in de speelse vertaling van Jan Eijkelboom. Eén twee, één twee: je hoort en ziet de soldaat uit Ramuz' libretto op de tonen van Igor Stravinsky's marsmuziek huiswaarts keren. De oorlog is achter de rug, lief en huiselijke haard liggen vóór hem.

Maar zo gemakkelijk gaat het niet. Belaagd wordt de soldaat door verleidingen, hem aangereikt door de duivel. En natuurlijk gaat de soldaat door de knieën. Zijn dierbaarste bezit, zijn viool ofwel zijn ziel in deze parabel, verkoopt hij voor hij er erg in heeft: fouten zijn makkelijker gemaakt dan weerongedaan gemaakt in het leven, zo is de strekking.

Dit universele, op vele manieren te interpreteren verhaal uit 1918 heeft nog niets aan waarde verloren. Als leerstuk voor kraslot- en anderszins verslaafden zou het ook goed zijn, maar dan had het beter op het plein vóór de Rotterdamse Schouwburg gespeeld kunnen worden. Maar deze co-produktie van RO en Scapino vond binnen plaats: wel was de schouwburgzaal omgebouwd tot rechthoekige arena. Een hoge, strak ontworpen stoel was het enige requisiet op de roze vloer. Als Lou Landré deze beklommen heeft, torent hij hoog boven de andere spelers uit. Als verteller staat hij buiten de handeling, maar ook als geweten van de soldaat klopt zijn verheven positie. De rol van de Soldaat is fysiek aangedikt.

Acteur Leopold Witte wordt begeleid door twee Scapino-dansers. In een door Paula Vink gemaakte choreografie marcheren ze gedrieën als Jan Soldaat. Op de achtergrond zit een danseres te wachten, eerst als het lief van de soldaat, dan als de prinses.

In het eerst deel, waarin de Duivel (Cees Koolen) zich aandient als een wat manke heer in een te opvallend cyclaamkleurig colbertje, is de regie wat stroef en de dans soms geforceerd. In het tweede deel zit meer eenheid en vaart. In de scène voor het paleis van de zieke prinses, zwaaien de dansers met vendels, op de haast carnavaleske muziek voeren ze een kluchtige dans uit. Dramatisch sterk wordt het pas als met simpele middelen, een krijtje, een kring rond het liefdesnest wordt getrokken. Wanneer de Soldaat ook deze grens overschrijdt, staat de Duivel hem letterlijk op te wachten.

Baanbrekend is deze produktie niet. Mijn herinnering aan Jiri Kylian's inventieve 'L'histoire du soldat' wordt er bij lange na niet door verdrongen. Maar aangenaam is de voorstelling wel: intiem van sfeer en speels van toon. Daarin hebben de makers, behalve De Baan, Wubbe en Vink ook dramaturg Henk van der Meulen, elkaar zeker gevonden.

Licht is het spel van Lou Landré en Kees Coolen, functioneel de dans en dynamisch de muzikale vertolking door leden van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, enthousiast gedirigeerd door Daniël Harding. Een dergelijke samenwerking vraagt om herhaling.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden