Turf

'Holland' komt van Holtland. Land van hout.

Ooit was dit lage land bedekt met dichte bossen. Maar dit domein leek niet op het bos dat ons nu vertrouwd is, met paden en lanen, dikke beuken en een pijl naar het pannekoekenhuis. Het was een rommelzooi van geboomte. We zouden deze wildernisse niet meer als ons land herkennen.

Vanaf vroege tijden tot ver in de Middeleeuwen was hout de belangrijkste brandstof. Eerst komt hout, dan turf, dan steenkool en dan zitten we al in de twintigste eeuw met olie en gas enzovoort. In een notendop gaat het snel, maar de geschiedenis is een traag bedrijf.

Hout werd ook gebruikt als bouwmateriaal voor huizen en schepen en om kades en dijken te verstevigen en Amsterdam te schragen, maar toen was het wel zo ongeveer gebeurd. Eeuwenlang te veel gebruikt, te veel gestookt. Van de bossen was niet veel meer over. Het landschap was grondig veranderd en het veranderde nog meer door het afgraven en uitbaggeren van de veengronden.

Er moest turf komen voor de groeiende steden en de toenemende nijverheid. Zestiende eeuw. Zeventiende eeuw. Toen begonnen de afgravingen op grote schaal. Eerst het laagveen bij de steden in het westen, er kwamen nederzettingen, Amstelveen, Vinkeveen, Ankeveen, Roelofarendsveen, en er ontstonden uitgestrekte veenplassen van enkele meters diep. Het Haarlemmermeer, in het begin vier kleine meertjes, werd groter en groter door het uitbaggeren van veen en door de oeverafslag - dijken waren slecht of ontbraken - en na hevige stormen werd het een woest en landvretend monster, met de bijnaam Waterwolf, dat ten slotte Amsterdam, Haarlem en Leiden bedreigde.

De Hollandse steden gingen daarom op zoek naar nieuwe veengebieden. Ze vonden die in de kop van Overijssel en in Friesland - drie Heeren richtten daar een compagnie op om het veen te ontginnen: Heerenveen - en later in Groningen en Drenthe.

Het Winschoterdiep werd gegraven, het Stadskanaal, de Drentsche Hoofdvaart, de Hoogeveensche Vaart, en daarna volgde een steeds verdere vertakking in het veengebied, kanalen, zijkanalen, sloten, greppels, het begin van een lijnenspel, zo fijnmazig dat iedere veenplaats werd omringd door een watergang, en zo meetkundig, alsof dezelfde geest vaardig was in de veenkoloniën én in Franeker, waar de jonge Franse filosoof René Descartes zat te piekeren hoe hij de methode van de wiskunde kon uitbreiden tot alle andere wetenschappen.

Toen de kanalen en sloten en greppels eindelijk af waren, moest er turf worden gestoken. Een paar honderd jaar turfsteken. Turf is gedroogd veen. In blokken gestoken. Een blok is ongeveer 10 x 12 x 45 centimeter. Eén turf weegt een dikke vijf kilo.

En al die eeuwen lang veranderde er helemaal niets aan de techniek: de eerste arbeider stak de turven op het veen verticaal af met een stikker, de tweede arbeider bepaalde met de oplegger, een langwerpige smalle schop, de dikte van de turf, de derde arbeider wierp de turf met zijn teef, de vierde arbeider legde de turf met zijn kaarzettersvork op de slagkaar, waarna de vijfde arbeider deze naar het zetveld reed.

De geschiedenis is een groot verhaal, maar 98 procent van de mensen gold dat ze hun leven leefden en nog nooit van de stelling van Pythagoras hadden gehoord of van de schoonheid van Cleopatra.

Vier eeuwen turfsteken - daarna kwam de steenkool uit Limburg.

M.A.W. Gerding: Vier eeuwen turfwinning. De verveningen in Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel tussen 1550 en 1950 (1995).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden