Turkse voorman Ates hekelt ideeën van Bolkestein en Netelenbos

HOOFDDORP - “Ik vind die plotselinge aandacht van overheid en politiek voor het verschijnsel imamopleiding verdacht. Ik denk dat er bepaalde motieven achter zitten. Welke weet ik niet precies. Misschien wil men de Nederlandse moslimgemeenschap manipuleren, ons een bepaalde islam voorschrijven. Waarom zou men zich anders zo intensief bemoeien met de manier waarop wij onze geestelijke voorgangers opleiden?”

Emin Ates, voorzitter van de Turks-islamitische culturele federatie, snapt niet waarom staatssecretaris T. Netelenbos en VVD-fractieleider F. Bolkestein zich ineens zo druk maken over het feit dat de Turkse en Marokkaanse gemeenschappen in ons land hun imams uit het buitenland halen en niet in Nederland laten opleiden. “Dat is vreemd.”

Ates, wiens federatie 114 Turkse moskee-verenigingen overkoepelt, zegt: ''Men maakt zich toch ook geen zorgen over het feit dat de katholieke kerk in het buitenland opgeleide priesters hier in parochies laat werken? Terecht niet. Dat moet elke geloofsgroepering voor zich uitmaken, dus ook de onze.''

Ates doelt op de aankondiging van de staatssecretaris van onderwijs, onlangs tijdens een symposium in Amsterdam, dat ze middelbare scholen de mogelijkheid wil bieden hun islamitische havo- en vwo-leerlingen op te leiden tot imam. Ze hoopt zo een bijdrage te leveren aan het integratieproces van de moslimgemeenschap in ons land.

Bolkestein liet daarop weten een Nederlandse opleiding tot imam om die reden zó belangrijk te vinden, dat de overheid daarvoor financiële steun beschikbaar dient te stellen.

Ates, die geen enkel principieel bezwaar heeft tegen een imamopleiding op Nederlandse bodem (“daar streven we uiteindelijk ook naar“), reageert uiterst verbaasd: “In al die veertien jaar dat ik me met minderheidsactiviteiten bezighoud, heb ik steeds meegemaakt dat de overheid, lokaal en landelijk, 'nee' zei wanneer islamitische organisaties voor het uitoefenen van de geloofsbeleving van hun achterban financiële steun vroegen. Met een beroep op de scheiding tussen kerk en staat die in dit land bestaat, kregen we nooit een cent. En plotseling blijken vooraanstaande politici bereid de geldbuidel te trekken.”

“Waar was men toen tien, vijftien jaar geleden de eerste behoefte aan Nederlandse imams opkwam? Toen hoorde je de regering en het parlement niet. En nu is iedereen ineens druk in de weer om voor ons imams op te leiden. Dat vind ik verdacht.”

De wet voorschrijven

“Men probeert ons de wet voor te schrijven, negeert het feit dat de verantwoordelijkheid voor het opleiden van imams bij de moslims zelf moet liggen. Wij zullen nooit een situatie accepteren waarin niet-moslims bepalen hoe onze 'ambts'opleiding eruit dient te zien.”

Gevraagd of angst voor opkomend moslimfundamentalisme wellicht een rol speelt, zegt Ates: “Laten we het niet hopen, dat zou een ramp zijn. Het zou betekenen dat de overheid óf niet weet wat er in de moslimgemeenschap omgaat óf dat ze paranoïde gedrag vertoont.”

Afgezien van de principiële kant van deze zaak - “men heeft met de grote, representatieve moslimorganisaties nimmer een woord over dit plan gewisseld” - verwerpt Ates het idee van Netelenbos de imamlessen in te passen in de 'vrije ruimte' van de basisvorming en daarvoor maximaal zeven uur uit te trekken.

“Dat is onzin. Hieruit blijkt een volledige onderschatting van de functie van imam. Die is, althans volgens Turkse begrippen, niet alleen voorganger bij het dagelijkse gebed, maar ook degene die in de preek de koran uitlegt en die gelovigen raad geeft, hen bijstaat in hun problemen. Dat vraagt om veel inzicht.” Reden waarom volgens Ates de Turkse gemeenschap in ons land van voorgangers vraagt dat ze een academische achtergrond hebben.

“Je wordt niet zomaar imam, daar is een gedegen, langdurige opleiding voor nodig. Je moet Arabisch kennen, filosofie gestudeerd hebben.” Dat kost allemaal veel meer tijd dan de staatssecretaris ons wil toebedelen. Wij hebben niets aan mensen van wie de regering en de autochtone Nederlanders zeggen 'ja, dat zijn goede imams', terwijl de moslims ze niet in hun moskeeën willen hebben. Dat werkt natuurlijk niet.”

Netelenbos wil de docenten voor 'haar' Nederlandse opleiding tot imam onder meer halen uit de lerarenopleiding islam die de Hogeschool Holland in Diemen onlangs heeft opgestart. Ook dat ziet Ates niet zitten: “Diemen levert mensen af die op scholen uitleg kunnen geven over de islam. Dat is heel wat anders dan ze bevoegd verklaren om imams op te leiden. Dat is ongeveer hetzelfde als geschiedenisleraren predikanten of priesters te laten opleiden. Daar zijn heel gekwalificeerde mensen voor nodig. Dat geldt ook voor een imamopleiding.”

Overigens vindt Ates niet dat afgestudeerden aan de Hogeschool Holland in de huidige situatie gekwalificeerd zijn om islamitische 'catechese' te geven. “De moslimgemeenschap heeft in meerderheid geen zeggenschap over selectie van docenten en inhoud van de lessen. Daarom kunnen we de opleiding niet erkennen.”

Terugkerend naar het idee van een opleiding tot imam in Nederland erkent Ates de noodzaak daartoe. “Naarmate de tijd verstrijkt wordt het steeds gewenster imams te krijgen die in Nederland zijn geboren en de situatie hier kennen.” Hij verwacht dat het in 2004 zover zal zijn. Voorlopig beschikt men echter nog niet over de nodige financiële middelen om uit het buitenland gekwalificeerde docenten voor de specifieke imamvakken aan te trekken.

Vandaar dat de Islamitische culturele federatie alvast met een eigen opleiding in Turkije is gestart. Sinds vorig jaar studeren in Bozyazi bij Anamur 183 Nederlandse jongens van Turkse komaf voor imam, op een speciale middelbare school waarvan het leerplan in overleg met het Nederlandse ministerie van onderwijs is opgezet. Onlangs heeft Ankara erin toegestemd dat de lessen in het Turks én in het Nederlands worden gegeven. Desgevraagd geeft Ates toe dat er nog 'kinderziektes' bestaan. Ze worden volgens hem onderkend en “binnen twee jaar zal er een onderwijsniveau bereikt zijn dat evenwaardig is aan dat in Nederland.”

Tot slot de vraag hoe Ates aankijkt tegen Bolkesteins subsidievoorstel naar aanleiding van het plan van de staatssecretaris. “Ik ben er juist voor alle 'kerkelijke' subsidies af te schaffen. Laten we maar eens zien wie er dan overblijft. Hoe Bolkestein zijn voorstel kan rijmen met zijn liberale uitgangspunten is me een raadsel. In alle andere gevallen bepleit hij juist het terugdringen van overheidssteun. Vandaar dat zijn onverwachte vrijgevigheid en die ineens opgepoetste integratiegedachte me extra wantrouwig maken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden