Tussen Soest en Soestdijk was altijd nauwe band

'Onze kinderen en kleinkinderen bewaren warme herinneringen aan de heerlijke momenten waarop zij in Soest zichzelf konden zijn; hetzij fietsend, winkelend of 'vliegend'. Dat schrijft prins Bernhard in het voorwoord van het boek 'Paleis Soestdijk en zijn bewoners', dat de Soester journalist J.W. van Steendelaar in opdracht van de Historische Vereniging Soest heeft samengesteld.

Het boek schetst de nauwe band tussen de Oranjes en de inwoners van Soest die een paar eeuwen geleden zelfs zo ver ging, dat de bewoners van Soestdijk de leden van het dorpsbestuur aanwezen. Maar ook in deze eeuw had het paleis nog een grote vinger in de bestuurlijke pap. Toen de PTT de vaste postbesteller van Soestdijk, Piet Andeweg, wilde vervangen, greep de toenmalige koningin Juliana persoonlijk in. Op haar verzoek belde prins Bernhard met de hoofddirectie van de posterijen in Den Haag, waarna de vertrouwde figuur van Andeweg tot aan zijn pensionering in 1975 de vorstelijke post bleef bezorgen. Of dat prinselijke ingrijpen de reden was dat Andeweg bij zijn rondgang door het paleis de brieven bestemd voor de prins als eerste afleverde? De verstandhouding tussen beide mannen was zo goed, dat de prins regelmatig 'voor de bode' een borreltje liet inschenken. Toen koningin Wilhelmina nog leefde, sprong Andeweg als hij tegenkwam, meteen in de houding en bleef dan, pink op de naad van zijn broek, staan totdat zij uit het zicht was.

Koningin Juliana prefereerde eenvoud. Vandaar dat zij de koninklijke bank in de Soester Oude Kerk niet gebruikte, maar bij kerkbezoek tussen de gemeenteleden ging zitten. Juliana had ook geen bemoeienis meer met de keuze van de plaatselijke hervormde predikant. Dat was in de vorige eeuw een verworvenheid waar strikt de hand aan werd gehouden. En o wee, als de dominee vergat zondags voor de leden van de koninklijke familie te bidden. Dan werd hij schriftelijk op de vingers getikt, want er waren altijd kerkgangers die Soestdijk inlichtten.

Tot ver na de Tweede Wereldoorlog bleef de door de latere koning Willem de Tweede in het leven geroepen Commissie van Weldadigheid actief. Met name kraamvrouwen en zieken die slecht bij kas waren, konden op financiële hulp uit het paleis rekenen. Koningin Juliana oordeelde in 1971 dat de 'gewijzigde omstandigheden in ons land' het werk van de commissie overbodig maakten.

Soest was trouwens een uitgelezen plek om kinderen ter wereld te brengen. In 1818, enige maanden voor de geboorte van hun tweede zoon, lieten kroonprins Willem en zijn vrouw Anna Paulowna dat uitzoeken. Drie bekende geneesheren, onder wie dr. Petrus Jacobus Groen van Prinsterer, de vader van de bekende anti-revolutionaire staatsman, kwamen in hun rapport tot de conclusie dat Soestdijk, gelet op 'de vrije lucht en het ontbreken van vermoeijend gedruisch', voor een bevalling boven 's Gravenhage te verkiezen was. Koning Willem de Eerste was voorstander van een bevalling in de Residentie Den Haag. Hij gaf zich na het lezen van het gedegen rapport echter gewonnen en trok 100 000 gulden uit om de inrichting van Soestdijk te moderniseren.

Het paleis bleef door de eeuwen heen een familiehuis, hoewel nieuwsgierigen er in de jaren '20 tegen betaling van een kwartje, tijdens afwezigheid van de bewoners, op werkdagen een kijkje mochten nemen. Voor twee kwartjes werd een wandeling in de tuin toegestaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden