Tussen begrijpen en niet begrijpen ligt het geloof

Ooit werd aan Harry Mulisch gevraagd wat voor hem het beste programma uit de geschiedenis van de Nederlandse televisie was. Daar hoefde hij niet lang over na te denken. Dat was 'Zomergasten' en dan in het bijzonder de aflevering waarin hijzelf te gast was.

Of het nu inderdaad het beste programma ooit is, weet ik niet, maar 'Zomergasten' was lange tijd voor mij de maat der dingen in de maanden juli en augustus, zoals Koot en Bie dat waren in de rest van het jaar.

Ik herinner me zomergasten als Jan Wolkers die langzaam aangeschoten werd van de champagne, Ischa Meijer die een briljant lesje interviewen gaf aan presentator Peter van Ingen en inderdaad, Harry Mulisch. Onze grote schrijver verzorgde een fascinerende televisieavond over onder meer de Tweede Wereldoorlog, Cuba, vrouwen en zijn verhouding met muziek. Mulisch doceerde en na drie uur kijken kende je niet alleen zijn wereldbeeld, maar begreep je ook waarom hij zo dacht.

Op een gegeven moment begon ik 'Zomergasten' over te slaan. Ik weet niet goed waarom. Het programma liep bij me weg, als een vriendschap die langzaam uitdooft. Zonder ruzies of grote verwijten. Tot ik helemaal niet meer keek en ook daarover het schuldgevoel langzaam maar zeker verdween. De zomer was weer even eindeloos als vroeger.

Sinds afgelopen zondag hebben 'Zomergasten' en ik weer contact. Eigenlijk wilde ik niet gaan kijken. Maar toen zag ik Annejet van der Zijl en moest ik wel. Ze heeft me verleid: met haar lach, haar kraakheldere taal en aangenaam lange fragmenten. Ze liet stukken zien uit 'Bravehearts' (een reconstructie van het bloedbad op het Noorse eiland Utøya), we zagen een gesprek tussen Ischa Meijer (daar is-ie weer) en Annie M.G. Schmidt alsmede een ander duet uit de tv-hemel: Theo van Gogh die Pim Fortuyn interviewt.

Het ging over begrijpen. Als verhalenverteller wil Van der Zijl mensen begrijpen. "Waarom maakt een gewoon mens - geen psychopaat - een ongewone keuze?" Maar het ging ook over niet begrijpen. En dat vond ik interessanter. Ze liet een filmpje zien over de zwaartekrachttheorie van Galileo Galilei. In een hoge ruimte vallen een bowlingbal en een veer van dezelfde hoogte naar beden. De bowlingbal is veel sneller beneden. Dan wordt het experiment herhaald en doen ze er allebei even lang over de grond te raken. Ik snapte er niets van en voelde mij opeens heel erg dom. Gelukkig begreep Annejet van der Zijl er ook niets van en vond ze dat helemaal geen schande. "Ik heb gewoon besloten dat ik het een feest vind om naar te kijken. Het lijkt me ook heel saai om alles in het leven te begrijpen."

Ik moest aan deze uitspraak denken toen ik het mooie interview met Herman Finkers las in De Kovel, 'monastiek tijdschrift voor Nederland en Vlaanderen'. Alleen van de naam al, Kovel, word ik rustig en een vriendelijker persoon voor mijn omgeving. Finkers praat over de relatie tussen kerk en religie en de rol van het mysterie in het katholiek geloof. "Ik kreeg lessen gregoriaans en daaruit leerde ik dat je eerst de Latijnse tekst moet uitspreken, puur op klank", vertelt hij. "Vervolgens reciteer je die. Pas dan zing je op de melodie. En achteraf ga je eens kijken wat de tekst betekent en zing je het nog eens. Zo krijg je verdieping en die noem ik het zoeken naar het mysterie. Daar gaat het toch om in het katholieke geloof?" In de kruipruimte tussen begrijpen en niet begrijpen ligt het geloof.

Het Latijn is ooit hardhandig uit de meeste Nederlandse katholieke kerken verbannen, omdat het een dode taal zou zijn, onbegrijpelijk voor het Volk Gods. Hierbij zou ik twee dingen willen opmerken. Allereerst is het belangrijk in ogenschouw te nemen dat God eeuwen Latijn heeft gesproken, daar houdt Hij niet zomaar mee op. In die taal huist een helder systeem, maar je moet wel even zoeken. Bovendien zijn veel Nederlandse liturgische teksten ook onbegrijpelijk. Gelukkig maar, zou ik bijna zeggen. Neem 'Licht dat ons aanstoot', misschien wel het mooiste lied van Huub Oosterhuis en Antoine Oomen. Ik citeer uit het tweede couplet:

Licht, van mijn stad de stedehouder,

aanhoudend licht dat overwint.

Vaderlijk licht, steevaste schouder, draag mij,

ik ben jouw kijkend kind.

Die laatste zin, dat 'kijkend kind', heb ik nooit begrepen. Maar ik geloof het wel. Heel erg zelfs.

Zalig zij die niet alles begrijpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden