Turkije / Hang naar Europa, maar niet modern

Turkije wil al veertig jaar bij de Europese Unie. Op 12 december wordt op de EU-top in Kopenhagen bekend of Turkije de door haar zo verlangde startdatum krijgt voor de onderhandelingen over volledig lidmaatschap. Maar hoe Europees zijn de Turken en hoort hun land wel in een unie van Europese elite?

Is er één ander volk zo vervuld van een vurig verlangen naar het westen? De trek, die in Centraal Azië begon, weet van geen ophouden. Het is duizend jaar geleden dat de Turken de steppen achter zich lieten, maar de drang naar het westen weet van geen ophouden.

Turken vormen een volk dat op een aangrijpende manier is verscheurd tussen twee werelden. De ooit zo oorlogzuchtige, primitieve Turken hebben door al dat trekken wel vooruitgang geboekt. Ze ontdekten dat er een ander leven mogelijk was dan alleen paardrijden en oorlogvoeren. Ze leerden dat je behalve in tenten ook in huizen kunt wonen. Ze hadden niet eens een woord voor 'deur'; dat hebben ze van andere volken moeten overnemen. Een behoorlijk geloof hadden ze niet. De Arabieren hebben hen daarin een dienst bewezen. De kunstzinnigen onder de Turken wisten niet wat ze zagen toen ze muzikanten van andere volkeren allerlei snaar- en blaasinstrumenten zagen spelen. Hun taal hebben ze verrijkt door, waar nodig, woorden uit het Perzisch en Arabisch over te nemen. En toen ze al deze vooruitgang combineerden met hun militaire talent, werden ze eeuwenlang heer en meester in het Midden-Oosten en in de Balkan.

Maar of dit alles voldoening heeft gebracht is de vraag. De kleinkinderen van de Seldzjoeken wisten weliswaar een imperium te stichten dat zich van Afrika tot Europa uitstrekte, maar het gevoel nergens thuis te horen en de frustrerende bewondering voor het onbekende westen liet zelfs de sultans niet los. Menige sultan aan het hoofd van de imposante Ottomaanse Rijk, die als de kalief de leider was van de hele islamitische wereld, liet in het geheim artiesten uit Europa overkomen om hen in een geheime kamer in het paleis 'zondige' operavoorstellingen te laten geven. Hoewel men alle oorlogen aanging met een leger dat grotendeels bestond uit boeren uit Anatolië, deed het Ottomaanse Rijk niets terug voor dit hart van het Rijk. Alle mooie moskeeën, bruggen, paleizen en scholen werden ofwel in de hoofdstad Istanbul, ofwel in de westelijke balkansteden gebouwd. Op Anatolië werd neergekeken. Het lag toch maar in het oosten, ver van de beschaving.

Maar wat was het westen dan wel, wat wilden de Turken bereiken, waar wilden ze naar toe? Toen de sultan de knapste koppen uit het leger naar Parijs en Berlijn stuurde om hen daar op te laten leiden voor zijn Rijk, bezegelde hij daarmee meteen het einde van zijn imperium. Deze jonge officieren leefden enkele jaren in het westen, zagen dat daar een grondwet was, dat regeringen daar het land bestuurden, dat volkeren bevangen waren door het vuur van nationalisme-en wilden dat allemaal ook in hun eigen land. Ze richtten de Partij van Eenheid en Vooruitgang op, onttroonden de sultan en na de Eerste Wereldoorlog werd een van hen de grote leider van het land: Mustafa Kemal Ataturk, de stichter van de 'moderne, naar westerse maatstaven' opgerichte republiek.

Maar ook deze nieuwe bestuurders lukte het niet om de Turken een eigen identiteit en een gevoel van 'ergens thuis horen' te geven. Was het proeven aan de westerse cultuur voor de sultans een clandestiene aangelegenheid, de nieuwe mannen aan het roer maakten er werk van om te laten zien hoe westers ze wel niet waren. Het Arabische alfabet maakte plaats voor het Romeinse, alle mannen moesten westerse hoeden dragen, klassieke Turkse muziek mocht niet meer op de radio, er werden cursussen geopend waar men op zijn Europees kon leren dansen enzovoorts. 'Verwestering' kende geen grenzen. Het verdiepte het minderwaardigheidscomplex jegens het westen, al zo lang aanwezig in menig Turks hart.

In deze tijd werd tevens een sterk anti-Arabisme gezaaid. Alles wat met Arabieren te maken had, was achterlijk en slecht. Taalkundigen gingen op zoek naar oude, pure Turkse woorden om de gewortelde Arabische woorden uit het Turks te gooien. Men zat weliswaar in de knel met het geloof, maar verzon ook daar een mooie uitleg voor: ,,De Arabieren hadden het in de ogen van Allah zo bont gemaakt, dat hij wel genoodzaakt was om een Arabier als profeet te kiezen. Alleen een profeet kon dit verrotte volk redding brengen''.

Het was alsof men alles wilde wissen dat de 'heilige' verwestering van de Turken tegen kon houden. Weg met de Arabieren, weg met de Perzen, het Ottomaanse Rijk deugde ook niet, het westen was goed. Turkije wilde zo graag westers worden dat de politieke leiding eind jaren veertig groen licht gaf voor een meerpartijenstelsel. Voor meer verwestering deden deze machthebbers indirect afstand van hun eigen macht. En toen de oorlog in Korea uitbrak, waren de Turken de meest vrijwillige soldaten om in deze verre oorlog te vechten. Als Turkije maar, in ruil daarvoor, lid kon worden van de Navo. Dat lukte.

Ook kreeg de duizendjarige trek naar het westen in de jaren zestig een extra impuls toen honderdduizenden Turkse boeren zich als gastarbeider in de achterstandswijken van de grote Europese steden vestigden. Mettertijd zag men echter dat de grote inspanningen tot verwestering niet echt veel uithaalden. Turkse gastarbeiders waren weliswaar wel ijverig in de fabrieken en braaf in de samenleving, maar een Europese manier van denken en leven lieten ze nimmer zien. Hoe kunstmatig de verwestering in Turkije was geweest, was het beste te zien aan deze gastarbeiders.

En aan het thuisfront werden er militaire coups gepleegd, werden politieke- en jongerenleiders opgehangen, werd de taal van een minderheid verboden, werden politieke gevangenen gemarteld, schrijvers en journalisten in de gevangenis gegooid, boeken verbrand en grondwetten opgesteld die universele waarden met de voeten traden. Het paradoxale was dat dit alles gebeurde in de naam van verwestering. Want het was toch ondenkbaar dat de Turkse machthebbers de erfenis van Ataturk zouden verkwanselen door niet resoluut op te treden tegen fundamentalisten, communisten en Koerdische seperatisten?

Inderdaad, de Turken hebben niet zo goed begrepen wat modernisering is. Maar het moet gezegd, hun taak is loodzwaar. Het land ligt als een brug tussen het westen en het oosten, het wil wel graag westers worden, maar het kan dat niet zo goed. Turken hebben geen Renaissance gekend, de Verlichting is aan hun voorbij gegaan. De Industriële revolutie heeft ver van hen plaatsgevonden. Ze hebben geen schrijvers gehad als Montaigne, Erasmus, Balzac en Goethe die hun maatschappij konden vormen. Mustafa Kemal Ataturk las Rousseau pas toen hij de republiek aan het stichten was. En wie kan hen dat kwalijk nemen? Wie kan een volk dat grenst aan Syrië, Irak en Iran verwijten dat het de kern van de westerse levensbeschouwing niet begrijpt?

De manier waarop de gastarbeiders in Europa, althans de ondernemingsgezinden onder hen, te werk gingen zegt misschien alles over de oosterse mentaliteit waarvan de Turk zich niet weet te ontdoen. De Turken kopieerden elkaar zozeer, dat Duitsland en Nederland in een paar jaar vol stonden met Turkse groentezaken, shoarmazaken en slagerijen. Iets nieuws beginnen, anders zijn dan de rest, dingen uitvinden, creatief zijn, zit er niet in.

Na de invoering van het meerpartijenstelsel zijn in Turkije tientallen partijen opgericht, met namen als deugd, het juiste pad, rechtvaardigheid, trouw, eenheid, vooruitgang... Turken kwamen superlatieven tekort om blijk te geven van hun politieke voorkeuren. Een Partij van Vernieuwing was er echter nooit bij. Turken hebben altijd gedacht dat ze Europees konden worden door Europa na te doen. Dat wat het westen onderscheidt de nooit ophoudende vernieuwingsgedachte is, die in haar kielzog vooruitgang brengt, hebben ze niet begrepen. Democratie, mensenrechten en vrijheid van meningsuiting zijn uitvloeisels van die vernieuwingsmentaliteit. Het westen komt niet vooruit door te kopiëren, maar door constant op zoek te gaan naar het nieuwe, het betere. Een voor oosterlingen vreemde aanpak. Zij prijzen hun voorouders, leren de schriftelijke overblijfselen van deze voorouders uit hun hoofd, komen nooit toe aan hervorming van hun religie en hebben een hekel aan creatieve breinen.

Echter, wil men er achter komen of de westerse manier van leven en denken exporteerbaar is, dan zou de Europese Unie Turkije een kans moeten gunnen. Nergens zal men meer animo om te leren aantreffen. Mocht Turkije na veertig jaar in de wachtkamer van de Europese Unie en ondanks tientallen hervormingen geweerd worden, dan is dat een boodschap aan de rest van de oosterse wereld. Als zelfs Turkije, het enige seculiere en ondanks alle tekortkomingen modernste islamitische land in de wereld, uit de Europese gemeenschap wordt geweerd, betekent dat dat andere ontwikkelingslanden die misschien ook wel iets zien in de westerse waarden, het kunnen schudden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden