Klein Verslag

Tuinen in tijden van oorlog bieden voor even een vlucht naar de onschuld

null Beeld

Naar het schijnt bevindt zich in Kaboel een uitgestrekt tuinencomplex, Bagh-e-Baboer, aan het eind van de zestiende eeuw aangelegd in opdracht van Baboer, de eerste Mogol-keizer van wat later Afghanistan zou gaan heten. Hij ligt er in zijn eigen mausoleum begraven.

Tijdens de jaren negentig van de vorige eeuw lagen de tuinen in de frontlinie van de Afghaanse burgeroorlog en werden totaal aan flarden geschoten. Wat restte was een woestenij.

Hoewel ik in die jaren nog eens tot in Afghanistan ben doorgedrongen, als moedjahedien vermomd de Pakistaans-Afghaanse grens overgesmokkeld vanuit Pesjawar, compleet met kriebelmuts, heb ik Kaboel en zijn tuinen nooit gezien en bleef het bij een verkenning van de grensstreek – een weemoedig mooi en van mijnen vergeven oudtestamentisch landschap.

In het laatste nummer van The Times Literary Supplement (met daarin een schitterend verhaal over een ontmoeting met Orson Welles, maar dit terzijde) las ik dat de tuinen sinds de val van de Taliban in 2001 langzaam aan weer zijn hersteld, mede dankzij een schenking van Aga Khan en dat ze met behulp van de autobiografie van Baboer voor 5 miljoen dollar heel precies zijn gereconstrueerd.

De Afghanen kunnen er nu dus weer wandelen onder de cederbomen en tussen de granaatappelstruiken, in een tuin ‘die alle verdeeldheid overstijgt’. Dat zegt Latif Koistani, de hovenier en beheerder van de tuinen, een uitspraak die is opgetekend in een boek dat is geschreven door fotografe en filmmaker Lalage Snow. ‘War Gardens’ heet het, met als ondertitel ‘A journey through conflict in search of calm’.

Groene oases

Die mooie titel en ondertitel hadden onmiddellijk mijn aandacht getrokken; Snow heeft tien jaar lang brandhaarden bezocht in niet alleen Afghanistan, maar ook in het Midden-Oosten en Oekraïne. En telkens heeft ze in die periode troost gezocht in groene oases en heeft ze leren begrijpen hoe vitaal die tuinen en parken zijn tegen het gruwelijke decor van de oorlog. Want midden in dat oorlogsgeweld waren er nog mensen die rozen teelden, en geraniums verzorgden en wingerds, die hun pijn verzachten met tuinieren.

In het boek heeft ze 24 van die oases gefotografeerd en bij het artikel in de TLS staat er één afgedrukt, een foto van Oleg, in het Oekraïense Slavyansk . Een jongeman neergeknield tussen wilde margrieten, goudsbloemen en fluitekruid tegen een achtergrond van zijn kapotgeschoten huis. Hij vertelt over de angstige uren ondergronds, weggekropen als een mol, dichtbij de wortels van de planten, tijdens de granaatbeschietingen.

De stad van een miljoen rozen

Alles in dit boek wekte mijn ontroering en ik heb het meteen besteld. Dat Donetsk bekend stond als ‘de stad van een miljoen rozen’, dat de rivier die Kaboel doorstroomt voor de oorlog geurde naar muskus, dat in Gaza een bakker wiens bakkerij werd verwoest door een Israëlische raket, nu vijfhonderd cactussen verzorgt en ’s nachts opstaat als hij vermoedt dat één ervan gaat bloeien.

Tuinieren midden in een oorlog, schrijft Lalage Snow “is de weigering te aanvaarden dat de wereld wordt bepaald door geweld en verwoesting”. Meer nog is het een wijze om terug te keren naar de onschuld waarin we ons bevonden – vóór de val.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen.

Lees meer afleveringen van zijn Klein Verslag op trouw.nl/kleinverslag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden