Tussen psychische problemen en terrorisme zit een dunne lijn

Gökmen T. Beeld Valerie Geelen

Het Openbaar Ministerie houdt ‘ernstig rekening’ met een terroristisch motief voor de schietpartij in Utrecht, maar ook over de psychische gesteldheid van hoofdverdachte Gökmen T. bestaan vragen. ‘De grens tussen mentale problemen en terrorisme is vaak diffuus.’

Is hij een drugsverslaafde, een radicale moslim of een instabiel figuur? Er is nog weinig duidelijk over de mentale gezondheid van Gökmen T., de 37-jarige hoofdverdachte van de schietpartij in Utrecht die maandagavond na een klopjacht werd opgepakt bij een inval in een pand aan de Oudenoord. Wel blijkt al snel dat het niet de eerste keer is dat T. voor de rechter moet verschijnen. De afgelopen jaren draaide hij geregeld de bak in vanwege winkeldiefstal, inbraak en illegaal wapenbezit. Naast de schietpartij wordt T. verdacht van een verkrachting in de nacht van 10 op 11 juli 2017.

Daarvoor zat hij sinds augustus van dat jaar in voorlopige hechtenis. Een maand later kwam hij onder voorwaarden vrij, totdat bleek dat T. zich niet aan de gestelde voorwaarden hield: hij werkte niet mee aan psychologisch onderzoek en met een rapport van de reclassering. De rechtbank zette hem op 4 januari 2019 weer vast.

Nadat T. uitdrukkelijk beterschap had beloofd, kwam hij op 1 maart opnieuw vrij, op voorwaarde dat hij mee zou werken aan een dubbel persoonlijkheidsonderzoek – door twee onafhankelijke deskundigen – van het Nederlands Instituut Forensische Psychiatrie (NIFP). Over de voortgang daarvan doet de rechtbank geen uitspraken, aangezien er nog verschillende getuigen moeten worden gehoord.

Was de schietpartij in Utrecht een daad van een verwarde man of een daad van terreur? Tot dusver is er geen relatie gevonden tussen hoofdverdachte T. en de slachtoffers. Het OM houdt nog altijd ‘ernstig rekening’ met een terroristisch motief vanwege een in de vluchtauto gevonden briefje en de ongerichte aard van de schietpartij. Volgens een ooggetuige riep de dader bij het verlaten van de tram ‘Allahu akbar’.

Waarom-vraag

Dat men verhit speculeert over de aard van de schietpartij, is dan ook logisch, vindt terrorismedeskundige Liesbeth van der Heide (Universiteiten Leiden). “Iedereen zit met de waarom-vraag. In de brij van geruchten is er nog veel onduidelijk. Maar zolang we niet weten wat hij zélf zegt, in wat voor staat hij verkeert en wat er op zijn briefje staat, moeten we oppassen zo’n daad te snel tot terrorisme te bestempelen.”

Een terroristisch motief en psychische problemen hoeven elkaar overigens niet uit te sluiten, benadrukt Van der Heide. Ze noemt het voorbeeld van Malek F., de 32-jarige man die vorig jaar op Bevrijdingsdag drie mensen neerstak in Den Haag. Al snel bleek dat hij kort daarvoor enkele weken was opgenomen in ggz-instelling Parnassia. F. handelde mogelijk in psychotische toestand, constateerde een psychiater die hem na zijn daad bezocht.

“Bij Malek F. ontstond er veel discussie”, zegt Van der Heide. De rechtbank besloot onlangs dat F. langer in voorlopige hechtenis blijft, omdat er voldoende aanwijzingen zijn voor een terroristisch motief. Tijdens een zitting vertelde hij dat hij hoopte te worden doodgeschoten door de politie. Dan zou hij een martelaar zijn. “Als iemand geweld gebruikt en ‘Allahu akhbar’ roept is dat al snel genoeg om er het label terrorisme op te plakken. Maar waar ligt de grens tussen mentale problemen en terrorisme? Die is vaak diffuus.”

Eenzelfde discussie speelde bij Anders Breivik, die in de zomer van 2011 een bom liet afgaan in Oslo en een bloedbad aanrichtte op het Noorse eiland Utøya. “Hij zou aan een psychose lijden, maar later bleek dat hij precies wist wat hij deed”, zegt Van der Heide. “Hij wilde juist niet als gekkie worden weggezet. Hij lijdt waarschijnlijk wel aan wanen en narcisme, maar dan nog kun je weloverwogen een terroristische aanslag plegen.”

Ze noemt ook de ‘casus Grenoble’, waarbij Yassin Salhi in 2015 bij een gasfabriek zijn baas onthoofdde en het op een hek plaatste met een IS-vlag. “Later bleek dat hij daar werkte en was ontslagen”, zegt Van der Heide. Daarna pleegde hij zelfmoord in zijn cel. “Vaak gaan persoonlijke grieven samen met het vatbaar worden voor een ideologie.”

Wereldwijd zien we de laatste jaren vaker mengvormen van psychische problemen en terreur, zegt Van der Heide. Dat komt enerzijds doordat we er meer op gespitst zijn, maar het blijkt ook uit cijfers. Zelf deed ze onderzoek naar de reïntegratie van extremisten in Nederland. In 2013 en 2014 zag je vooral ideologisch gemotiveerde mensen naar Syrië en Irak vertrekken. Sinds 2015 zijn het vaker mensen zonder werk of met psychologische problemen.

Polarisatie

“Mensen met psychologische problematiek zijn er natuurlijk altijd geweest, maar de laatste jaren neemt de sociale polarisatie toe”, zegt Van der Heide. “En online propaganda is de laatste jaren veel toegankelijker en mainstream geworden. Voor mensen met problemen wordt het steeds makkelijker om een heersend discours te ontdekken en zich daaraan vast te grijpen.”

Ook Bertjan Doosje, hoogleraar radicalisering aan de Universiteit van Amsterdam, doet onderzoek naar de psychologie van terroristen. Hij heeft net een onderzoek geschreven voor het ministerie van veiligheid en justitie over dit thema. “Daaruit komt naar voren dat zogeheten ‘lone actors’ vaker last hebben van psychische problemen en depressies. Ze zijn bijvoorbeeld gepest en willen wraak.”

Hij denkt dat veel van deze gewelddadige eenlingen een ‘grote onzekerheid’ ervaren. “Ze zoeken een groep om ergens bij te horen en kunnen in korte tijd radicaliseren. Voor die mensen is het makkelijker geworden om via internet gelijkgestemden te vinden.”

Toch zijn psychische klachten meestal niet doorslaggevend bij het plegen van een terreurdaad, zeggen Bertjan Doosje en Robbert-Jan Verkes, bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. “Iedere daad is natuurlijk anders”, zegt Verkes. “Er zijn vaak meerdere factoren die tot een terroristische aanslag kunnen leiden. In sommige gevallen kan een psychiatrische stoornis een voedingsbodem zijn. De druppel die de emmer doet overlopen.”

Net als Van der Heide benadrukt hij dat het een het ander niet uitsluit. “Mensen met schizofrenie kunnen bijvoorbeeld gewelddadige delicten plegen. Dat zou een terroristische actie kunnen zijn. Maar dan is er vaak al een voedingsbodem in het leven van die persoon. Hij is teleurgesteld in het leven en wil een grote daad leveren om zich te bewijzen.”

Opvoeding

Ook Verkes noemt Anders Breivik, die al vanaf zijn jeugd gedragsstoornissen vertoonde en vele teleurstellingen te verduren kreeg omdat hij overal de beste in wilde zijn. “Hij wilde het snelste rijk worden, de beste zijn in een computerspel. De eerste psychiaters die hem zagen, zeiden dat hij psychotisch was. In een tweede onderzoek werd hij narcistisch en anti-sociaal genoemd, en toerekeningsvatbaar verklaard. Zijn denkbeelden komen niet alleen uit psychische stoornissen voort. Ze komen ergens vandaan en zijn ook terug te leiden op opvoeding. Ook godsdienstwaanzin komt niet alleen uit een psychische afwijking voort.”

Over de jeugd van Gökmen T. is nog weinig bekend. In een interview in de Turkse krant Kakar zei zijn vader Mehmet, die in Turkije woont, dat hij al elf jaar geen contact meer heeft met zijn zoon uit zijn eerste huwelijk. De vader stelt dat zijn zoon ‘ervoor moet boeten als hij de dader is’. Mehmet keerde in 2008 terug naar Turkije na de scheiding van zijn vrouw, die in Nederland bleef. 

Zijn psychische problemen een verzachtende omstandigheid áls iemand een terreurdaad pleegt? Nee, zegt Van der Heide stellig. “Als je om ideologische redenen geweld gebruikt, maakt dat je niet minder een terrorist.”

Bekend bij de politie

Gökmen T. was nog niet zo lang op vrije voeten. Hij kwam op 1 maart uit de cel nadat zijn voorarrest was opgeschort. Hij zat op dat moment twee maanden vast wegens een verkrachtingszaak uit juli 2017, omdat hij de voorwaarden had overtreden. Die hielden onder meer in dat hij meewerkte aan een persoonlijkheidsonderzoek en een rapport van de reclassering. Dat meldden het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en de rechtbank in Utrecht dinsdag in een overzicht.

Vanwege diezelfde verkrachtingszaak zat hij in 2017 al een maand in voorlopige hechtenis. In 2018, tijdens zijn voorlopige vrijheid, beging de verdachte alweer enkele andere delicten, waarvoor hij begin deze maand bij de politierechter moest voorkomen: op 4 en 5 maart werd hij veroordeeld voor een winkeldiefstal en een inbraak in 2018. Deze straffen waren nog niet onherroepelijk.

T. is in 2014 ook vervolgd voor een poging tot doodslag in 2013. De rechtbank sprak hem daarvan echter vrij, maar veroordeelde hem wel voor illegaal bezit van een vuurwapen. Daarmee loste hij ook schoten in een Utrechtse woonwijk, samen met een medeverdachte en onder invloed van alcohol. Daarnaast veroordeelde de rechter hem voor poging tot diefstal uit een vrachtwagen op een industrieterrein in Best. Hij kreeg 150 dagen celstraf opgelegd, waarvan 49 dagen voorwaardelijk.

Lees ook:

In Utrecht lijkt alles het zelfde, maar voelt het toch anders

Tram 61 rijdt weer schommelend over Kanaleneiland. De meeste passagiers zitten net als anders verdiept in hun telefoon met hun oren afgeschermd achter een koptelefoon. Toch is niet alles als voorheen. ‘Ik zit hier met een dubbel gevoel.’

‘Bij een aanslag moet je verkiezingscampagnes juist niet stilleggen’

Dat politieke partijen na de aanslag in Utrecht hun activiteiten staakten, vindt hoogleraar terrorisme Edwin Bakker onbegrijpelijk. Om kwart voor elf staat de tram stil, daarna heel Utrecht

Om kwart voor elf staat de tram stil, daarna heel Utrecht

De tram op weg naar het centrum van Utrecht kwam tot stilstand op het 24 Oktoberplein. Het drama dat zich daar afspeelde, verlamde de hele stad.

Meer over de schietpartij in Utrecht leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden