Turkije raakt verstrikt in extremistisch web

IS gijzelt al tijden 49 Turken, ondanks Erdogans steun aan rebellen

ISTANBUL - Is de Turkse regering medeplichtig aan het succes van de IS? Deze vraag houdt de gemoederen in Turkije bezig. De Turkse bestuurders hullen zich vooralsnog in stilzwijgen als het om de 'Islamitische Staat' gaat. De vraag is of de Turken enkel zwijgen omdat ze zich zorgen maken om de veiligheid van de door de IS ontvoerde 49 Turken.

Aan het begin van de oorlog om de belangrijke stad Mosoel belegerden de IS-militanten ook het Turkse consulaat in die stad en namen 49 mensen in het gebouw, onder wie de consul-generaal, in gijzeling. De Turken hoopten zaken te kunnen doen met de extremisten van de IS. Ahmet Davutoglu, de toenmalige minister van buitenlandse zaken, noemde de IS-mannen een groep 'boze jongens'. De minister leek zich meer te storen aan de 'polariserende houding' van de Iraakse regering dan aan de gruweldaden van de IS.

Die opstelling heeft volgens critici tot gevolg dat de situatie nu uit de hand dreigt te lopen voor Turkije. "Er is een monster gecreëerd in ons gebied", zegt politiek-analiste Ceyda Karan. Ze windt er geen doekjes om als het over de rol van de Turkse regering daarin gaat: "De ideologie van de moslimbroeders heeft hier alles mee te maken. Ook de Turkse regeringspartij AKP heeft, als een van de grootste vertegenwoordigers van de moslimbroeders, flink bijgedragen aan de creatie van het monster."

Karan staat bekend om haar onverbloemde kritiek aan het adres van president Tayyip Erdogan. Ze vervolgt: "Deze verzameling van moordlustige gekken is een bijwerking van de politieke islam. Onder leiding van Erdogan heeft Turkije de groei van dit monster oogluikend toegestaan. De Islamitische Staat is nu een slang die de hele regio bedreigt. En de zogenaamde milde islam heeft er alles mee te maken."

De Turkse regering heeft er nooit een geheim van gemaakt snel af te willen van regime van de Syrische president Assad. President Tayyip Erdogan sprak meermalen de verwachting uit dat de dagen van Assad als leider van Syrië geteld waren. In dat streven steunde Turkije de Syrische oppositie en opende de grenzen voor de rebellen. Volgens critici zoals Karan en de Turkse oppositie heeft dat beleid ervoor gezorgd dat Turkije een achtertuin werd voor allerlei djihadistische bewegingen, waaronder IS. De schok was dan ook groot toen de IS-strijders bij de bezetting van Mosoel geen uitzondering maakten voor de Turken op het Turkse consulaat.

President Erdogan heeft een maand geleden IS opgeroepen om de Turken vrij te laten. Hij zei: 'Als jullie moslims zijn, geven jullie de Turkse burgers hun vrijheid terug'. Vooralsnog zijn de IS-leiders niet ingegaan op de woorden van Erdogan.

Vicevoorzitter Sezgin Tanrikulu van de grootste oppositiepartij CHP zei onlangs dat Turkije de djihadisten niet alleen logistieke steun heeft gegeven, maar dat er op bevel van Erdogan wapens geleverd zijn aan IS. Op een persconferentie liet hij weten: "We hebben bewijs dat Erdogan direct betrokken is bij de levering van zwaar wapentuig aan IS. Vroeg of laat wordt hij berecht voor zijn daden. Ik hoop dat hij lang genoeg leeft zodat hij voor de rechter kan verschijnen."

Leverde Turkije wapens aan djihadisten in Syrië?

De Turkse regering ontkent wapenleveranties aan extremistische groeperingen in Syrië. Sinds de ontvoering van de Turkse burgers in Mosoel geldt ook een publicatieverbod omtrent deze kwestie. De Turkse bestuurders verwijten de oppositie een gevoelige kwestie als IS en de gijzeling van de Turken te gebruiken voor binnenlands politiek gewin.

Zeven Turkse vrachtwagens die de Turkse gendarme in januari dit jaar wilde inspecteren, zijn volgens de Turkse oppositie het beste bewijs voor wapenleveranties aan de djihadisten in Syrië. Bij een poging van de gendarme de vrachtwagens te inspecteren ontstond er een ruzie met agenten van de Turkse inlichtingendienst MIT. Na tussenkomst van de regering konden de vrachtwagens doorrijden naar Syrië en slaagde de gendarme er niet in om vast te stellen wat de vrachtwagens vervoerden.

Vlak na deze gebeurtenis maakte de regering bekend dat de vrachtwagens levensmiddelen en speelgoed naar de Turkmeense minderheid in Syrië vervoerden. De oppositie acht deze verklaring ongeloofwaardig. Die meent dat als de vrachtwagens levensmiddelen en speelgoed vervoerden de inlichtingendienst niet zo hard opgetreden zouden hebben tegen de militairen van de inspectie.

De officieren van justitie die destijds opdracht gaven voor de controle van de vrachtwagens zijn inmiddels uit hun functies ontheven. Tegen hen loopt nu een gerechtelijk onderzoek wegens misbruik van hun functies voor politieke doeleinden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden