Jihadisme

Tunesië, hofleverancier van jihadisten

De moeder van de vermoedelijke aanslagpleger toont een portret van haar zoon. Beeld epa
De moeder van de vermoedelijke aanslagpleger toont een portret van haar zoon.Beeld epa

De verdachte van de aanslag in Berlijn komt uit Tunesië. Geen enkel ander land heeft zoveel jihadisten in Irak en Syrië zitten. Hoe kan het dat juist Tunesië hofleverancier is?

Het Noord-Afrikaanse Tunesië is de enige democratie in zijn regio en wordt daarom vaak aangehaald als lichtend voorbeeld voor de Arabische wereld. Maar het land staat ook om iets anders bekend: zijn enorme aantal jihadisten. Geen enkel land in de wereld heeft zoveel jihadisten in Syrië en Irak zitten als Tunesië. Volgens sommige schattingen gaat het om zo'n 5000 mannen en vrouwen. De meesten van hen zitten bij Islamitische Staat (IS) en Al-Qaida.

De combinatie van een relatief vrij systeem en een hoog aantal jihadisten lijkt op het eerste gezicht wat tegenstrijdig, maar beide factoren hangen met elkaar samen. Na de revolutie in 2011 kwam er een democratisch gekozen regering aan de macht, waar de islamistische Ennahda-partij deel van uitmaakte. In deze periode werden duizenden islamisten vrijgelaten en mochten bannelingen terugkeren.

Hoewel er veel islamisten onterecht in de gevangenis zaten onder het vorige regime, kwamen nu ook veel extremisten op vrije voeten. Zij maakten van de nieuwe vrijheden gebruik om de salafistische doctrine te verspreiden. In korte tijd kregen zij duizenden nieuwe volgelingen, met name onder jongeren. Deze salafisten spoorden hun volgelingen niet aan om te vechten tegen hun eigen regering, zoals gebruikelijk is in deze regio, maar tegen die van Syrië.

Salafistische predikers beschouwden de Syrische burgeroorlog als een buitenkansje om hun volgelingen vechtervaring te laten opdoen. In Tunesië kon het zo lang rustig blijven: zijn extremisten richtten de wapens immers op een ander regime.

Harde maatregelen

Pas in 2013 en onder druk van de bevolking, begon de regering voorzichtig met het tegenhouden van jihadisten naar Syrië. Nadat Tunesische jihadisten in mei 2014 een aanslag pleegden op de minister van binnenlandse zaken, nam de regering harde maatregelen. Radicale predikers werden aangepakt en sommige moskeeën werden gesloten.

De geografische ligging van Tunesië maakte de maatregelen tegen jihadisten minder effectief. Toen het Tunesiërs namelijk moeilijk werd gemaakt om naar Syrië of Irak te reizen, besloten honderden radicalen daarop maar naar het naburige Libië te vertrekken om zich daar aan te sluiten bij Al-Qaida of IS. Andere extremisten trokken de bergen in, richting het grensgebied met Algerije, waar zij in contact kwamen met jihadistische veteranen uit de Algerijnse Burgeroorlog (1991-1999).

De radicalisering vindt tegelijk ook plaats binnen de Tunesische diaspora, met name in Frankrijk. De terrorist die in de zomer 89 mensen doodreed in Nice met een vrachtwagen, was afkomstig uit de Tunesische regio waar veel radicalen vandaan komen.

In totaal zijn er nu zo'n 7000 Tunesiërs die in Syrië en Libië hebben gevochten. Tunis maakt zich grote zorgen om hun thuiskomst. Hoewel een deel van de jihadisten is omgekomen en niet alle extremisten bij terugkomst geweld zullen gebruiken, is het gevaar voor Tunesië nog steeds groter dan voor andere landen.

Tunesië zelf heeft al verschillende malen aanslagen te verduren gehad, waarvan de twee grootste door jihadisten met vechtervaring in Libië. De aanslag op het Bardo Museum in Tunis in maart 2015, waarbij 24 mensen werden doodgeschoten, werd gepleegd door een Tunesische IS-strijder die daarvoor in Libië was geweest. De aanslagpleger op het strandresort in Sousse in juni 2015, waarbij 39 toeristen werden vermoord, was getraind in Libië.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden