TUIN EN VIJVER ZUCHTEN ONDER DE BLADLUIZENPLAAG

Wat een ellende! Alles kleeft. Het deksel van de GFT-bak, die in een hoek van de tuin onder de hazelaar staat, ziet zwart van kleverig stof. Afgevallen vlierbloempjes kleven op de tegels en op bladeren van varens, klimop, moerasspirea en gele lis.

Maar het ergst is de vijver er aan toe: op de waterspiegel daalt een voortdurende regen neer van zoete druppeltjes, die een olieachtig filmpje over het water leggen.

De kroeskarper, een vis die is aangepast aan zuurstofarm, zeg maar vervuild water, hing zieltogend aan de oppervlakte, totdat een fikse regenbui het vlies en daarmee de benauwdheid verbrak. Ondertussen zag je wel salamanders onder de waterspiegel rondsluipen, die behalve naar lucht af en toe ook naar wriemelende diertjes op de waterspiegel hapten. Bladluizen, die net als hun kleverige uitwerpselen uit de vlier naar beneden regenden.

De bladluizenplaag houdt nu al ruim een maand aan. Het is vooral de vlier die onder de zwarte luizen zit. Groene luizen, maar aanmerkelijk minder, hebben zich meester gemaakt van hazelaar en lijsterbes. Zij behoren tot een andere soort dan de zwarte vlierbladluizen. En in de rozen zitten ook groene luizen, rozebladluizen. Dat is elk jaar zo en ook dit jaar niet meer dan anders. Zo'n uitbarsting van bladluizen kan ik me alleen herinneren van de zomer van 1977. Toen zaten bijna alle planten onder de luis: buddleja, valeriaan, moerasspirea, fuchsia's, de oleander, gele schijnpapaver, waterdrieblad, lis, zwanebloem, havikskruid, dagkoekoeksbloem, hop en esdoorn. Maar, zo schreef ik toen: “Vlier, kamperfoelie en robertskruid, in vorige jaren nogal eens het slachtoffer, bleven helemaal vrij van luizen, wonderlijk genoeg.”

Dit jaar blijven de meeste van de genoemde plantesoorten redelijk luisvrij en is het vooral de vlier, die door de bladluizen is overvallen. Dicht opeengedrongen zitten ze als een zwarte huls om de groene twijgen. Iedere luis vrijwel onbeweeglijk op zijn plek, de monddelen diep in de planteweefsels geboord om de sappen af te tappen. Een hele tak is er al aan doodgegaan. Dagelijks vallen tientallen nog groene bladeren met luizen en al op de grond en in de vijver. Bladluizen die het geluk hadden niet in het water, maar op een drijvende waterplant te vallen, rekken hun leven nu met het uitzuigen van kroos, kikkerbeet en de toppen van waterpest, fonteinkruid en hoornblad, die boven water uitsteken.

Maar het ergst is de kleverige zoete stof, die de luizen afscheiden. Plantesappen bevatten veel suikers en weinig eiwitten. Om aan genoeg eiwitten te komen moeten de luizen dus heel veel sap opzuigen en het grote overschot aan water en suikers uitscheiden. Die 'honingdauw' vormt een uitstekende voedingsbodem voor parasitische schimmels, die erin kiemen en zich vervolgens nestelen in de cellen van met honingdauw bedekte bladeren.

Vliegen, wespen, kevers en bijen komen op de zoete stof af. Ze likken het gretig op en honingbijen brengen het wel naar de kast, waar ze de honingdauw verwerken tot inferieure honing, waar de imkers niet blij mee zijn. Je zou ook mogen verwachten dat de eters van bladluizen nu wel in groten getale zouden komen opdagen. Maar dat valt tegen. Ik heb nog maar een enkel lieveheersbeestje gezien, veel minder dan in andere jaren. Wel maden van zweefvliegen, in het bijzonder van de rosse of bandzweefvlieg. Dat is een tamelijk smalle soort zweefvlieg, met een donker oranje achterlijf, dat met smalle zwarte dwarsbandjes gesierd is. Als de zon schijnt, zie ik de vliegen in de lucht staan bij de top van de vlierstruik. Ze deponeren hun eitjes tussen de bladluizen, midden in de kolonies. De maden verslinden elke bladluis die ze op hun weg tegenkomen. Als ze een kolonie hebben uitgemoord, zoeken ze om zich heen tastend een volgende kolonie. Ik blijf het altijd een wonder vinden dat die pootloze en blinde larven zo feilloos de luizenkolonies weten te vinden.

Als ik goed op de takken zoek, vind ik ook wel de uitnemend gecamoufleerde larven van gaasvliegen, die met hun kromme holle kaken bladluizen uitzuigen. De lege huidjes van hun slachtoffers dragen ze op hun rug mee, waardoor ze op langzaam bewegende stofpropjes lijken. Maar de echt grote luizenverdelgers zijn de snelpotige larven van lieveheersbeestjes. Ze kunnen bij duizenden tegelijk optreden, wat ik tot nu toe alleen gezien heb in de zeereep, in het kale duinzand tussen schrale helmstengels. Wat ze daar te zoeken hebben, is me altijd een raadsel gebleven. Er was nooit een bladluis te zien. Hier, waar echt wat te eten valt, laten ze me grotendeels in de steek. Ik zag maar een enkele larve, op een kamperfoelie, waar bijna geen luis op te ontdekken was.

Larven van lieveheersbeestjes herken je gemakkelijk aan hun kleuren: grijszwart en flets oranje. Ze zijn heel duidelijk geleed en lopen naar achteren spits toe. Op de rug hebben ze donkerder wratten met haren. Met hun zes redelijk lange poten kunnen ze goed uit de voeten. Voortdurend zijn ze in beweging, eigenlijk uitsluitend even halt houdend waar bladluizen zitten en na korte tijd op die plek alleen wat leeggevreten huidjes achterlatend.

Intussen kun je dan wel behoorlijk last van de luizen hebben, het zijn natuurlijk wel dieren die in de tuin thuishoren. Daarom mag je er best wel wat aandacht aan geven zonder direct aan schade te denken. Pak eens een vergrootglas en zie hoe bijvoorbeeld zo'n grote groene rozebladluis, een stammoeder, omringd is door een heel stel roze gekleurde jonkies. Net een kloek met kuikens. De jongen zijn het evenbeeld van hun moeder, maar doorschijnender, met dwarse rijen heel korte haartjes en donkere, ver uit elkaar staande oogjes. Witte vervellingshuidjes kleven aan de loot, waar ze het sap uit zuigen. Al groeiende wordt hun velletje namelijk al gauw te krap en daarom vervellen ze een paar maal voordat ze even groot zijn geworden als hun moeder. Dan pas, bij de laatste vervelling, krijgen ze ook het 'staartje' dat we bij het volwassen dier boven de anus zien.

Bladluizen zijn weerloze dieren, met een zachte, rekbare huid, die geen enkele bescherming tegen vijanden biedt, maar wel het voordeel geeft dat het lijf bij grote voedselopname flink kan uitdijen. Overleven doen bladluizen voornamelijk door hun enorme aantal. Daar valt gewoon niet tegenop te eten, ook al zouden de luizeneters massaal op de bladluizen aanvallen. Misschien hebben de luizen toch een verdedigingsmiddel. Dicht bij de achterlijfspunt zie je twee beweegbare buisjes omhoog steken. Bij de volwassen rozebladluis zijn die buisjes erg lang en opvallend. Het zijn lozingsbuizen voor een wasachtige stof, niet voor de honingdauw, zoals vroeger wel gedacht werd. De honingdauw komt er gewoon van achteren uit. De was is misschien bedoeld om belagers af te schrikken.

De vlier zal de plaag wel overleven. De vijver ook, al valt er deze zomer weinig plezier aan te beleven. Zo'n uitbarsting van luizenleven behoort gelukkig tot de uitzonderingen.

NATUUR DEZE WEEK

Van een flink aantal in de lente bloeiende bomen beginnen de vruchten uit te groeien. De vruchten van de es hangen in trossen tussen de bladeren. Het zijn nootjes met een vleugel, in tegenstelling tot de splitvruchten van de esdoorns, die twee vleugels hebben. Een drielobbige vleugel hebben de nootjes van de haagbeuk.

De vruchten van de beuk zijn gesteelde harige bolletjes, waarin in de nazomer de beukenoten rijpen. De berken zitten nu vol rolronde groene vruchten, die later in de zomer uiteenvallen in een massa vliezig gevleugelde zaadjes. ù Dag- en avondkoekoeksbloem lijken erg op elkaar. Ze zijn allebei te vinden in bermen en bosranden, de rozerode dagkoekoeksbloem meest in de duinen en in lichte bossen, de witte avondkoekoeksbloem aan akkerkanten en in heggen. Ze worden 's avonds bezocht door anjeruiltjes, die de bloemen bestuiven en tegelijk hun eieren erin leggen. De rupsen leven in de rijpende doosvrucht en eten de groeiende zaden. ù Uitgebreide zilverwitte spinsels bedekken meidoorns, vogelkersen en kardinaalsmutsen. Het zijn de rupsennesten van verscheidene soorten stippelmotten. De rupsen trekken nu weg van de struiken en bomen waarmee ze zich voeden, om zich te verpoppen in witte cocons ingesponnen tegen boomstammen, palen of hekken. ù De eikebladrollers zijn nu prachtig groene motjes geworden, die overdag met als een dakje over hun lijf gevouwen vleugels op de eikebladeren rusten. ù Vooral op witte schermbloemen, zoals engelwortel en bereklauw, krioelt het nu van de oranje weekschildkevers of soldaatjes.

Ze verschijnen elk jaar omstreeks Sint-Jan, 24 juni, en worden daarom in sommige streken sintjansvliegen genoemd. ù Doodstil liggen pasgeboren reekalveren tussen de adelaarsvarens te wachten op de terugkeer van hun moeder, die in de buurt naar voedsel zoekt. Als je zo'n kalf vindt, laat het dan liggen, raak het niet aan en maak snel dat je wegkomt. De geit heeft je al lang gezien, maar komt pas naar haar jong terug, als de kust helemaal veilig is.

EN VERDER

Vanmorgen houdt de Stichting Vrienden van het Amsterdamse Bos een excursie op het Vogeleiland, om 9.30 uur van de parkeerplaats bij de Ringvaart. ù Publieksactiviteiten van het IVN: vandaag sterexcursie in de stad Sloten (Fr.), om 10 uur van Stadsherberg/VVV; excursie naar het Wijnjeterper Schar van 10 tot 12 uur, vertrek westelijke parkeerplaats bij Nije Heawei bij afslag Hege Heide, Wijnjeterp (Fr.); op pad met de vlinderwerkgroep in Woerden, om 11 uur bij de Brediusschuur; morgen rondleiding in het Gaasperplaspark in Amsterdam- Zuidoost, om 10 uur voor de metro-ingang eindpunt Gaas- perplaslijn; wandeling door het Spilbroek in Neede, om 14 uur van parkeerplaats bij de Spilbroekhal; vaderdagwandeling over de Hoge Linie bij Doesburg, om 14 uur van het tunneltje onder de weg Doesburg-Dieren in de Middachterallee (bus 29 stopt er); waterbeestjesexcursie, om 14 uur in de kasteeltuin te Geldrop; maandag wandeling door Meinerswijk te Arnhem, om 9.15 uur van café Scheers, De Praets, bereikbaar met buslijnen 5, 7 en 9 van NS-station Arnhem (halte De Praets); zomeravondfietstocht door de Duffelt te Beek bij Nijmegen, om 19 uur van parkeerplaats Wylerbergmeer; wandeling in de heemtuin in De Naturij te Drachten, om 19 uur van de ingang kinderboerderij; dinsdag rondleiding in de IVN- natuurtuin aan de Albert Hahnweg hoek Enkweg in Lochem om 19 uur; woensdag midzomeravondwandeling, om 19.30 uur van restaurant Reeuwijkse Hout te Reeuwijk; anderhalf uur kijken naar planten en luisteren naar vogels, om 19 uur bij de Grebbeberg beneden bij de Grebbesluis; donderdag dorpswandeling in Silvolde en Terborg, om 19 uur van de bibliotheek, H. van Velzenstraat 1; vrijdag van 14 tot 16 uur meehelpen met het werk in de insektentuin achter de kapel aan de Barchemseweg in Ruurlo. ù Woensdag houdt de Amsterdamse natuurvereniging De Ruige Hof van 10 tot 16 uur open dag in de tuinen aan de Abcouderstraatweg 77, niet ver van AMC in Amsterdam-Zuidoost.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden