Tunesië leert ook westen een les

Te lang bouwden Europa en de VS op de oude Arabische heersers en investeerden ze te weinig in verandering. Tijd om de bakens te verzetten.

De Tunesische revolutie is bij alle Arabische leiders als een bom ingeslagen. Een golf van soortgelijke omwentelingen zal het Midden-Oosten nog niet overspoelen. Maar dat er veel anders moet, is duidelijk. Dat geldt overigens ook voor het Westerse Midden-Oostenbeleid. Te lang heeft men de oren laten hangen naar de zittende regimes, te weinig is geluisterd naar de straat.

Van Noord-Afrika tot het Nabije en Midden-Oosten hebben Facebookers hun profielfoto vervangen door de rode Tunesische vlag met sikkel en ster. Het geeft aan hoe de nieuwe generatie zich identificeert met de Tunesische revolutie. Hun opwinding is groot, net als de hoop dat die revolutie overslaat naar hun landen. Jongeren onder de vijftien vormen veelal de meerderheid in deze ontwikkelingslanden, waar geen vooruitzicht is op fatsoenlijk werk, waar armoede heerst en mensenrechten voortdurend worden geschonden door een politieke autocratie.

Zowel de machthebbers van Egypte, Syrië als die van Jordanië hebben als een speer de voedsel- en brandstoffenprijzen en belastingen verlaagd en kondigden aan de allerarmsten aan leningen te zullen helpen. Maar de oude Arabische potentaten vergissen zich als ze denken dat ze er vanaf komen met het volk brood en spelen te geven.

In Jordanië gingen demonstranten meteen de straat op toen het nieuws zich verspreidde via WikiLeaks dat koning Abdalla de taliban zij aan zij met de Amerikanen bestrijdt. De Arabische leiders realiseren zich nu ook dat elke stap die ze zetten op de voet gevolgd wordt door jongeren via sociale media. En het is duidelijk dat ze die niet kunnen beheersen zoals de staatsmedia. Ze realiseren zich dat ze minder bewegingsruimte hebben gekregen.

Op korte termijn zal de Tunesische revolutie niet het domino-effect teweegbrengen waar Arabische jongeren (en ouderen, die weliswaar minder actief zijn, maar niet anders denken) op hopen. Niet voor niets zijn revoluties door het volk schaars in het Midden-Oosten – alleen in Iran voltrok zich er een, in 1979. Vooral in Egypte, Jordanië en Syrië, waar de overheid de grootste werkgever is, zijn de economische belangen van burgers en regering dezelfde. Arabische werknemers haten hun werk bij bijvoorbeeld politie, leger, inlichtingendiensten, maar hebben wel vele monden te voeden. Ze zullen zich wel tien keer bedenken, voordat ze massaal de straat op gaan.

Toch mag er aan de kracht van de protestgolf via sociale media niet worden getwijfeld. Er is niet alleen een boodschap aan de Arabische corrupte machthebbers, maar ook aan het Westen. De vrijgevochten Arabische sociale media houden niet op te benadrukken dat het Westen de regimes in het zadel hebben geholpen en gehouden. Dat de VS en Europa keer op keer de ’warme banden’ met Tunesië prezen, de ’stabiliteit’ van het regime, de goede handelsbetrekkingen die in het voordeel van de Tunesische heersende familie uitpakten. Dat de VS Tunesië aan de meest geavanceerde wapens hielpen.

Maar er is meer. De Arabische ’digitale intifada’ herinnert er voortdurend fijntjes aan dat het Westen op de hoogte was van stelselmatige mensenrechtenschendingen als arrestaties, martelingen, het gebrek aan vrijheid van meningsuiting. Keer op keer verschenen er rapporten van Amnesty International en andere over de toestand in Tunesië. Maar het Westen keek bewust een andere kant op omdat de feiten niet in het eigenbelang pasten.

De manoeuvreerruimte in het Midden-Oosten zal ook voor het Westen beperkt worden. De kwestie van mensenrechtenschendingen zal meer aan de orde komen dan vroeger. Europa en de VS doen er goed aan van mensenrechten een speerpunt te maken en partijen op te zoeken in de betreffende landen die daarvoor opkomen.

De militaire steun aan deze regimes zou moeten worden beëindigd en meer contact gelegd met vrijheidzoekende partijen, hoe verdeeld deze ook zijn, en zelfs als het gaat om islamitische fundamentalisten. Beleidsmakers en politici die nog menen dat de oude heersers degenen zijn op wie ze kunnen bouwen, missen de boot.

De intifada zal ook zijn consequenties hebben voor de Westerse steun aan Israël. Jordanië en Egypte, vrienden van Israël, zullen moeilijker dan vroeger voor het karretje van het Westen te spannen zijn. De kolonisatie van de Westelijke Jordaanoever en Jeruzalem, het uitblijven van maatregelen om een Palestijnse staat te vestigen, zullen onder een vergrootglas worden gelegd en de woede tegen het Westen doen toenemen. Steun aan Israël kan direct repercussies hebben voor Arabische heersers.

Net als de Arabische wereld zal het Westen moeten leren luisteren naar de straat. Een factor waar niemand meer om heen kan. Of het moet gaan zoals in de mop die nu op internet rondgaat. De Egyptische president Moebarak belt met president Obama: „Barack, ik heb de vliegtuigen klaarstaan. Nog even, en ik stuur je daarin het hele Egyptische volk.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden