Turkije, een onzekere springplank

Syrische vluchtelingen in Ankara. De vluchtelingen hebben grote moeite om aan de slag te komen. 'Aanvankelijk wilde ik in Turkije blijven, maar werk vinden blijkt zo ontzettend moeilijk.' De mannen op de foto komen in het verhaal niet voor. Beeld reuters

Zeker de hoogopgeleide Syriërs voelen zich thuis in Turkije. Toch overwegen zelfs zij de overtocht naar Europa. Werken kan alleen zwart en rechten hebben ze niet, ontdekte onze correspondent.

Geen Syriër in Turkije die niet op enig moment heeft overwogen de gevaarlijke overtocht naar Europa te maken. "Ook ik", zegt Samer al-Kadri, met enige schroom. "Ja zelfs ik. Maar uiteindelijk zou ik er niet kunnen aarden. De meeste Syriërs niet."

Al-Kadri, een slanke veertiger met halflang haar, zette vorige zomer in Istanbul de boekhandel Pages op. Buiten dwarrelt de sneeuw, te midden van de boekenkasten zit een drietal jonge Syriërs in ruime fauteuils voor de knappende open haard. Op een gitaar tokkelt een van hen een melancholiek lied. De andere twee staren in de vlammen.

Muziekavonden
Het groengeverfde houten huis in de wijk Fatih waar Pages is gevestigd, groeide in korte tijd uit tot een pleisterplaats voor hoogopgeleide en cultureel geïnteresseerde Syriërs. Er zijn muziekavonden en voorleesmiddagen die veel volk trekken. De zolder is speciaal voor kleine kinderen ingericht. "Syriërs zien Europa nog steeds als het paradijs", zegt Al-Kadri, terwijl hij Arabische zoetigheden met pistachenootjes serveert.

Verderop, in de wijk Aksaray, vind je daarvan het levende bewijs. Daar bevinden zich de winkels die reddingsvesten verkopen en hangen mensensmokkelaars rond. Met bedrukte gezichten stappen Syriërs hier in busjes richting de kust. "Maar eenmaal in Noord-Europa krijgen velen het deksel op hun neus", weet Al-Kadri. "Ze missen de zon, het eten, de muziek, de losse omgangsvormen."

Twee jaar geleden kwam hij met vrouw en twee dochters vanuit Damascus naar Istanbul. Zijn geld verdient Al-Kadri vooral als uitgever van kinderboeken. "Persoonlijk zou ik die overgeordende mentaliteit in landen als Duitsland, Nederland en Zweden slecht verdragen", zegt hij met een ongemakkelijk lachje. "Soms wil ik nu eenmaal een rotzooi van de dingen maken." Hij maakt een woest armgebaar en lacht.

Betere kampen?
Leiders in de Europese hoofdsteden zouden graag meer Syriërs als Al-Kadri zien, dat wil zeggen: Syriërs die ervoor kiezen om in Turkije het conflict in hun land uit te zitten. Maar de werkelijkheid is dat er nog steeds heel veel naar Europa komen. Daarom wordt er nagedacht over de vraag hoe Turkije aantrekkelijker gemaakt zou kunnen worden voor de naar schatting 2,5 miljoen ontheemde Syriërs. Betere kampen leek de oplossing, maar inmiddels is doorgedrongen dat die de Syriërs niet in Turkije zullen houden.

Syrische vluchteling in Ankara. De man op de foto komt in het verhaal niet voor. Beeld reuters

Bovendien verblijft slechts negen procent van hen in kampen, de overgrote meerderheid probeert zich in de grote Turkse steden staande te houden.

Nu velen zich met het idee verzoenen dat ze op korte termijn niet naar hun land zullen terugkeren, gaan Syriërs op zoek naar manieren om een nieuw leven op te bouwen. Ze zoeken werk, een goede opleiding voor hun kinderen, goede zorg - allemaal zaken die in Turkije niet voor zich spreken. In samenspraak met de EU zegde Ankara toe dat Turkse werkgevers werkvergunningen voor Syriërs kunnen aanvragen.

Op zich zou de 20-jarige Alaa best in Istanbul willen blijven, al spreek hij geen woord Turks. Inderdaad vanwege de verwante cultuur. En anders wel vanwege zijn familie die in Aleppo is achtergebleven en die hij in theorie nu nog steeds zou kunnen bezoeken. Maar na zes maanden vruchteloos naar betaald werk zoeken, begint hij de moed een beetje te verliezen. Wanneer hij tegen de tijd dat het voorjaar wordt nog steeds geen werk heeft dat hem in staat stelt zijn universitaire opleiding te financieren, zet hij koers richting Europa. Naar Dortmund in Duitsland, waar een neef van hem zit.

Murw
Ik spreek Alaa in een caféetje niet ver van het hostel waar hij momenteel werkt als manusje van alles. Zeven dagen in de week, acht uur per dag. Geld krijgt hij er niet voor. Een bed en een maaltijd, dat is het. Syrië verliet hij zes maanden geleden pas. De oorlog? "Er wordt lang niet overal in de stad gevochten, maar je weet nooit waar of wanneer een bom valt." Hij schudt zijn grieperige hoofd. "De mensen zijn murw, als het je tijd is, moet je sterven, dat is de houding momenteel."

Wat Alaa meer dwarszat was dat al zijn vrienden wél richting de grens waren vertrokken. Hij kon zijn studie personeelsmanagement voortzetten, maar wat was zijn diploma van de universiteit van Aleppo nog waard?

Zijn familie wilde achterblijven om have en goed te beschermen tegen plunderaars. Zelf zette hij koers richting Libanon, waar hij de boot nam naar Turkije. Maar sindsdien draait hij rond in een vicieuze cirkel. Via een vriend uit Aleppo vond hij een baantje in een hostel, maar daar bleef het bij.

Sportleraar
"Er zijn zóveel Syriërs hier, Turkse werkgevers hebben ze voor het uitkiezen. En ze betalen veel minder dan het minimumloon (zo'n 400 euro - red.). Aanvankelijk wilde ik hier blijven, maar werk vinden blijkt zo ontzettend moeilijk." In Syrië werkte Alaa zich in negen jaar tijd op tot professioneel basketballer. Eenmaal in Duitsland hoopt hij wat bij te kunnen verdienen als sportleraar.

Een vrouw en een kind verlaten een Syrische winkel in de Turkse plaats Mersin. Beeld afp

De 27-jarige Mohamed heeft wél een betaalde baan. Sterker nog: als marketeer bij een keten van haartransplantatieklinieken in Istanbul verdient hij tot wel vijf keer het minimum. Op 22 april 2013 ontvluchtte hij Aleppo, in zijn geval om de dienstplicht in het regeringsleger te ontlopen. Nu woont hij in een appartementje in de hippe wijk Cihangir, in het Europese deel van Istanbul. Toch denkt ook Mohammed er steeds sterker over om Turkije voor Europa in te ruilen zodra het weer verbetert. Naar Dresden wil hij, waar een van zijn broers zit.

Aanvankelijk leek alles nog voor de wind te gaan. Hij vond snel een baan als salesmanager bij een Turks cosmeticabedrijf. Aanvankelijk zwart, maar na een jaar vroeg zijn baas een werkvergunning voor hem aan. Een teken van waardering, want zijn drie collega's, uit Jemen, Soedan en Syrië, bleven gewoon zwart werken.

Bijverzekeren
Officieel verdiende Mohammed nu het minimumloon, de rest van zijn salaris kreeg hij los in het handje. "Dat scheelde mijn baas veel geld aan sociale premies, maar het betekende ook dat ik me apart moest bijverzekeren." Het is waarom hij denkt dat werkvergunningen de Syriërs weinig voordeel zullen opleveren. "Turkse werkgevers blijven gewoon zwart inhuren, voor jou tien anderen."

Afgelopen zomer overspeelde Mohammed zijn hand. Hij vroeg loonsverhoging, zei dat hij elders een beter aanbod had. Voor hij er erg in had zat hij in een politiecel. Zijn baas had aangifte gedaan wegens mishandeling. "Niets van waar, maar hij wilde gewoon niet dat ik bij de concurrent aan de slag ging. Op het politiebureau speelden ze het spelletje mee."

In afwachting van zijn proces zat hij 18 dagen in gevangenis. Een paspoort had hij niet, dat had zijn baas ingenomen toen hij bij hem kwam werken. Mohammed was bang dat hij terug naar Syrië gedeporteerd zou worden. Hij weet van drie kennissen die dat is overkomen. Zijn Turkse ex-vriendin bracht hem in contact met een advocaat. Die wist voor 1000 dollar smeergeld aan de politie de aanklacht van tafel te krijgen. Zelf vroeg de advocaat 2000 dollar.

Zijn huidige baan had Mohammed snel gevonden, via internet. Maar van een werkvergunning is geen sprake, alles is zwart. "Ze lachen je uit in je gezicht als je daarover begint", zegt hij. "Ik heb me nooit als asielzoeker gedragen in Turkije, heb steeds alles zelf voor elkaar gebokst. Maar er hoeft maar iets te gebeuren en je bent alles kwijt. Als Syriër ben je rechteloos als het erop aankomt. Het woord van een Turk geldt als het woord van God, het mijne is niets waard, zoveel bleek wel op het politiebureau. Is dat een rechtsstaat ? Daar zijn we in Syrië de revolutie juist voor begonnen. Zeker, er is geen oorlog in Turkije, maar veilig is het er evenmin. Ik zie er geen toekomst."

'Verdrag aanpassen is noodzakelijk'

Het verlenen van werkvergunningen zoals de Turkse regering nu heeft beloofd, is een noodzakelijke eerste stap, denkt Senay Özden, als demografe verbonden aan de Bogaziçi universiteit in Istanbul. "Syriërs ontvangen dan het minimumloon en kunnen minder gemakkelijk door hun werkgevers worden uitgebuit. Al zal moeten blijken hoe de maatregel in de praktijk uitpakt."

Of dat Syriërs ervan zal weerhouden naar Europa te gaan, is weer een andere vraag. "Voorts zou de Turkse regering kunnen denken aan betere scholing voor Syrische kinderen, 400.000 van hen gaan niet naar school in Turkije, en allerlei integratie bevorderende maatregelen. Maar vooral aan de aanpassing van het huidige vluchtelingenverdrag. Dat stelt dat Syriërs in Turkije geen vluchtelingenstatus hebben, maar er slechts 'te gast' zijn."

In plaats van Turkije poortwachter van Europa te maken, zou de Europese Unie volgens Özden best meer mensen kunnen opnemen. "Het Europese beleid staat in geen enkele verhoudingen tot de opengrenzenpolitiek van Turkije", zegt ze.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden