Tussen tochtig kasteellapje en fresco van wol Beeldende kunst

'Koninklijke pracht in goud en zijde', Nieuwe Kerk van Amsterdam, dagelijks 11-17 uur en tot 30 aug. Cat. F 49,50.

Zelfs het goud flonkert nog. Restauratie was maar in beperkte mate nodig. In de Nieuwe Kerk hangen de weefsels in een voor deze gelegenheid aangebrachte, brede gang. Op een donkerblauwe ondergrond komen ze zo goed tot hun recht dat men niet merkt dat het kunstlicht gedempt is.

De vroegste wandkleden waren sierloos. Ze hadden de functie, tocht te weren en kale kasteelmuren ook optisch te verwarmen. Geleidelijk aan ontwikkelden zich daar de 'fresco's in wol' uit: kleden en baldakijnen van kostbare materialen. Ze vergden veel vakmanschap en een arbeidsintensieve uitvoering.

Als verplaatsbare interieurverrijking, statussymbolen en diplomatieke geschenken werden ze op hoge prijs gesteld door vorsten en prelaten. Sommige reeksen werden speciaal voor een huwelijk, een troonsbestijging of een inhuldiging besteld.

De nooit meer geevenaarde Vlaamse tapijtkunst is niet alleen een artistiek maar ook een economisch fenomeen. Een beperkt aantal kapitalistische ondernemers - onder wie im- en exporteurs van stoffen en wijnen - nam de leiding over de produktie en de afzet in handen. De creatieve kant kon worden toevertrouwd aan meester-schilders. De voorstellingen - steeds met een hoge horizon - zijn doorgaans overladen met figuren en vegetatie. Ook de boorden, de randversieringen, doen aan het werk van miniaturisten denken. De ontwerpen werden door specialisten 'vertaald' in kartons waar wevers raad mee wisten.

De vorstelijke afnemers waren vaak trage betalers, maar de ondernemers konden beschikken over bankkrediet. In het laatst van de 15de eeuw al werd in Antwerpen een Europees handelscentrum met een toonzaal voor tapijten gesticht.

Ook in burgerlijke interieurs drong de wollen weelde door in de vorm van decoratieve tapijten, tafelkleden en stoelbekledingen. Op de tentoonstelling ziet men drie stroken van een reeks naar de destijds zeer geliefde, overdrachtelijke 'Roman van de roos'. In de 16de eeuw verschafte de tapijtindustrie werk aan vele duizenden, onder wie ook thuiswerkers. Het grootste deel van de produktie is later verloren gegaan.

Paardedeken

Toen het wandkleed uit de mode was geraakt, werden kostbare weefsels gebruikt als dakbedekking of verknipt tot paardedekens. Na de Franse revolutie zijn in 1797 veel tapijten uit het koninklijke meubeldepot verbrand, om ideologische (anti-despotische) redenen. Wel moest eerst het gouddraad worden verwijderd omdat dit geld waard was. Overigens bestaat het tapijtengoud uit vergulde strookjes zilver rond een draad die is vervaardigd uit zijde-afval.

In het Spanje van Karel V waren vorstelijke vertrekken karig voorzien van meubelen maar rijkelijk van tapijten. Mogelijk was de Moorse traditie van invloed en in elk geval was het hof tot 1563 nogal nomadisch. Bij elke verhuizing gingen grote aantallen tapijten mee. Karel erfde zijn tapijten onder anderen van Maria van Hongarije en Philips II erfde van Karel. De verzameling van het Spaanse koningshuis is aldus een van de grootste ter wereld.

Tinten

De weefkunstenaars van wie in Amsterdam nu werk te zien is volstonden met een beperkt aantal, omstreeks 30 tinten. In later jaren is het palet uitgebreid totdat men in de Parijse Gobelins over tienduizenden tinten beschikte om te wedijveren met de schilderkunst. Lurcat, de vernieuwer van de Franse tapijtkunst, beschouwde dat als een verwording. Deze Vlaamse tapijten voldoen in grote trekken ook aan zin (moderne) eis, dat de voorstelling in het vlak wordt gehouden. Alleen de unieke reeks naar motieven van Hieronyumus Bosch imiteert met omlijsting en al de schilderkunst.

De voorstellingen van tapijten met bijbelse of mythologisch-historische thema's hebben veelal een symbolische lading die soms nog maar ten dele ontraadseld kan worden. Het vroegste stuk in Amsterdam gaat over de vervulling van profetieen bij de geboorte van Christus. De fraaie catalogus geeft een indruk van de theologische ingewikkeldheid van de voorstelling. In dit geval en ook in andere kleden komen figuren voor die ontleend zijn aan werken van Jan van Eyck, Rogier van der Weyden, Barend van Orlay of Hieronymus Bosch. Zowel het kleed met David en Bathseba (een geliefd schandaalverhaal) als de reeks over de stichting van Rome (vier tapijten hier) zullen tevens een politieke strekking hebben gehad.

Vandaag is zo'n betekenis alleen nog van historisch belang. Ten opzichte van de geestelijke rijkdom die in zulke kleden is verweven en het artisanale meesterschap dat er aan is besteed, voelen we ons wel heel even als verarmde nakomelingen. Maar wij hebben televisie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden