Tunesië twijfelt tussen restauratie en revolutie

Presidentsverkiezingen gaan morgen tussen mensenrechtenactivist en oude rot

MARIJN KRUK

Terug naar het oude en vertrouwde, of juist de vlag van de Arabische Lente hoog houden? Wie de twee kandidaten voor de presidentsverkiezingen die morgen in Tunesië plaatsvinden beluistert, kan er niet om heen. Ging het bij de parlementsverkiezingen van oktober nog tussen 'islamisten' en 'seculieren', nu is de keuze tussen restauratie en revolutie.

Zo is daar Moncef Marzouki, de zittende president en tijdens de eerste ronde in november goed voor 33,4 procent van de stemmen. Onder de dictatuur van Zine El Abidine Ben Ali verwierf hij faam als mensenrechtenactivist en politiek dissident. In de nasleep van de revolutie van 2011 belandde hij in het presidentiële paleis waar hij voor de revolutionaire zaak bleef ijveren. Hij wierp zich op als hoeder van de armen en als bastion tegen de terugkeer van het ancien régime. Dat wordt volgens Marzouki geïncarneerd in de persoon van zijn tegenkandidaat: de 88-jarige Beji Caid Essebsi.

'BCE' is een door de wol geverfde politicus die naam maakte onder Bourguiba, de eerste Tunesische president. In de chaotische maanden na de revolutie deed hij zich gelden als behendig interim-premier. Caid Essebsi haalde bij de eerste ronde 39,5 procent. Zijn partij, Nidaa Tounès, behaalde eerder al een klinkende overwinning tijdens de parlementsverkiezingen. Hij plaatst zich in de seculiere traditie van Bourguiba. "Maar dan zonder diens autoritarisme", zo zei hij eind 2012 tegen deze krant.

Marzouki zet daar fijntjes tegenover dat Caid Essebsi minister van binnenlandse zaken was in een periode dat er in Tunesië werd gemarteld. En dat hij zelf heeft toegegeven met verkiezingsuitslagen te hebben gerommeld. "Hoe geloofwaardig is iemand die zich op zijn 88ste tot de democratie bekeert?", vroeg Marzouki zich meermaals retorisch af.

Tunesië gaf begin 2011 het startschot van wat toen nog hoopvol de 'Arabische Lente' werd genoemd. Maar terwijl opstanden elders in de regio werden gesmoord in repressie of ontaardden in anarchie en burgeroorlog, zette het kleine Tunesië stug zijn weg voort over het hobbelige pad richting de democratie. Ondanks twee politieke moorden, economische malaise en terrorismedreiging, slaagden islamisten en seculieren erin het gezamenlijk eens te worden over een grondwet - de meest liberale in de Arabische wereld. 'Consensus' was daarbij steeds het toverwoord.

Maar in de oplaaiende strijd tussen Marzouki en Caid Essebsi gingen de handschoenen uit. De laatste sloeg terug met de opmerking dat Marzouki wordt gesteund door 'islamisten en salafistische jihadisten', een verwijzing naar aanhangers van de islamitische partij Ennahda die massaal op Marzouki stemmen.

Ennahda, dat in 2011 de eerste vrije verkiezingen won, maar het tijdens de parlementsverkiezingen van oktober aflegde tegen Nidaa Tounès, had zelf geen presidentskandidaat. Naar eigen zeggen omdat ze de politieke situatie in Tunesië niet nog verder onder spanning wil zetten. Aanhangers van Ennahda werden onder Ben Ali keihard vervolgd en kunnen zich vinden in de scherpe anti-establishment-toon van Marzouki.

Maar Rached Ghannouchi, de leider van Ennahda, houdt zijn kruit liever nog even droog. Er wachten coalitieonderhandelingen en aangezien van de partij van Marzouki vrijwel niets overbleef, hoopt Ghannouchi zaken met Caid Essebsi te kunnen doen. Hun maatschappijbeelden lopen ver uiteen, maar wat hen bindt is een conservatieve levenshouding.

Hoeveel macht de toekomstige Tunesische president heeft, is onduidelijk. De nieuwe grondwet voorziet in een 'gemengd regime', waarin de macht verdeeld is tussen parlement en president. De uitwerking ervan moet in de praktijk blijken.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden