Tussen droom en ratio

Tussen het werk van Pat Andrea en dat van Jelle Feringa gaapt een onoverbrugbare kloof. In Frankrijk schat men beide kunstenaars naar waarde.

De uitgeefster had het hem nog ingewreven : „Je moet de jurkjes van dat kleine meisje niet te kort maken!” Tevergeefs. Op alle tekeningen zijn de bovenbenen van Alice meer dan zichtbaar – soms tot haar onderbroekje aan toe. De Nederlandse kunstenaar Pat Andrea leverde de illustraties voor een nieuwe (Franse) editie van Alice in Wonderland – de klassieker van Lewis Carroll uit 1865. Tot eind september is de serie van in totaal 49 tekeningen te zien in Château Chenonceau, op Versailles na het best bezochte kasteel in de Loire-streek. Ieder jaar nodigt de eigenaresse een internationaal befaamde schilder uit te exposeren. Dit jaar viel die eer te beurt aan Andrea (1942). Die was daar zo beduusd van dat hij het Nederlandse perskorps in Parijs daar eigenhandig van op de hoogte stelde.

„Ik wilde per se geen illustraties maken”, legt Andrea enkele dagen na de opening uit in zijn tot atelier omgebouwde abattoir in de Parijse voorstad Arceuil. „Ik wilde werk maken dat op zichzelf zou staan.” Het gepriegel op boekformaat hield hij dan ook al snel voor gezien en hij greep terug op de enorme vellen opgespannen papier waar hij gewoon is mee te werken. Drie jaar lang verdiepte hij zich in de droomwereld van Alice. Hij wilde haar representatief maken voor alle meisjes tussen 10 en 16. Een meisje op de rand van de grotemensenwereld, dat de geheimzinnige taboes ervan niet begrijpt, maar er instinctief tot aangetrokken wordt. Zoals wanneer ze een uit een ei opdoemende mannenvinger op kruishoogte vastgrijpt als passerende ridders hun lansen onder haar jurkje steken. „De allerbeste beschrijving van een droomwereld”, zo verklaart hij zijn motivatie om het verhaal van Alice uit te beelden. En wie door een willekeurige catalogus met eerder werk van Andrea bladert, begrijpt waarom hij zich tot het universum van Carroll voelde aangetrokken. Kindvrouwtjes als Alice figureren prominent op de houtskooltekeningen, aquarellen en gouaches die van Istanbul tot Buenos Aires worden verhandeld. Soms doen zijn personages en objecten wat onaf aan. Een bewuste keuze voor het onderbewuste, zo blijkt. Andrea: „Niets intenser dan een impulsieve schets. Als ik die zou uitwerken, zou hij slechts verschralen.” Andrea, die eerder deze maand als docent met pensioen ging bij de prestigieuze ücole des Beaux Arts, bleef altijd trouw aan het principe van ’automatische spontaniteit’ – een term die voortkomt uit de surrealistische beweging. „Toeval blijft belangrijk in mijn werk, maar je kunt als kunstenaar niet onschuldig blijven. Ook ik moet erkennen dat bepaalde thema’s en bewerkingen steeds opnieuw terugkeren.”

Niets van het onderbewuste in het werk van de eveneens uit Nederland afkomstige ontwerper Jelle Feringa (1978). Net als Andrea kreeg hij in Frankrijk bijzondere erkenning. Een door zijn bureau EZCT Architecture & Design Research ontworpen stoel werd opgenomen in de vaste collectie van het Centre Pompidou en sinds vorige maand exposeert hij met het winnende ontwerp van een kunstpaviljoen in La Maison Rouge – een tot tentoonstellingsruimte omgebouwde fabriek nabij Place Bastille in Parijs. Bij Feringa is eerder sprake van wat hij zelf schertsend als ’surrationalisme’ omschrijft – „zo rationeel dat je het eigenlijk niet meer kunt begrijpen”. In zijn ontwerpen beweegt Feringa zich tussen sculptuur en architectuur. Vandaar dat de opdracht van het kunstverzamelaarsechtpaar Seroussi hem op het lijf geschreven was: ontwerp een kunstpaviljoen in de geest van André Bloc. Deze Franse architect verwierf in de jaren zestig faam met zogeheten Sculptures-Habitacles, bewoonbare sculpturen. Feringa’s specialisme binnen EZCT is evolutionary computing. Hierin past hij darwinistische evolutie toe in een computationeel proces. Zo onderzocht hij in het geval van de stoel in Pompidou met hoeveel massa je een stoel nog een stoel zou kunnen noemen. „Ik ben steeds op zoek naar de uiterste consequentie van een basaal idee”, legt Feringa uit. „Welke vorm moet een gebouw hebben zodat er het gehele jaar een constante lichtintensiteit heerst? Niet onbelangrijk als je een kunstpaviljoen ontwerpt waar je de kunstwerken die er hangen optimaal tot hun recht wil laten komen”. Feringa ontwerpt de software en zet vervolgens de computer aan het rekenen. Op een beeldscherm aan de muur van La Maison Rouge is zichtbaar hoe een en ander in zijn werk gaat. Generatie na generatie brengt de computer voort. Van het oorspronkelijke witte blok is al spoedig niets meer over. Uiteindelijk dient zich een serie sterk gereduceerde vormen aan waaruit Feringa en zijn twee Franse collega’s van EZCT een keuze maakten. Externe ingenieurs adviseerden ondertussen over de levensvatbaarheid. Want constante lichtintensiteit is als idee natuurlijk prachtig; het doel blijft wél dat het gerealiseerd kan worden en als het even kan ook echt gerealiseerd wordt. Dat dat laatste in de praktijk van de architectuur hoogst zelden gebeurt beschouwd Feringa als een treurig fact of life. Gelukkig maar dat geleverde arbeid binnen de evolutionary computing nooit helemaal verspild is. Zo zette Feringa bij het ontwerp van het kunstpaviljoen ook softwarecomponenten in die hij eerder voor zijn stoel gebruikte. De kans dat zijn eigen ontwerp gebouwd gaat worden acht hij overigens reëel. Daarbij zal het bepaald geholpen hebben dat hij niet alleen een fraaie visualisatie van het elegante paviljoen liet maken, maar daarin bovendien een paar topstukken uit de kunstverzameling van de familie Seroussi verwerkte. Te zien is een mobiel van Alexander Calder en schilderij van Ferdinand Legèr. In een hoekje staat zelfs de stoel van EZCT uit Pompidou – voor het geval dat. Anders dan Pat Andrea laat Jelle Feringa namelijk niets aan het toeval over.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden