Tussen de roos en de distel zal nooit iets moois groeien

De kranten staan er vol van, de televisie registreert alle omtrekkende bewegingen, de radio zwijgt geen seconde meer en de goklokalen verwachten een omzet van twintig miljoen gulden: Engeland - Schotland, vanmiddag op het heilige Wembley, stroomt door de aderen van iedere Engelsman en van iedere Schot, voetballiefhebber of niet. Vooral in Schotland wordt het dagelijkse leven beheerst door de confrontatie met de grote, arrogante buurman uit het zuiden. Voor de Bravehearts gaat het vandaag niet om een 'gewone' sportieve ontmoeting. Wie dat wel vindt, is een gek of een leugenaar.

FRED BUDDENBERG

Londen krijgt vandaag te maken met een invasie van de Tartan Army, het leger van de Kilts, de geruite Schotse rokken. Sinds 1989 hebben Engeland en Schotland elkaar niet meer ontmoet op een voetbalveld. Na supportersrellen op Hampden Park in Glasgow kwam er een einde aan de reeks van 107 wedstrijden, een serie die begon in 1872. Het duel van vanmiddag (16 00 uur Nederlandse tijd) wordt gezien als de grootste risico-wedstrijd van Euro 96, als het gaat om hooliganisme. De Schotse voetbalbond kocht slechts 9000 kaartjes op, maar het is de verwachting dat er meer dan 30 000 Schotten in Wembley zullen zitten.

Een ding is zeker: never a dull moment rond een Engeland - Schotland of Schotland - Engeland. In 1977 werd een vreugdeduik een fan uit Edinburgh fataal. Na de overwinning van zijn ploeg dook hij van een hoogte van vijf meter in de fontein van Trafalgar Square, waar maar zestig centimeter water in stond. Na diezelfde wedstrijd bestormden duizenden Schotse supporters het veld en namen alles wat los en vast zat mee naar huis. Een souvenir van de verslagen vijand. De schade bedroeg destijds bijna een half miljoen gulden. Maar ook op sportief vlak gebeurt er altijd wat. Dat belooft wat voor de wedstrijd van vandaag, die heel Groot-Brittannië bezighoudt.

Alle zichzelf respecterende kranten in Engeland en Schotland, maar ook de tabloids, lieten deze week hoofdrolspelers uit voorgaande ontmoetingen tussen beide landen aan het woord. Zoals Sir Stanley Matthews, die in 1955 als veertiger een hand had in alle zeven doelpunten die Engeland de winst bezorgden (7-2). En dat met een vrijwel lege maag. “Het was aan het eind van een lang seizoen met Blackpool en ik voelde mij loom”, weet Matthews zich nog te herinneren. “In de week voor de wedstrijd at ik drie dagen niets, ik dronk alleen water. Op maandag begon ik weer te eten, salade en wat wortelsap. Op de zaterdag van de wedstrijd voelde ik mij geweldig. Ik kon alles. Als de bal over de tribune was gegaan, had ik hem gevolgd.”

Harry Haddock, de linksback van Schotland en aanvoerder van Clyde, was belast met de bewaking van Matthews, de maestro. “Het is een herinnering die ik nog koester”, zegt Haddock 31 jaar later, over de grootste sportieve vernedering uit zijn loopbaan. “Stan deed toen dingen, die mensen nu niet voor mogelijk zouden houden.” De Schotse ploeg had de hele week plannen beraamd om Matthews af te stoppen. Haddock: “Iedereen adviseerde mij dat ik hem moest aanpakken op zijn zwakke linkervoet. De eerste keer dat hij de bal kreeg, passeerde hij mij en schoot met links zo hard op de lat, dat die minutenlang leek na te trillen. Er was niets tegen hem te doen.”

Bobby Robson, ex-coach van PSV en de opvolger van Johan Cruijff bij Barcelona, speelde in april 1961 op Wembley tegen de Auld Enemy. “Ik hoor de mensen nog schreeuwen: tien, tien, tien”, draait Robson zijn film terug. De dubbele cijfers kwamen er niet, het bleef 9-3 voor Engeland. Robson maakte de eerste - het doelpunt dat zijn vrouw Elsie miste, omdat zijvast zat in het verkeer. “Gek, dat je zoiets onthoudt. Ook staat mij helder voor de geest dat ik recht voor de Royal Box door Denis Law door de lucht werd geschopt. Het was een gruwelijke overtreding. Als het niet was gebeurd voor de ogen van de koningin, was hij van het veld gestuurd. Ik pest Denis daar nog wel mee.”

Met Denis Law en Billy Bremner won Schotland in 1963 op Wembley met 2-1. Beide doelpunten kwamen op naam van Jim Baxter, die de volgende anekdote uit zijn geheugen opdiept: “Van Bremner had ik gehoord dat de spelers van Leeds United Alan Ball prikkelden met de bijnaam 'Jimmy Clitheroe', naar de kleine komiek uit Lancaster. Na twee minuten in de wedstrijd ging ik naar Ball toe en vroeg hem: is het waar dat Jimmy Clitheroe jouw vader is? Hij was woedend en in 88 minuten heeft hij alleen maar geprobeerd mij een doodschop te geven.” Baxter haalde het bloed onder meer Engelse nagels vandaan, door tijdens het duel, als blijk van superioriteit, even op de bal te gaan zitten.

De verliezers van vandaag waren vaak de winnaars van morgen; en vice versa. In de eerstvolgende Schotland - Engeland op Hampden Park was het de beurt aan Alan Ball de Schotten te frustreren. In een wedstrijd, arrogant gecontroleerd door de Engelsen, snoot Ball voor het vak met de meest fanatieke Schotse fans zijn neus in de cornervlag. In de bijna oorlogzuchtige atmosfeer rond de duels was het voor niemand mogelijk de emoties in de hand te houden. Zelfs een heer van stad als Sir Alf Ramsey liet zich meeslepen. “Welkom in Glasgow, Alf”, zei een journalist eens bij een van de bezoeken van Engeland aan Schotland. “You must be bleeding jokin”, mopperde Ramsey kortaf terug.

Een andere legende, Bobby Charlton, nam in het Engelse shirt twaalfmaal deel aan de 'grensschermutselingen' tegen de Schotten. Die wedstrijden waren stuk voor stuk onvergetelijke happeningen. “Zonder twijfel waren dat voor mij de grootste gebeurtenissen in mijn loopbaan”, vertelt Charlton. “De rivaliteit tussen de Engelsen en de Schotten is uniek.” Charlton herinnert zich nog goed de eerste training van Manchester United, nadat hij in 1966 met Engeland op Wembley wereldkampioen was geworden. De ontmoeting op Old Trafford met zijn Schotse ploegmaat Denis Law staat in Charltons geheugen gegrift. “Hij keek mij niet aan en vroeg mompelend of ik een fijne vakantie had gehad.”

'Zwartste dag'

Law omschreef 30 juli 1966, de dag dat Engeland wereldkampioen werd, als 'de zwartste dag in mijn leven'. Een jaar later kreeg hij zijn genoegdoening. Op Wembley versloeg Schotland de regerende wereldkampioenen en Law eiste na die wedstrijd de wereldtitel voor de Schotten op. “Hij had toen inderdaad meer praatjes”, zegt Charlton. Maar wat maakt die rivaliteit nu zo uniek? Charlton: “Duizendeneen kleine dingen. Ik herinner me dat we met de bus van Troon naar Glasgow moesten. Iedereen in Schotland wist kennelijk de route. In ieder dorpje dat we passeerden stonden duizenden mensen die ons uitjoelden.”

Ook Ray Clemence, oud-doelman van Engeland, heeft zijn herinneringen aan de confrontaties met Schotland. Zijn gedachten dwalen vooral af naar 15 mei 1976, de dag dat hij zich onsterfelijk maakte voor de . . . Schotten. “Het was 1-1 en Kenny Dalglish schoot op doel”, duikt Clemence in de geschiedenis. “Het was een simpele prooi voor mij, maar de bal glipte door mijn benen en rolde traag over de doellijn. We verloren met 2-1 en dat was wel het laatste wat je wilde: verliezen van Schotland. De afgelopen twintig jaar ben ik vaak aan die blunder herinnerd. Ik ben sinds die tijd vast het mikpunt in veel Schotse moppen geweest.”

De naam van John Robertson zal daarentegen door de Schotten altijd met respect worden uitgesproken. De ex-speler van Nottingham Forest is de laatste Schot die zijn land aan de winst hielp tegen de Engelsen. Het was in mei 1981, op Wembley zaten ruim 90 000 toeschouwers en de klok stond op 65 minuten. Robertson, inmiddels 43 jaar en scout bij Leicester City: “Davie Provan gaf een geweldige pass naar voren. Steve Archibald kruiste in volle snelheid langs Bryan Robson, die hem liet struikelen.”

“Het was een klinkklare penalty”, twijfelt Robertson ook nu nog niet. “Ik stak onmiddellijk mijn handen in de lucht, totdat ik mij realiseerde dat ik hem moest nemen. De paniek sloeg om mijn hart en tot mijn grote schrik zag ik dat Trevor Francis, mijn ploeggenoot bij Forest, vanaf de middenlijn naar Joe Corrigan rende om hem te vertellen in welke hoek ik ging schieten. Ik schoot precies zoals Francis had gezegd, rechts van de keeper, mijn favoriete kant. Maar Big Joe dook naar links. Corrigan wist waar ik ging schieten, maar op het allerlaatste moment veranderde hij van gedachte.”

Van de huidige internationals van Engeland en Schotland hebben er maar weinig meegespeeld in de zo beladen wedstrijden tussen de roos, het nationale symbool van de Engelsen, en de distel, het nationaal embleem van de Schotten. Maar sinds de EK-loting in december is de datum 15 juni 1996 niet weggeweest uit de hun gedachten. “Wembley is altijd een speciale plaats voor een Schot”, zegt spelmaker Garry McAllister. “Ik weet goed hoe wij thuis de wedstrijden tegen Engeland op de televisie volgden. Ik zal nooit vergeten dat ik als tienjarig jongetje mijn vader zag huilen toen Schotland had verloren. Vanaf dat moment weet ik hoe groot de rivaliteit tussen Schotten en Engelsen is.”

Ook John Spencer, de Schotse aanvaller van Chelsea, en Andy Goram, de doelman van Glasgow Rangers, leven al maanden toe naar de Big Clash. “Ik heb me deze week met Hendry en Calderwood afgevraagd”, biecht Spencer op, “of dit EK is geslaagd als we van Engeland winnen, maar niet de kwartfinales halen. Ik zeg maar niet wat de antwoorden waren.”

En Goram, die vandaag wil laten zien dat de Schotse keepers niet altijd bij Madame Tussaud vandaan komen, zegt: “Er zijn mensen die het mooi vinden als Engeland iets wint, bijvoorbeeld met cricket. Ik wil dat de Engelsen helemaal nìets winnen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden