Tuchtrecht voor pers is overdreven

Het gaat te ver journalisten die hun morele plicht verzaken, hun vak te ontzeggen. Dat gaat in tegen het open karakter van de beroepsgroep. Geef de nu tandeloze Raad voor de Journalistiek meer instrumenten.

Erik Jurgens

Strafrechtsgeleerde Tom Schalken pleit ervoor om de pers mores te leren als deze zich zodanig bemoeit met een lopende strafzaak dat de rechten van de verdachte ernstig worden geschonden (Podium, 16 juni). Daar zit op het eerste gezicht wel wat in. Immers, het beginsel dat 'eenieder wordt geacht onschuldig te zijn, tenzij bij rechterlijk oordeel schuldig bevonden', hoort al sinds de Franse Revolutie tot de basisbeginselen van de rechtsstaat. Dit beginsel ligt niet alleen ten grondslag aan ons systeem van strafvordering, maar is ook bedoeld om 'volksgerichten' en 'lynchpartijen' te voorkomen.

Schalken ergert zich, met enig recht, aan de vrijmoedigheid waarmee pers en omroep de publieke opinie in sommige zaken beïnvloedt, soms zelfs bepaalt, ten nadele van de verdachte (en soms ten nadele van het openbaar ministerie). Zoals hij het beschrijft wordt het strafproces al in de media gevoerd door journalisten en schrijvers van ingezonden brieven, en op grond daarvan aan borreltafels en andere plekken van openbare meningsvorming.

Het effect daarvan kan zijn dat de verdachte al bij voorbaat is veroordeeld, zonder dat aan de strenge eisen van een behoorlijke procesgang is voldaan. Dat noemen we een volksgericht, een wijze van werken die in de Middeleeuwen thuishoort.

Dat is niet alleen hoogst nadelig voor de verdachte in zijn mogelijkheden tot verweer, maar heeft vergaande gevolgen als de verdachte wordt vrijgesproken. Hij is dan al openbaar gemangeld, zijn goede naam is onherstelbaar geschaad. Een volksgericht kan zelfs de rechtsgang zelf beïnvloeden.

In landen met een 'jury' (een groep burgers die het oordeel uitspreekt) is het buitengewoon moeilijk voor deze gezworenen om een onpartijdig oordeel uit te spreken wanneer de publieke opinie voorwerp is van een hetze voor of tegen de verdachte. Het middel hiertegen is gruwelijk; de gezworenen worden op last van de rechter opgesloten in hun hotel, zonder berichten van buiten, tot het proces voorbij is. In de zaak tegen O.J. Simpson duurde deze opsluiting vier maanden! Reden om het oordeel over te laten aan beroepsrechters, die zijn opgeleid om zich niet te laten beïnvloeden.

Maar ook rechters zijn maar mensen. Heel soms erkennen zij dat zij in hun vonnis uitdrukkelijk rekening houden met het feit dat de misdaad in kwestie de rechtsgevoelens van de samenleving ernstig heeft geschokt.

Ook de officier kan in zijn vervolgingsbeleid door deze publieke opinie worden beïnvloed, hoewel ook hij of zij beroepshalve eelt op de ziel heeft. Dit lijkt het geval te zijn geweest in de zaak-Vaatstra (Trouw, 21 juni), toen een asielzoeker die verdacht werd van de moord, op verzoek van het OM in Turkije werd opgepakt, mede omdat hij in de publieke opinie -achteraf gezien ten onrechte- als dader was gebrandmerkt. Het meewerken van pers en omroep aan zulke hetzes kan dus een verwoestende uitwerking hebben op ons rechtssysteem, en op de grondrechten van elke burger.

De maatschappelijke verantwoordelijkheid van de pers is hier volop aan de orde. En daarmee doel ik op een morele plicht om zich in zulke zaken zo onpartijdig mogelijk op te stellen, hoor en wederhoor toe te passen, informatie eerst goed na te trekken, niet valselijk te getuigen en een fatsoenlijke rechtsgang niet te belemmeren.

Deze morele plicht tot maatschappelijke verantwoordelijkheid behoort tot de wezenseisen van de journalistieke professionaliteit. De meeste journalisten beseffen dat gelukkig zeer wel. Waar Schalken over praat zijn de gevallen waar met deze wezenseisen kennelijk is gesjoemeld. Moet er dan niet door de samenleving tegen deze sjoemelaars worden opgetreden?

Het vraagstuk is natuurlijk breder. Ook door andere publicaties dan die waarin iemand bij voorbaat schuldig wordt acht van een misdaad, kan ernstig worden ingebroken in de persoonlijke levenssfeer. De roddelbladen, en niet alleen die, geven daar voorbeelden van. Men kan ertegenin gaan door de publicist, de krant of de omroep voor de rechter te dagen wegens onrechtmatige daad. De rechter kan rectificatie bevelen of een schadevergoeding vaststellen. Onze rechters zijn daar overigens zeer terughoudend in, omdat hoge schadevergoedingen ertoe kunnen leiden dat de pers zijn rol als waakhond van de samenleving niet durft te vervullen, en omdat publieke personen nu eenmaal bloot staan aan dit soort risico's. De vrijheid van meningsuiting is dus bij onze rechters in goede handen. Voor de betrokkenen is het wel zuur dat zij zich roddels moeten laten welgevallen.

Bij een verdachte in een strafzaak is het echter veel erger. Hij moet zich in de rechtzaal verweren, niet in een openbaar debat waar geen rekening wordt gehouden met zijn recht om voor onschuldig te worden gehouden. Hij zou sterkere waarborgen moeten hebben tegen volksgerichten.

Nu is het jammer dat Tom Schalken de Raad voor de Journalistiek 'die poogt te waken over de ethische normen waaraan de journalist zich behoort te houden' afdoet als tandeloos, en daarom pleit voor een journalistiek tuchtrecht, zoals dat ook geldt voor artsen, advocaten en accountants. Tuchtrecht veronderstelt sancties, met name de uitstoting uit de beroepsgroep. Daartegen heeft de Nederlandse Vereniging van Journalisten zich altijd hevig verzet, vanwege de inbreuk op de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting, en vanwege het feit dat je dan eerst moet uitmaken wie een journalist is. Ben ik een journalist nu ik dit artikel schrijf? De journalistiek is gelukkig geen gesloten beroepsgroep.

Tandeloos is de Raad inderdaad; wanneer hij vaststelt dat een journalist de morele normen van zijn vak heeft overtreden, heeft hij geen andere sanctie dan publicatie van zijn uitspraak. Nette kranten en omroepen hebben beloofd die uitspraken ook af te drukken -met als bekendste uitzondering De Telegraaf. Daar blijft het bij, al vindt geen gewetensvolle journalist het prettig als hij zo wordt gekapitteld.

Misschien zou, om Schalken te volgen, alleen ten aanzien van volksgerichten in strafzaken, een wettelijke verplichting kunnen worden ingevoerd om de uitspraken af te drukken, en zou de Raad een berisping mogen uitdelen. Wanneer een journalist dit meermalen is overkomen zou een sanctie als boete of schadevergoeding mogelijk gemaakt kunnen worden, op te leggen door de rechter. Dit voorkomt invoering van tuchtrechtspraak en biedt een remedie tegen hen die, omwille van de oplage of de kijkdichtheid, een wezenlijk element van onze rechtsorde, dat van een eerlijk strafproces, welbewust ondermijnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden