Tussen Oranje en Amsterdam heeft het nooit geboterd

AMSTERDAM - Een paar jaar geleden nog leek de strijdbijl tussen de Oranjes en hun eigengereide hoofdstad na eeuwen van kinnesinne dan eindelijk begraven. Op een bloedmooie Koninginnedag dook de koninklijke familie onverwacht op in de Jordaan. Nou, Amsterdamser dan dat kun je niet krijgen.

Het werd misschien Beatrix' warmste Koninginnedag ooit, met als gedenkwaardig hoogtepunt de zoen van een student. Vergeten was de vervelende herinnering aan de vanuit Amsterdam aangevoerde oppositie tegen Beatrix' keuze van een Duitse echtgenoot. Vergeten ook was de rookbom die het huwelijksfeest van Beatrix en Claus op 10 maart 1966 versteerde. En de krakersrellen bij de kroning in 1980, ach, de koningin kon er intussen om lachen, zij het nog altijd als een boerin met kiespijn. Het vanouds republikeins gezinde Amsterdam had eindelijk haar Haagse vorstin in het hart gesloten.

Maar de oproerkraaiers hebben intussen weer de overhand in de hoofdstad. Het gemonkel over de aanstaande verjaardagspartij klinkt overal, van de groentenman tot de sigarenboer. En Beatrix heeft dat een beetje aan zichzelf te wijten. Apetrots maakte Amsterdam vorig jaar bekend dat de koningin haar zestigste verjaardag binnen haar muren zou vieren.

De uit Den Haag afkomstige burgemeester Schelto Patijn wist niet hoe snel hij een feestprogramma in elkaar moest draaien. Een groot vuurwerk boven het IJ, een feestelijke aankleding van de Dam en omgeving, en een aubade van Amsterdammers aan de koningin, niets was hem te dol. Totdat hare majesteit onlangs ijzig liet weten feestelijk te bedanken voor al die poespas. Haar verjaardag wordt een besloten partijtje voor blauw bloed uit heel Europa. Dat de Amsterdamse bevolking het komend weekeinde flink wat overlast zal ondervinden door dranghekken en inrijverboden zonder dat zij Beatrix kroonjaar mee kan vieren, lijkt de haar niet te deren. En dat prikkelt de Amsterdammers, want dat riekt naar - in rond Amsterdams - kapsones.

De verhouding tussen Amsterdam en de Oranjes is nimmer florissant geweest. Het zelfbewuste Amsterdam, middelpunt van de Gouden Eeuw, voelde zich boven elke wet verheven, ook boven die van de Oranjes.

Dat hebben de opeenvolgende stadhouders, koningen en koninginnen nooit goed kunnen verkroppen. Ze haatten Amsterdam, dat niet de kant van Willem de Zwijger koos, omdat het handelsgrootmacht Spanje niet tegen de haren in wilde strijken. Ook verzetten de Amsterdamse kooplieden zich tegen de 'koninklijke allures' van stadhouder Frederik Hendrik, die van de Republiek een koninkrijk wilde maken. Met het uitspreken van hun machtswoord voorkwamen de Amsterdamse kooplieden dat stedendwinger Frederik Hendrik Antwerpen zou heroveren op de Spanjaarden, waardoor Amsterdam er een geduchte havenconcurrent bij zou krijgen. Toen Amsterdam bovendien het geldverslindende huurleger van de Oranjes wilde opdoeken, was de maat vol voor Willem II, Frederik Hendriks zoon. In de zomer van 1650 probeerde hij Amsterdam te bezetten. De aanval mislukte jammerlijk. Het leger raakte 's nachts de weg kwijt op de Hilversumse hei. Amsterdam bracht de stad in staat van verdediging. De kemphanen legden daarop de ruzie bij: de Amsterdamse anti-Oranjegezinde burgemeesters Cornelis en Andries Bicker traden af; in ruil brak de prins zijn kampement aan de Amstel op.

Het allermeest namen de Oranjes echter de Amsterdamse opstelling tijdens de strijd tussen patriotten en prinsgezinden (de Oranjeklanten) kwalijk. In het patriottisch bolwerk Amsterdam brak in 1787 een heuse revolutie uit tegen stadhouder Willem V. Pruisen moest te hulp schieten met een leger van twintigduizend man. Uit wraak regeerde Willem Vdaarna de Republiek zonder raadpleging van Amsterdam. De betrekkingen tussen Oranje en Amsterdam bereikten een dieptepunt. Van weeromstuit draaiden de Amsterdamse kooplieden de geldkraan voor de Republiek dicht. Acht jaar later ontvingen ze de Franse troepen.

In 1813 was dit alles alles vergeven en vergeten. De uit Engeland teruggekeerde koning Willem I kreeg een fenomenale ontvangst. Nimmer is een Oranje zó in Amsterdam onthaald. Beduusd door alle aanhankelijkheid beloofde Willem dat het door Lodewijk Napoleon opgeëiste Paleis op de Dam weer stadhuis zou worden. Maar binnen een jaar kwam hij op zijn gebaar terug. Van adviseurs hoorde hij dat een zichtbare band tussen Amsterdam en Oranje broodnodig is om het koningshuis in het zadel te houden. Het stadhuis bleef dus paleis. Wel beloofde hij plechtig, een deel van het jaar hof te zullen houden in het Paleis op de Dam. Ook daar kwam niets van in. Beatrix vormt daarop geen uitzondering. Amsterdam is een hoofdstad zonder hoofd. Het lege Paleis steekt de Amsterdammers nog steeds.

De Oranjes bezitten een waar talent om op geregelde tijden de Amsterdamse bevolking op de kast te jagen. Zoals in juli 1891 bij het zogeheten Taptoeschandaal. Anders dan Beatrix wist regentes Emma wèl dat het volk ook wat wil. Ze organiseerde ter gelegenheid van een staatsbezoek van het Pruisische keizersechtpaar een taptoe op de Dam. Maar het vrijmaken van het plein verliep niet zachtzinnig. De Hermandad te paard knuppelde de menigte de Dam af. Het Paleis moest worden ingericht als noodhospitaal. Keizer Wilhelm I spelde hoofdcommissaris Steenkamp de Ster van de Duitse kroonorde op voor diens krachtige ordehandhaving. Maar de Amsterdamse kranten stonden de dagen erna bol van ingezonden brieven en spotprenten vol verontwaardiging over het autoritaire ingrijpen. Het theaterseizoen daarop trok de aan het Taptoe-incident gewijde revue De Doofpot avond aan avond een volle Stadsschouwburg.

Zo ongeveer alle rellen en opstandjes in Amsterdam van de laatste honderd jaar kennen zo'n Oranjetintje. De directe aanleiding voor het beruchte Palingoproer in de Jordaan in 1886 was de veroordeling van de socialistische voorman Domela Nieuwenhuis wegens majesteitsschennis. En koningin Wilhelmina werd bij het Aardappeloproer in 1917 de Staatsliedenbuurt uitgezet. De Kroningsrellen van 1980 zijn in dat licht bezien niet meer dan een voorzetting van een lokaal gebruik. Koningin Beatrix zou er daarom goed aan doen zaterdag welwillend de aubade van het volkskoor van dirigent G. van Tijn aan te horen. Al houdt ze niet van Koninginnedagen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden