Tussen de bombardementen bouwen aan een nieuw Syrië

In het noorden van Syrië beginnen de rebellen met herstelwerkzaamheden, terwijl radicale islamistische strijders terrein winnen en er altijd de dreiging is van een bom of een raket.

Een groepje bouwvakkers werkt gestaag door, ook als het geluid van een hoog overvliegende straaljager klinkt. Een voorbijganger tuurt naar de felblauwe lucht boven het Noord-Syrische plaatsje Marea, maar het toestel is niet te zien. Marea ligt niet ver van Aleppo. Veel inwoners zijn gevlucht omdat de Syrische president Assad ook dit dorp regelmatig laat beschieten met raketten of bombardeert met vliegtuigen.

"Dit huis bouwen we voor Aboe Ali", zegt één van de arbeiders. Op de vraag of het niet beter is nog even te wachten omdat er in het gebied zoveel huizen in puin worden geschoten, wijst de man naar boven. "Het is allemaal in de handen van God."

Terwijl steeds meer inwoners het land ontvluchten, beginnen sommigen in het rebellengebied al aan het nieuwe Syrië. Op het industrieterrein aan de rand van Aleppo is bedrijvigheid bij bouwfirma's. Soms wordt materiaal geleverd voor herstelwerkzaamheden na een beschieting, andere spullen gaan naar nieuw te bouwen huizen.

Niet alleen in letterlijke zin wordt er gebouwd aan een nieuwe toekomst. Ook een nieuwe overheidsstructuur wordt in het noordelijke rebellengebied voorbereid. Onlangs waren er verkiezingen voor een nieuw gemeentebestuur in Aleppo. Een initiatief dat democratischer klinkt dan het is: 225 afgevaardigden uit Aleppo en omliggende dorpen kwamen bijeen om die raad te kiezen, de opvolger van de Revolutionaire Overgangsraad voor Aleppo. De verkiezing vond om veiligheidsredenen plaats in een hotel in het Turkse Gaziantep.

De nieuwe raad heeft voorlopig vooral symbolische waarde, net als zijn nationale tegenhanger, de Syrische Nationale Coalitie. Het zijn organen die eenheid onder de rebellen moeten suggereren, of die betrouwbare partners moeten zijn voor landen die humanitaire hulp of andere ondersteuning willen geven.

Een bezoek aan het gebouw van de Aleppo-raad, op een kantorenterrein aan de rand van de stad, wijst uit dat het nieuwe bestuur nog niet geheel operationeel is. "Veel leden zitten in Turkije en we moeten nog op zoek naar een andere locatie," zegt Yasser Zakri, de manager van het kantoor, een voormalig bankgebouw met nauwelijks stroom.

Zakri legt uit voor welke praktische problemen Aleppo staat: stroom, water, telefonie (vast of mobiel), veiligheid, geld, alles is problematisch. Aleppo, zo maakt hij duidelijk, heeft voorlopig vooral behoefte aan crisismanagement.

Abdoel Rahman is zo'n crisismanager, hij houdt zich bezig met de elektriciteitsvoorziening van Aleppo. "Ik heb tientallen teams die zich met laagspanning bezighouden en geen een voor hoogspanning. Er is een groot gebrek aan stroom. De elektriciteitscentrale ligt op een terrein dat voor de helft in handen is van de regeringstroepen. De andere helft is ingenomen door het Vrije Syrische leger."

Het is symbolisch voor de situatie in Aleppo, waar de macht van de rebellen beperkt blijft tot een halve stad. Daar mag dan inmiddels een rechtbank zijn of wat rebellen met politietaken, ook in dat halve Aleppo staat niet alles onder controle van de oppositie.

Althans, een andere vorm van oppositie wint steeds meer terrein: de extremistische strijders van Jabhat Al Noesra, een club die door de Amerikanen op de lijst van terroristische organisaties is geplaatst.

De strijders zijn de laatste maanden in aantal toegenomen, naar verluidt van honderden naar enkele duizenden, al weet niemand met hoeveel ze exact zijn. Ze zijn sterk in aanzien gestegen doordat de leden van Noesra de meeste successen boeken in de strijd tegen Assad. De harde kern bestaat uit strijders die veel ervaring hebben opgedaan in landen als Irak, Libië of Afghanistan. Ze vechten niet alleen aan het front, ze hebben een eigen plek waar ze rechtspreken, een kliniek, bakkerijen en ze verdelen hulpgoederen.

Toch zijn er veel inwoners die grote bedenkingen hebben bij deze organisatie, vooral als die meer van plan is dan alleen Assad verslaan. Aboe Khassem, een dokter uit een kliniek vlakbij een ziekenhuisje dat wordt gerund door Jabhat al Noesra, vertelt dat de organisatie in eerste instantie zijn gebouw wilde innemen. "Dat leidde tot grote problemen. Toen hebben we het voorgelegd aan hun rechtbank. Tot mijn verrassing en tevredenheid kregen wij gelijk."

De dokter is geen groot fan van Noesra, of 'JN' zoals ze ook worden aangeduid. "Syriërs zijn teleurgesteld in een aantal zaken: er komt nauwelijks hulp uit het westen en de rebellen van het Vrije Syrische Leger worden ook gewantrouwd, zeker in Aleppo. Noesra steelt niet, verleent hulp en dankzij hen boeken we vooruitgang in de strijd."

Gewone inwoners van Aleppo, op straat aangesproken, zeggen bijna allemaal dat ze denken dat Noesra na de val van Assad wel zal vertrekken. "Ze willen van Syrië een islamitische staat maken, iets wat de meesten hier niet willen. Dus kunnen we hen eruit schoppen, als ze zelf niet gaan", zegt Aboe Mohammed.

Jabhat al Noesra moet niet veel van journalisten hebben. Maar in een kleine kliniek, door de 'gewone' oppositie gerund, zit een strijder die na enig aandringen wel iets wil zeggen. Hij noemt zich Aboe Ammar, niet zijn eigen naam, maar meer een nom de guerre. Sowieso willen veel geïnterviewden in Aleppo liever niet met hun echte naam in de media, bang voor represailles, van wie dan ook.

Aboe Ammar, een Syriër, vecht al enkele maanden mee met Noesra. "Een paar weken geleden raakte ik gewond, door een mortiergranaat. Een scherf ging dwars door mij heen." Hij zit nu in de gang van de overvolle kliniek te wachten op een controle door een arts. Af en toe wrijft hij kreunend over zijn ribben. "Als ik ben opgeknapt, ga ik weer vechten. Ik ga net zolang door tot ik dood ben."

Aboe Ammar is duidelijk over hoe het Syrië van na Assad eruit moet zien. "Een islamitische staat, waar alleen plek is voor soennitische moslims, niet voor sjiieten of alawieten." Christenen kan hij nog gedogen. "Als ze in hun eigen wijk blijven, hoeven vrouwen geen gezichtsbedekking, tenzij ze zich in islamitisch gebied begeven."

Vragen over waar het geld en de wapens van Noesra vandaan komen, ontwijkt hij. "Wij accepteren in ieder geval geen wapens van niet-moslimlanden. En ook niet van Katar." Dan maakt hij duidelijk dat hij niet verder wil praten. Een bevriende strijder komt binnen met nog een paar mannen die op de eerste hulp al gauw in een handgemeen terechtkomen met andere patiënten. Aboe Ammar blijft op zijn stoel zitten en prevelt wat gebeden.

Op sommige plekken in Aleppo zou al gedemonstreerd zijn tegen Al Noesra maar over het algemeen geldt dat de meeste inwoners te druk zijn met overleven.

Het dagelijks leven biedt al te veel gevaren. Zo zijn er inwoners die voor werk, of voor familiebezoek, vanuit het rebellendeel van Aleppo doorsteken naar de wijken die in handen zijn van Assad. Een riskante onderneming.

Recent zijn tientallen lijken in de rivier gevonden. Velen waren jongemannen die bij een checkpoint van Assad waren opgepakt. Voor de deur van een ziekenhuis, niet ver van die rivier, liggen twee lichamen voor de deur. Voorbijgangers checken wie het zijn. "Ze zijn niet in de rivier gevonden, maar door sluipschutters gedood", vertelt de manager van het ziekenhuis. "Bendes van Assad schieten op de mensen die de lijken uit het water halen."

Ook Abdoel reed onlangs naar de Assad-kant van Aleppo. "Ik wilde mijn loon van de afgelopen maanden ophalen. Niet dat ik heb gewerkt. Maar ze betalen nog steeds uit." Hij werd niet lastig gevallen bij de controleposten van Assad en het staatsbedrijf waarvoor hij werkt, stelde geen lastige vragen. "Ik heb toch weer zo'n 300 dollar erbij," lacht Abduhl, die geen rebel is, maar op andere manieren de oppositie steunt.

Oud en nieuw Syrië lopen nog steeds door elkaar. Gebieden waar de inwoners denken te zijn bevrijd van Assad, zijn dat niet echt zolang Assad die plekken kan beschieten met vliegtuigen of lange-afstandsraketten. Dat ondervond Aleppo enkele weken geleden toen een paar Scud-raketten grote delen van drie wijken wegvaagden.

Maar terwijl delen van het land worden verwoest, blijft, zeker in het noorden van Syrië, de oppositie druk bezig met voorbereidingen van een nieuwe tijd. En zoals de opstand militair wordt gesteund door buitenlandse strijders, of door uit het buitenland teruggekeerde Syriërs, zo is er ook steun voor de bestuursopbouw.

In de grensplaats Azaz rijdt een grote terreinwagen rond met een Nederlands nummerbord. Achter het stuur Majd Yousif. Het camouflageplak dat hij draagt, suggereert dat hij een strijder is, maar hij beschrijft zichzelf als hulpverlener en vooral als politicus. "Ik ben voorzitter van de Partij voor Gerechtigheid en Gelijkheid." Hij noemt het een politieke tak van de gewapende rebellen. "Ik zou hier heel graag een politiek model zoals in Nederland invoeren."

Majd vluchtte in 2003 uit zijn vaderland, maar vond het nu tijd om terug te keren. "De oorlog duurt nu twee jaar. Dat is veel te lang. Kinderen gaan dood, ook door ziekte of honger. Weet je waarom het te lang duurt? Het Vrije Syrische Leger krijgt geld uit allerlei bronnen, maar ze houden het achter. Om geld te hebben waarmee ze na de val van Assad de stemmen van mensen kunnen kopen."

Dan holt hij de straat op om een passerende auto tegen te houden, die door niemand lijkt te worden bestuurd. Maar achter het stuur, waar hij nauwelijks overheen kan kijken, zit een jongetje van 13, met zijn vriendje ernaast op de bijrijderstoel. "Kijk dit kan nu allemaal. Iedereen doet maar wat", zegt Majd hoofdschuddend. "We hebben nog een lange weg te gaan voor we ooit een normaal Syrië hebben."

Hij kijkt naar de straat. In de verte rijden de jongetjes soepel verder door de grotendeels verlaten plaats.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden