Turkije heeft helden, geen schrijvers

'Zijn er dan echte individuen in Turkije?' De stand van de Turkse literatuur: alle schrijvers zijn heteroseksueel, hebben lieve ouders, willen Turkije redden, weten hoe dat moet, en schrijven over het algemeen slechte boeken, vindt Erdal Balci. Zelfs de grote Pamuk creëert geen personages maar figuranten in allegorieën. Toch is er hoop, mits Turkije voort mag gaan op de ingeslagen weg. Op naar de status van een gewoon, saai land in EU-verband!

'Een stad, die door de zee in tweeën wordt gedeeld. Een land, dat de warme Middellandse-Zeecultuur met de democratie van het noorden aan het mengen is. Waarom zou ik ergens anders willen wonen?'' Ahmet Altan, in Turkije een populaire schrijver maar in het buitenland nog niet doorgebroken, legt uit waarom hij nooit uit Istanbul weg wil.

Turkije heeft -politiek gesproken- iets van een fragiele bloem die met EU-water uit de dorre grond van het Midden-Oosten wordt opgekweekt. Het vordert. Maar wat betekent dit voor de Turkse literatuur? Hoe moet die verder, nu ze verstoken raakt van de rijke bron met ellende, martelingen en gevangenschappen? Begint Turkije als eerste islamitische land schrijvers voort te brengen, die hun personages níet gebruiken om politieke boodschappen te geven?

Stendhal heeft ooit gezegd dat het ter sprake brengen van een politiek onderwerp in een literair boek hetzelfde is als het afvuren van een pistool midden in een toneelvoorstelling. Als dat klopt, dan is in Turkije literatuur oorlog, een ononderbroken schietpartij. Turkije heeft geen schrijvers, alleen schrijvende politieke helden.

Twee voorbeelden: Nazim Hikmet, de bekendste Turkse dichter en toneelschrijver. Communist in hart en nieren. Symbool van de kunstenaar die heeft geleden. Vanwege zijn politieke ideeën heeft hij jarenlang in verschillende Turkse gevangenissen gezeten. Uiteindelijk vluchtte hij naar wat toen nog de Sovjet-Unie was, alwaar hij in ballingschap is gestorven.

Hikmet wilde een betere toekomst voor zijn landgenoten, wist zéker dat dit alleen te verwezenlijken was door het communisme in te voeren, en schreef hier tientallen -vaak mooie- gedichten over. Hij verkommerde van heimwee naar zijn vaderland, blies de laatste adem uit in den vreemde en werd het boegbeeld van de Turkse kunstenaar die zich opoffert voor zijn volk.

En dan Sabahattin Ali, een wat minder grote naam in de reeks martelaren. Deze dichter en schrijver -ook een vaandeldrager van socialistische idealen- heeft in de beruchtste gevangenis van Turkije gezeten. Jarenlang kroop het vocht van de Zwarte Zee zijn botten in, in de gevangenis van Sinop. Hij hoorde het ruisen van de wilde zee, kon die niet zien en schreef: ,,Onderdruk toch je verlangen om een keer de zee te zien // de hemel zie je toch gewoon // doe alsof je de zee gadeslaat // de hemel is ook blauw''.

Toen Sabahattin Ali uit de gevangenis kwam en in de voetsporen van Hikmet wilde treden, wachtte hem een vreselijke dood. Bij de Bulgaarse grens werd hij ingehaald. De moordenaar had een bijl bij zich waarmee hij het hoofd van Ali bewerkte. Dat de moordenaar in opdracht van de Turkse geheime dienst opereerde, spreekt voor de meesten voor zich. Sabahatin Ali werd na de moord min of meer automatisch bijgeschreven in de lijst van 'grote dichters'.

Deze twee mannen beoefenden hun vak in de jaren van de Koude Oorlog. Jongere schrijvers hebben minder geleden. Maar de trend was gezet.

Telkens als de bekendste Turkse schrijver van deze tijd, Orhan Pamuk, een nieuw boek publiceert, wordt hij door programmamakers uitgenodigd en steevast over de politieke situatie van het land uitgehoord. De schrijver is zo gewend geraakt aan zulke gesprekken dat hij -toen ik hem twee jaar geleden voor Trouw een literaire vraag stelde over 'Mijn naam is Karmozijn'- antwoordde: ,,Ik denk niet dat de Nederlandse krantenlezers hier belangstelling voor hebben.'' Om daarna onverstoorbaar verder te praten over de mensenrechtensituatie in het land.

Natuurlijk heeft de westerse literatuur een rijke traditie aan politieke romans, van Steinbeck tot zelfs Dostojevski. Nu elke persoon een politieke identiteit heeft en die identiteit in de literatuur op de een of andere manier wordt uitgediept, en zelfs een kunstenaar die alleen bloemen wil zien ook daarmee een politieke boodschap uitdraagt, is het niet realistisch om politieke kwesties geheel uit de literatuur te willen verbannen. Maar de kwestie is dat -grof gezegd- bijna de hele derdewereldliteratuur, inclusief de Turkse, één grote allegorie is. Van Amin Maalouf tot Maryse Conde en van Orhan Pamuk tot Salman Rushdie.

Het kan misschien ook niet anders. De derdewereldintellectueel is de vrucht van achtergebleven, analfabete, arme bevolkingsgroepen. Van hem wordt verwacht dat hij zich als een soort 'redder' gaat opstellen. Terwijl de westerse schrijver deze traditie van de 'correcte idealist' al lang achter zich heeft gelaten, moet de Turkse, de Arabische, de Afrikaanse schrijver als een held voor de leeuwen springen. Anders wordt hij niet eens serieus genomen.

Het kan komisch worden, als zo'n schrijver zijn taak in een westers jasje probeert te verrichten. Zo laat Yashar Kemal Turkse bejaarde dorpsbewoners pagina's lang praten als waren zij personages van Shakespeare. De Turkse oma's filosoferen er in zijn boeken duchtig op los. En ze zijn ook zo heldhaftig allemaal. Terwijl een bezoek aan een willekeurig dorp in Anatolië bewijst dat de meeste Turkse boeren en boerinnen in de betrokken leeftijdscategorie niet verder komen dan een paar zinnen: Ben je getrouwd, mijn zoon? Leeft je moeder nog? Hoeveel verdien je in een maand?

Op de vraag waarom de Turkse schrijver de overstap van allegorie naar echte personages nog niet heeft kunnen maken, antwoordt Murat Belge, een bekende Turkse criticus, met een tegenvraag: ,,Zijn er echte individuen in Turkije dan?'' En dan zijn we misschien bij waar de schoen wringt. Is het zo dat de ontwikkeling van literatuur hand in hand gaat met de 'individualisering'? Is het voor een schrijver met islamitische wortels überhaupt mogelijk om zich los te maken van de beperkingen die de zeer concrete wetten van de Koran opleggen? Om de o zo vertrouwde en gezellige clancultuur vaarwel te zeggen? Om te kiezen voor een verzengende eenzaamheid? En na dit alles al gepresteerd te hebben ook nog eens niet-bestaande individuen te scheppen?

De mens uit het Midden-Oosten toont zijn zwakheden liever niet. Hij houdt die al voor zichzelf geheim, laat staan dat hij de zwakke, verachtelijke kanten van zijn persoon op papier zet en die tekst nog publiceert ook. Hij praat met respect over zijn familie. Anders dreigt er uitsluiting en niets is moordender voor deze miljoenen, die als kind de koranverzen uit hun hoofden hebben geleerd en deze verzen nooit ter discussie hebben mogen stellen.

De Turkse literatuur kon geen Proust voortbrengen, die zijn ziel tot op het laatste deeltje bloot heeft gelegd. Er kon nog geen Turkse Gerard Reve opstaan, om met walging over zijn ouders te schrijven. Geen enkele Turkse schrijver heeft openlijk blijk gegeven van zijn homoseksualiteit. Ze zijn allemaal heel normaal, ze hebben lieve ouders, ze willen Turkije redden, hebben daar de oplossingen voor en schrijven over het algemeen slechte boeken.

In de paar goede boeken, die er óók zijn, wordt eveneens allegorie bedreven, maar dan goede allegorie. Zoals Orhan Pamuk dat zo mooi kan. Uit alles blijkt dat Pamuk de westerse literatuur goed heeft onderzocht. In zijn boeken speelt hij met vormen en stijlen zoals alleen uitzonderlijk talentvolle westerse schrijvers dat kunnen. De complexiteit van zijn stijl zorgt er nooit voor dat alles in een chaos eindigt. Pamuk is een architect die over de plaats van elke baksteen nadenkt. Maar, ook zíjn personages leven niet echt. Stuk voor stuk dienen ze om een politieke gebeurtenis of een tijdperk uit te leggen.

Om terug te komen op Ahmet Altan, de goed verkopende schrijver die zijn leven lang in Istanbul wil blijven wonen. Na Pamuk en Kemal is hij de meest verkochte schrijver in Turkije. Een omstreden man, zo moedig dat hij in columns de in de ogen van de meeste Turken bijna heilige generaals van de legertop aanvalt. Er loopt een rechtszaak tegen hem, die de generaals hebben aangespannen. Voordat Altan romans publiceerde was hij al een vooraanstaande politieke figuur. En zoals te verwachten heeft ook hij typetjes gecreëerd om zijn politieke standpunten krachtiger neer te zetten.

Dat de Turkse regering de ene hervorming op de andere laat volgen, om de 'Kopenhagen-criteria' van de EU te halen, wil niet zeggen dat de Turkse cultuur, de Turkse kunst en de Turkse literatuur van de ene dag op de andere een inhaalrace beginnen.

Europeanen die sceptisch staan tegenover een lidmaatschap van de EU voor Turkije hebben gelijk als ze zeggen dat het Europese culturele erfgoed ver van Turkije af staat. Inderdaad, de Turken zijn met de verhalen van de heilige Omar opgegroeid, die voor rechtvaardigheid zorgde door koppen te laten rollen. Ze kennen de Griekse goden niet. De Renaissance en de Verlichting zíjn aan hen voorbij gegaan en de industriële revolutie vindt nu pas plaats. De verstedelijking is nog volop aan de gang, enzovoort, enzovoort.

Maar wie toch hoop koestert en op de eerste échte literaire stroming uit een islamitisch land wacht, moet de ontwikkelingen in Turkije volgen. De Derde Wereld heeft met de Latijns-Amerikanen (Gabriel García Márquez) een keer gestunt. Voor de moslimlanden is er nog een lange weg te gaan.

Er is veel gebeurd in dit deel van de wereld, er valt veel te vertellen. De Turken kunnen ermee beginnen. In Turkije zijn de schrijvers voor het eerst in hun leven vrij om te schrijven wat ze willen. De vreselijke gevangenis waar Sabahattin Ali heeft gezeten, is een museum geworden. Er wordt over gedacht de botten van Nazim Hikmet over te laten komen; de dichter heeft namelijk geschreven dat hij in een Anatolisch dorpje begraven wilde worden.

Orhan Pamuk heeft zijn moeder kwaad gemaakt met dingen die hij over haar heeft geschreven. Er wordt gemasturbeerd in boeken. Vogels poepen op de standbeelden van de 'heilige' Atatürk. Er is lichte beweging. De pakken worden glad gestreken voor de echte talenten. Die hoeven ze alleen maar aan te doen en ze zullen meteen goed staan.

Misschien is het een lichtpuntje voor wie Turkije liever niet in de Europese Unie heeft: het liberale, democratische water van de Unie zal er verse, aromarijke, smaakvolle schrijvers doen ontkiemen. Als ze geduld hebben, kunnen ook zij in de toekomst genieten van nieuwe schrijvers die voor de verandering geen westerse of Latijns-Amerikaanse achtergrond hebben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden