Tunesiërs willen jihadisten niet terug

Demonstranten op de Avenue Habib Bourguiba in Tunis.Beeld EPA

Demonstranten in Tunis hopen dat jihadisten worden om-gebracht in Syrische gevangenissen. Dat bespaart het land, dat volgens hen niet hard genoeg is om ze zelf op te hangen, veel bureaucratisch en juridisch getrouwtrek.

Sonya Rajb Guetari (50) en haar man Sami Guetari (55) zijn iedere maand, net als honderden anderen, te vinden voor het Nationale Theater in de Tunesische hoofdstad Tunis. Het echtpaar neemt altijd de beeltenissen van twee vermiste journalisten mee: die van Sofiane Chourabi en Nadir Guetari. De laatste is hun zoon.

Chourabi en Guetari werden op 3 september 2014 in buurland Libië opgepakt door een lokale militie, toen zij daar waren om een documentaire te maken over de burgeroorlog. Twee dagen na hun vrijlating verdwenen zij voorgoed van de radar. Ze werden ontvoerd door jihadisten, vermoedelijk door Islamitische Staat.

Het echtpaar is er niet alleen om aandacht te vragen voor hun vermiste zoon; samen met honderden anderen zijn ze ook gekomen om te demonstreren tegen de mogelijke terugkeer van duizenden Tunesische jihadisten en de invloed van de politieke islam. 

Zij houden de islamisten van Ennahda verantwoordelijk voor de uittocht van de ongeveer zesduizend Tunesische radicalen naar Syrië, Irak en Libië - Tunesië is daarmee de hofleverancier van buitenlandse jihadisten in de wereld. Zij eisen nu van de regering dat de duizenden jihadisten niet meer mogen terugkeren naar Tunesië, of ten minste in de gevangenis worden gezet.

"De staat moet die jihadisten opsluiten", vertelt een geëmotioneerde Sonya. "Niks tolerantie! Mijn zoon is het slachtoffer van die bloedvergieters, die beesten." Sonya zegt dat het leven ondraaglijk is geworden sinds de verdwijning van Nadir. "Er is niets ergers dan de onzekerheid. Hij was 25 jaar toen hij verdween. Hij is nu 28. Waar is mijn lieve zoon? Ik heb alles ervoor over om te weten waar hij is, alles, alles, alles!" Sonya's man kan haar nog net overeind houden, en veegt met een zakdoekje het zweet van het voorhoofd van een duidelijk oververmoeide Sonya.

Tekst loopt door onder afbeelding.

Beeld afp

Slapheid

Het echtpaar is ten einde raad. Ze zijn met gevaar voor eigen leven zelfs naar Libië afgereisd in de hoop hun zoon terug te vinden. Tevergeefs. Eventjes leek zelfs alle hoop vervlogen, toen in april 2015 er verontrustend nieuws kwam. De Libische regering zei dat Nadir en Soufian dood waren. Een gevangengenomen IS-strijder had de moorden bekend. Bewijzen hiervan zijn nooit gevonden. Ze zetten hun zoektocht en hun strijd tegen de politieke islam voort.

De seculiere activist Houssem Hami is een van de organisatoren van de bijeenkomst en legt de eisen van de demonstranten uit.

"Wij vrezen zowel de terroristen als de slapheid van onze regering. Wij eisen de rigoreuze toepassing van het recht." Hij verwijst naar de recente uitspraak van president Caid Essebsi. Die zei dat teruggekeerde jihadisten 'niet langer een gevaar vormen' en dat ze bij thuiskomst niet automatisch in de gevangenis zullen belanden, mede vanwege het cellentekort. "We zullen de nodige maatregelen nemen om ze in toom te houden. We zullen ze monitoren."

Linkse seculieren willen meer dan alleen toepassing van het recht. Zij willen een samenwerkingsverband tussen de Tunesische regering en het Syrische Assad-regime.

De geheime diensten van beide landen moeten informatie met elkaar uitwisselen, bijvoorbeeld over gevangengenomen Tunesische jihadisten, vertelt Hami.

Maar de technische term 'inlichtingensamenwerking' betekent in werkelijkheid iets meer dan alleen het uitwisselen van gevoelige informatie.

Bijltjesdag

Off-the-record zijn sommigen demonstranten bereid de betekenis ervan te onthullen: ze hopen dat de Tunesische jihadisten worden omgebracht in de Syrische gevangenissen. Dat bespaart Tunesië veel bureaucratisch en juridisch getouwtrek. De Tunesische regering is niet hard genoeg om jihadisten op te hangen, de Syrische is dat wel. Ze hopen op een bijltjesdag voor hun extremistische landgenoten, begaan door Syrische handen.

Vreemd is deze gedachte niet. Tunesiërs zien hun jihadistische landgenoten de gruwelijkste moorden begaan in Syrië, Irak en Libië. In 2015 was er een video van een Tunesiër in Irak die vier gevangengenomen militairen met kogels doorzeefde. 

Vorig jaar liet een Tunesische jihadist in Syrië zich filmen met een kalashnikov in zijn hand, waarbij hij al schietend en lachend Tunesië dreigde met een volgende aanslag. Tunesië heeft al meerdere aanslagen te verwerken gehad in de afgelopen drie jaar, de bloedigste uit zijn geschiedenis.

Vorige maand vertrok een groep Tunesische parlementariërs naar Syrië om de banden aan te halen met het Assad-regime. De volksvertegenwoordigers boden het Syrische regime excuses aan voor het verbreken van de diplomatieke betrekkingen tijdens de vorige regering.

De Syrische onderminister van buitenlandse zaken Fayssal Mikdad aanvaardde het excuus en maakte na afloop bekend dat Tunesië en Syrië gebukt gaan onder dezelfde 'terreurdreiging' en dat Damascus bereid is Tunis een handje te helpen in het vergroten van de veiligheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden