Tussen maretak en vagevuur

Het grensgebied van Zuid-Limburg de Belgische Voerstreek is het paradijs van de maretak. Nergens anders in Nederland slaat deze halfparasiet aan (op enkele uitzonderingen na), omdat ie alleen gedijt op een kalkhoudende bodem. En dus moet je naar Mheer of Noorbeek, Slenaken of Epen om je aan de magie van de maretak te onderwerpen.

Voor een echte kerstwandeling is er geen betere bestemming dan de bossen en weilanden aan weerszijden van de grensbeek de Voer. Qua natuur is er nauwelijks onderscheid tussen de twee landen, maar de streep op de kaart bestaat ook pas sinds België zich van Nederland losmaakte (1830). De menselijke invloed op het gebied verschilt daarentegen des te meer -in het straatbeeld en de huizenbouw, in het bierassortiment van de cafés en zeker in de taal. Op onze wandeling merken we dat niet zo direct, want over de grens klinkt bijna hetzelfde sappige dialect als een uur eerder in Mheer; alleen staat er Fouron-le-Comte op de borden in plaats van 's-Gravenvoeren. Maar die plaats was tot de onafhankelijkheid van België ook helemaal op Nederlands Limburg georiënteerd.

De enige die zich hier zonder paspoort over de grens mag verplaatsen, is de maretak -de mistletoe of vogellijm, zoals het natuurverschijnsel ook wel genoemd wordt. De soms knotsgrote groene bollen hangen aan weerszijden van de grens in de kale populieren, het zijn futuristische kerstballen die scherp afsteken tegen de lucht. Lijsters zijn gek op de besjes, kerstversierders op de takken. Maar de plant is beschermd: zoenen mag, plukken niet.

Het lijkt wel een epidemie, zoveel mistletoe begeleidt ons op onze voettocht. We zijn nog maar net aan de dorpse drukte van Mheer ontsnapt en lopen tussen een hellingbos en Limburgse weilanden door, of we kunnen de ballen in de boom al niet meer op twee handen tellen. Vooral populieren moeten het ontgelden bij deze mysterieuze ongenode gast. Ergens boven in de boom -de appel heeft er ook zo'n last van, maar de peer en de eik slaat hij over- nestelt de profiteur zich vast en zuigt met zijn wortels de sappen van de gastheer weg. Een duivelsnest wordt hij ook wel genoemd. Heksenbezem, magische twijg van Proserpina. Omdat hij ook zelf bladgroen heeft en met behulp van het zonlicht voedsel kan produceren, wordt de maretak aangeduid als een halfparasiet.

Als je alle verhalen mag geloven die over hem de ronde doen, is het inderdaad een tovertak die 'het kwaad' (mare) bezweert en alles geneest. In de natuurgeneeskunde lopen ze weg met hem. Hij wordt te hulp geroepen in de strijd tegen diabetes, reuma en kanker. Winterhanden en -voeten worden ermee bestreden. Een paar takjes van de mistletoe in kokend water wordt als een probaat middel gezien om de bloedsomloop te stimuleren. Er worden slangen mee verjaagd, de maretak is het rijpaard van heksen. Al in de Griekse oudheid werd de maretak bovennatuurlijke krachten toegdicht. De druïde Panoramix sneed de maretak met zijn gouden snoeimes om Asterix en Obelix van nieuwe krachten te voorzien. Wie problemen heeft met de vruchtbaarheid, zoekt heil bij deze plant. En dan weet iedereen in onze cultuur dat geliefden elkaar mogen kussen onder een maretak.

En in dat paradijs loop je dan, van Mheer naar 's-Gravenvoeren en via Noorbeek weer terug. Een magische wereld, waarin overigens niet iedereen zijn heil verwacht van een natuurwonder. Want op de afdaling uit het Hoogbos naar 's-Gravenvoeren passeer je een wegkruis met het opschrift: 'Bidt voor de zielen in het vagevuur' en elders in de Voerstreek komt die oproep geregeld terug.

In de 's-Gravenvoerse herberg De Swaen verkoopt men z'n ziel liever aan de drank dan aan de duivel, de homeopathie of de hekserij. Een stel bejaarde mannen hangt aan de bar en praat over sjeune meiskes. Op dit ongegêneerd vroege uur nemen ze met enige regelmaat een Moeder Overste tot zich, die als een 'hemels bier' wordt aangeprezen -waar de drinkers wel eens gelijk in kunnen hebben. Het leven is goed in de oude uitspanning uit 1742. Vroeger hield de postkoets tussen Aken en Luik hier pauze om de paarden te wisselen. Blijkens een vergeeld krantenknipsel aan de muur maakte ook onze Beatrix er een tussenstop en verkoos zij 'bloedworst met appeltjes' boven een sjinkplank (een boterham met rauwe boerenham) of een stinkkiesplank (Herve-kaas).

Als we 's-Gravenvoeren weer uit zijn, belopen we het grensoverschrijdende natuurreservaat Altenbroek - Altembrouck op z'n Frans. Everzwijn, wilde hamster, orchideeën en wijngaardslakken staan hier op de menukaart. Het domein is pas in 1996 aangekocht, maar brengt natuurliefhebbers in vervoering. Tot voor kort kon je ook wandelen langs de vijvers van kasteel Altembroek, maar de nieuwe eigenaar wil geen gewoon volk op zijn land. Hij verschuilt zich achter bordjes, hekken en honden. Jammer, want de adellijke woning ligt prachtig in het dal van de Noor, een gaaf beekje. Er zit niets anders op dan de weg uit te lopen (het wemelt hier weer van de maretak) en op te klimmen naar Noorbeek. Midden in het dorp ontspringt de Noor bij de St. Brigidabron, maar meer dan een bordje is er niet te zien.

In Mheer eindigt deze wandeling weer bij de Lambertuskerk. De kerk is dicht, maar in het voorportaal kunnen we wijwater tappen. Uit een biervat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden