Review

Tussen het oorlogsgeweld door scheert plots een vlinder door het wuivende gras

Afgelopen zondag werd Terrence Malicks filosofisch getinte oorlogsfilm 'The thin red line' bekroond met de Gouden Beer, de hoofdprijs van de 49ste Berlinale. De huldiging in het Zoo-Palast ontlokte gemengde reacties, naar verluid variërend van vreugdekreten tot ostentatief boe-geroep. Begrip is er vooral voor de laatste uiting, want hoewel er ter ere van Malicks rentree in de Hollywood-gelederen een koninklijke rode loper werd uitgerold - de film kostte 55 miljoen dollar en een duizelingwekkende hoeveelheid ster-acteurs treden erin op - blijkt de 45-jarige scenarioschrijver en regisseur vooral een poging te hebben ondernomen zijn eigenzinnigheid te verzilveren. De man die maar liefst twintig jaar geleden met het bejubelde 'Days of heaven' zijn laatste film maakte en die tot op de dag van vandaag weigert interviews te geven, komt nu op de proppen met een groots opgezette oorlogsfilm met epische maar ook filosofische allure. In 'The thin red line' blijken het twee uitersten die elkaar maar niet willen verdragen.

De gelijknamige roman van James Jones, waarin de auteur de door hemzelf en zijn Amerikaanse kornuiten gestreden strijd tegen de Japanners in de Tweede Wereldoorlog herdenkt, werd door Malick aangegrepen om bespiegelingen over het leven en de dood de vrije loop te laten. De landing op Guadalcanal, het paradijselijke eiland in de Stille Zuidzee waar de mannen van de legereenheid C-for-Charlie de niet geringe opdracht krijgen een door de Japanners bezette heuvelrug te heroveren, lijkt voor dergelijke filosofieën het perfecte vertrekpunt. Als in een natuurdocumentaire zien we die mannen drie uur lang door het hoge gras kruipen. Dorstig, want luitenant-kolonel Tall (Nick Nolte) houdt de wind er flink onder. In doodsnood verkerend wanneer de granaten hen om de oren vliegen of wanneer zo'n granaat per ongeluk wordt ontstoken en sergeant Keck (Woody Harrelson) zich erbovenop werpt om zijn kameraden te sparen en zelf een heldendood te sterven. Terugdenkend aan een geliefde thuis die wel eens in de armen van een ander zou kunnen belanden, een nachtmerrie die soldaat Bell (Ben Chaplin) via een afscheidsbrief bewaarheid ziet. Maar het is ook mogelijk om je tijdelijk aan het strijdtoneel te onttrekken, zoals soldaat Witt (Jim Caviezel) die verwonderd kennis neemt van het vredige bestaan van de eilandbewoners.

Via voice-overs laat Malick ons met de diepste zielenroerselen van die soldaat uit Kentucky en al die andere strijders kennismaken. We leren dat oorlog niet adelt, maar de ziel vergiftigt. Talloze hoogdravende teksten over het leven en de dood, alsmede liefde, kameraadschap, angst, geloof en bezit passeren de revue, zonder dat ook maar een moment aannemelijk wordt gemaakt dat dergelijke gedachten in die greppel aan de orde zijn. Op zijn best levert het een mooi gefotografeerde, abstracte vertelling op die qua sfeer raakt aan 'Apocalypse now', maar die in de verste verte niet kan tippen aan Coppola's broeierige Vietnam-klassieker. De natuuropnamen gemaakt door een speciale documentaire-ploeg en die ons de idylle van het eiland alsmede zijn bewoners in volle glorie tonen, zijn door de film heen gewoven om het destructieve oorlogsgebeuren te onderstrepen. Het is vast niet de bedoeling, maar het werkt behoorlijk op de lachspieren wanneer er plots een vlindertje door dat wuivende groene gras scheert. Hetzelfde geldt voor steracteurs die voor een hele of een halve minuut in oorlogsuitrusting verschijnen, zoals George Clooney of John Travolta die als brigade-generaal, compleet met opgeplakt snorretje, nog het meest weg heeft van Chaplins 'the great dictator'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden