'Tuinders, dat is goed volk'

“Hier op de tuin kun je je Adam en Eva voelen, met de tuinslang”, zegt schrijver en dichter Simon Vinkenoog. “Het paradijs moet niet alleen in je hoofd zitten, je moet ook medeschepper zijn.” Vinkenoog heeft, samen met zijn vrouw Edith Ringnalda, een paradijsje geschapen op het volkstuinencomplex Buitenzorg in Amsterdam-Noord. Hij heeft zijn tuin maar alvast Eden gedoopt.

Vinkenoog is een van de 250 000 verwoede volkstuinders die hun vrije tijd doorbrengen op een van de talloze volkstuincomplexen in Nederland. Hoewel, vrije tijd -“Een schrijver heeft nooit vakantie”, zegt Vinkenoog, en hij heeft zijn typemachine dan ook maar meegenomen naar de tuin. “Voor ons is het vakantie als we ons erf niet af hoeven”, voegt Ringnalda eraan toe. Zes maanden per jaar verblijven ze op de tuin, dag en nacht.

Dag en nacht op de volkstuin blijven, dat kan niet overal. De meeste volkstuinen zijn zogenaamde dagverblijven, waar van 's morgens vroeg tot 's avonds laat wordt getuinierd, maar niet geslapen. En er wordt niet alleen getuinierd op de volkstuinen. Onder invloed van veranderde maatschappelijke opvattingen is er ook sprake van een heuse 'volkstuinopvoeding', compleet met cursussen milieubewust tuinieren.

Een betere en vooral schonere wereld, daar willen de volkstuinen tegenwoordig best een bijdrage aan leveren. Bijvoorbeeld door chemische gewasbeschermingsmiddelen tegen luizen te vervangen door brandnetelgier: gewoon wat brandnetels koken en met dat vocht de luizen bespuiten. En als je niet begrijpt hoe dat moet, volg je gewoon een cursus in de kantine van de volkstuin. De alternatieve beschermingsmiddelen leveren een kleinere oogst op, maar de meeste volkstuinders malen daar niet om, “want we zijn amateurs”, zegt Ringnalda.

Amateurs of niet, het fanatisme waarmee Vinkenoog en Ringnalda hun volkstuin bestieren is er niet minder om. Ze snoeien, knippen en maaien dat het een lieve lust is. “Probeer je eigen erfje schoon te houden,” zegt Ringnalda, “dan draag je iets bij aan de oplossing van de wereldproblemen.” En daarnaast is er op hun volkstuin natuurlijk ook volop tijd voor schrijven en filosoferen.

“De mens is een gedenatureerd wezen”, zegt Vinkenoog. “Mensen zijn zelfs bang voor hun eigen geur en gaan deodorant gebruiken.” Volgens Vinkenoog zijn de meesten uit balans geraakt, omdat ze niet meer in contact staan met de natuur. “Het virus van het cynisme heeft de mensen aangeraakt, maar ten opzichte van de natuur kún je niet cynisch zijn.”

Met een heggeschaar de heg egaal maken, dat is meditatief werk - waarna hij niet alleen zijn verzameling heggescharen, maar ook zijn verzameling snoei- en takkescharen laat zien. “Een takkeschaar van twaalf gulden vijftig moet je niet kopen”, zegt hij, “want die is na twee keer stuk.” En hij kan het weten, want als kind had hij met zijn ouders al een tuin in Nieuwendam. “Vooral de geuren van kamperfoelie, klaver en gras doen mij denken aan vroeger. De geur van vertrouwen.”

Voor Vinkenoog en Ringnalda is de tuin hun leven geworden, bijna letterlijk. En dat terwijl ze er destijds puur toevallig langs liepen. Maar ze waren direct verkocht, niet alleen aan de tuin, maar ook aan de volkstuincultuur. Samen hebben ze geen kinderen, “maar de tuin vervult de behoefte om samen ergens voor te zorgen”, zegt de schrijver. In het begin praatten ze erover als jonge ouders over hun pasgeboren kind.

Traditioneel is er op de volkstuin een hoge mate van gemeenschapszin. Klaverjasavonden, de polonaise dansen, zitting nemen in de inkoopcommissie die voordelig spinazieplantjes inkoopt, samen de gemeenschappelijke sloot uitdiepen of gazons maaien, dat hoort bij de volkstuincultuur. “Wij doen aan alles mee, hoor”, zegt Ringnalda, “maar in het bestuur gaan we niet, want dan word je ook een aanspreekpunt, en dat willen we niet.” Wat willen ze dan wel? Rozen kweken, genieten van de natuur, en schrijven. Want Vinkenoog heeft maar liefst twee aan elkaar grenzende tuinen, met op elk een huisje. Een van die huisjes doet dienst als studio.

De schrijversstudio van Vinkenoog op Buitenzorg is van verre te herkennen aan de vlag met het opschrift 'Dichter aan Huis'. Vanuit zijn bibliotheek heeft Vinkenoog, samen met de boeken van Camus, Claus en Lucebert, uitzicht op de rozentuin, en dat vervult hem met diep geluk. “In de volkstuin is nog nooit iemand doodgegaan, behalve aan geluk.” Dat gelukzalige gevoel is een grote bron van inspiratie voor hem. “Ik had al heel lang een peyote, een Mexicaanse cactus”, zegt Vinkenoog, “maar hier op de tuin is hij voor 't eerst gaan bloeien. Dat is zo inspirerend.”

Behalve uit de bloeiende cactus put Vinkenoog ook inspiratie uit een collectie tuinboeken en tijdschriften die in de bibliotheek broederlijk naast literaire poëzie en proza staan. In de 'Atrium Tuinplanten Encyclopedie' en het boek 'Twaalf Maanden Tuinieren' staat precies beschreven hoe je de mooiste rozen kweekt. En in het tijdschrift 'Soft Secrets' staat alles over 'growend en blowend Nederland'. Wat goed uitkomt, want Vinkenoog en Ringnalda mogen graag een jointje roken, ook op de tuin. “Ik zal hier niet topless in de tuin gaan liggen”, zegt Ringnalda, “maar het is nu wel geaccepteerd dat we buitenshuis, bijvoorbeeld in de kantine, ons jointje roken.”

“Ik ben een blower, geen grower”, meldt Vinkenoog, en dat is maar goed ook, want marihuana verbouwen op de volkstuin is verboden. Erover schrijven mag wèl. In het tijdschrift 'Highlife. Alles over marihuana en meer' heeft Vinkenoog onder de titel 'Louter genieten' een column, waarin hij schrijft hoe we van de kleine dingen des levens kunnen genieten. “Meer nadenken en bewuster leven.” En dat kan op de volkstuin.

“Tuinders, dat is goed volk”, laat Vinkenoog weten. “Die hebben elke dag met eigen handen met de natuur te maken. Met licht, zon, aarde en water.” En dat is in zijn visie de essentie van het leven. Aanvankelijk dachten de medebewoners van de volkstuin dat Vinkenoog en Ringnalda van die echt wilde stadsmensen waren, maar dat is, op het jointje na, reuze meegevallen. Nu zijn ze alleen nog in de winter stadsmensen. En dat heeft in ieder geval als voordeel dat ze de tuinprogramma's van de BBC kunnen zien, want televisie hebben ze niet op de tuin.

Maar verder is de tuin van Vinkenoog en Ringnalda van alle gemakken voorzien. “Als 't moet, zou ik hier ook kunnen overwinteren, hoor”, zegt Vinkenoog. “De tuin geeft zóveel innerlijke ruimte, en die heb ik nodig om niet gek te worden van alle onheil in de wereld.”

“Weet je wat Luther antwoordde, toen hem werd gevraagd wat hij zou doen, als de wereld verging?” Geen idee. Daarom geeft de dichter het antwoord zelf maar. “Luther zei: 'Als ik een appelboom aan het planten was, zou ik gewoon verder gaan met planten'. En gelijk had 'ie.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden