Tuiterts soep moet nog één keer lukken

1.45,57. Het staat er echt. Opening van 23,51, een tussenronde van 25,82, rondje 27,14 en een afsluitende omgang van 29.09: 1.45,57. Naast me op de tribune slaan volwassen mannen elkaar hard op de schouders. Rumoerig zijn ze. Alles om niet te laten merken dat ze geraakt zijn door een plots, onverwacht succes. Bij een enkeling lopen de ooghoeken vol. Jarenlang hebben ze stukkies getikt over een topsporter bij wie het maar niet wilde lukken. En nu - ogenschijnlijk uit het niets - wint Mark Tuitert de olympische 1500 meter. Met 1.45,57 is hij bijna een halve seconde sneller dan torenhoog favoriet Shani Davis.

Tuitert rijdt daarna rondenlang over het olympisch ijs van Vancouver. Wezenloos bijna, alsof alles wat hem overkomt niet écht binnendringt. Zelfs als hij een Nederlandse vlag om de schouders slaat, doet hij dat werktuiglijk. Alsof het zo hoort als je een grote prijs wint. Alsof de enige manier om dat te vieren een ereronde met een vlag om de schouders is. Als hij de perstribune passeert, kijkt hij zelfs even naar de journalisten die hij steeds moest uitleggen waarom het niét lukte. Hij haalt de schouders op - als ultiem teken van ongeloof.

Het goud van Tuitert was zo'n beetje de mooiste gouden medaille van Vancouver. Vooral vanwege het verhaal. Zijn trainer Jac Orie vergeleek hem met tomatensoep. Jarenlang had hij ingrediënten in die soep gegooid. Meestal was de soep daarna niet te vreten geweest. Moest hij de soep weggooien en opnieuw beginnen. Bouillonnetje trekken, tomaten zeven - duurde zomaar een jaar voordat het brouwsel enigszins op smaak was. In Vancouver was de soep heerlijk, eigenlijk voor het eerst.

En misschien wel voor het laatst. Tuitert heeft opnieuw het plan opgevat om olympische geschiedenis te schrijven. Drie weken geleden beschreef hij tijdens de presentatie van zijn ploeg in prachtige volzinnen hoe zijn weg richting Sotsji tot nu toe was verlopen. Na Vancouver schreef hij samen met Tim Senden een boek, kreeg kinderen, verhuisde - en ook niet onbelangrijk - nam hij afscheid van de ploeg van Jac Orie. Het was een snelweg geweest, die zich had vernauwd tot een smal straatje zonder afslagen.

Afgelopen weekeinde in Thialf was Tuitert echter nog geen schim van de Tuitert die in Sotsji opnieuw een gouden medaille moet winnen. Hoeft natuurlijk ook niet. De clichés zijn er niet voor niets. Je moet niet te vroeg pieken, een schaatsseizoen duurt lang en hij moet - ongetwijfeld - nog een stapje maken. Die zekerheden heeft hij. Op de 1500 meter plaatste hij zich voor de komende wereldbekerwedstrijden van Calgary en Salt Lake City. Dat wel. Als vierde Nederlander. Als hij tijdens het Olympisch kwalificatietoernooi, eind december, net zo schaatst, is hij er in Sotsji echter niet bij.

Het mooie van Tuitert: dat hoeft helemaal niets te betekenen. Voor Vancouver won hij vijf seizoenen geen internationale 1500 meter. En in het vorige olympische seizoen stond hij nooit op het podium tijdens een wereldbeker. Davis heerste in die tijd. De tijd voor Vancouver lijkt op de tijd voor Sotsji. Na zijn gouden medaille won hij niets meer.

Orie zei, direct na de gouden race, dat "die gozer altijd onder zijn niveau had gereden". Bleek niet te kloppen. Tuitert reed al die jaren precies op zijn niveau. Vaak als een dweil, soms wat beter, een enkele keer goed, maar nooit fantastisch. Op één keer na. In Vancouver.

Voor Sotsji houdt Tuitert zich "in een grenzeloze staat van optimisme". Hij gelooft dat hij opnieuw kan verrassen. Waarschijnlijk tegen beter weten in. Al weet je het nooit met de Tuiterts van deze wereld - de soep hoeft nog maar één keer te lukken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden