Tsunami brengt vrede in Atjeh dichterbij

Voor het eerst na 20 maanden strijd gaan de Indonesische regering en de Atjeese onafhankelijkheidsbeweging Gam weer met elkaar in gesprek. Een vergeten oorlog.

Het begint al te schemeren tijdens de wandeling naar de moskee in Lampu'uk, een kilometer of tien buiten Banda Atjeh aan de westkust van Sumatra. Het strand ligt bezaaid met takken, boomstronken en huisraad. De metershoge vloedgolf van tweede kerstdag is hier met volle kracht overheen geraasd en heeft weinig laten staan. In de avondlucht steekt het witte gebouw af tegen het bruine strand en de beboste berg op de achtergrond.

Hoewel er niemand te zien is, lijkt er dreiging in de lucht te hangen. De chauffeur was blij dat de weg kapot was zodat hij de laatste kilometer niet hoefde te rijden. De tolk kijkt zoekend om zich heen, snuift nerveus en steekt z'n zoveelste sigaret op. De kruidnageltabak knettert zachtjes in de stilte.

Dan vertoont zich een eerste donkere figuur op het dak, en even later duiken er anderen op tussen de witte pilaren. Het blijken zwaarbewapende militairen te zijn van het Indonesische leger (TNI). De zwaar beschadigde moskee in Lampu'uk dient nu vooral als verdedigingswerk van het leger om rebellen van de Beweging Vrij Atjeh (Gam), die in dit gebied regelmatig actief zijn, te bestrijden.

Het groepje van zo'n vijftien militairen is goed gemutst. Ze vertellen dat ze die ochtend een aanval van vermoedelijke Gam-rebellen hebben afgeslagen. Om zes uur vanochtend kwamen ze met twintig of dertig man van de berg hierachter, wijst een van hen. ,,Waarschijnlijk waren ze op zoek naar eten of hoopten ze op het strand bruikbare dingen te vinden. We hebben zeven van hen gedood'', zegt hij.

Of het grootspraak is of dat het inderdaad Gam-rebellen waren is moeilijk na te gaan. De lichamen zijn al weggevoerd en begraven, zeggen de soldaten. Het is zoals met veel van de cijfers in Atjeh; weinig controleerbare feiten, veel propaganda.

De Indonesische provincie Atjeh is al bijna dertig jaar het toneel van gevechten tussen het Indonesische leger en de onafhankelijksstrijders van de Gam. Het is een wrede oorlog waarbij vooral het Indonesische leger wordt beschuldigd van het vermoorden van onschuldige burgers en martelen van vermoedelijke Gam-strijders. Vorig jaar schreef de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch dat Indonesische soldaten hun gevangenen vaak mishandelen en zei Amnesty International dat de militaire campagnes de levens van de Atjeeërs ruïneerden.

In 2000 begonnen onderhandelingen die leidden tot een wapenstilstandsakkoord in december 2002. Maar er ontstond ruzie over de interpretatie daarvan en een laatste poging om de zaak nog te redden mislukte in mei 2003. Jakarta riep toen de staat van beleg uit en begon met 40000 militairen een groot offensief in Atjeh. Sindsdien zijn er volgens Jakarta enkele duizenden Gam-guerrilla's gedood of gevangengenomen. Van de oorspronkelijke 5000 zouden er nu nog zo'n 2000 over zijn, zegt het leger, dat hen heeft teruggedrongen in de jungle. Ze zouden maar over een beperkt aantal wapens en weinig voedsel en medicijnen beschikken.

Vorig jaar mei werd de staat van beleg omgezet in een 'civiele noodtoestand', maar in de praktijk bleven de militairen aan de touwtjes trekken. Ook het verbod op reizen van buitenlandse journalisten, hulpverleners en mensenrechtenactivisten naar Atjeh bleef van kracht. Daardoor was het moeilijk een goed beeld te krijgen van wat er gaande was. Het conflict werd een 'vergeten oorlog'.

Dat werd anders toen op 26 december de tsunami toesloeg, die inmiddels waarschijnlijk aan meer dan 220000 mensen het leven heeft gekost. Gedwongen door de enorme omvang van de ramp gaven de autoriteiten toestemming aan buitenlandse hulpverleners het gebied weer te betreden, en ook journalisten mochten verslag gaan doen in Atjeh zelf.

Na de ramp kondigde Gam een eenzijdig staakt-het-vuren af wat ook Jakarta zei te zullen respecteren. Toch zijn er volgens het Indonesische leger sinds de tsunami meer dan tachtig vuurgevechten geweest. Daarbij zijn 208 separatisten gedood, meldde de stafchef van het leger, generaal Ryacudu. De rebellen zouden ,,te midden van het lijden van de bevolking van Atjeh de veiligheidssituatie hebben verstoord'', aldus de generaal, bekend als man van de harde lijn. Ook beschuldigen de militairen de Gam ervan hulpkonvooien te hebben aangevallen.

Hulpverleners in het rampgebied ontkennen echter dat hun operaties door rebellen zijn verstoord. Ook de politieke leiders van Gam, van wie de meesten al vele jaren vanuit Zweden in ballingschap opereren, ontkennen de aantijgingen en de cijfers. ,,Zeker twee derde van hen zijn burgers'', zegt Malik Mahmud (65), die zich vanuit Stockholm via de telefoon presenteert als 'premier' van Gam. ,,De anderen zijn misschien onze strijders geweest.''

De meeste mensen houden zich stil uit angst zelf doelwit te worden van een van beide partijen. In Atjeh zelf is het niet eenvoudig informatie te krijgen over Gam.

Vervolg op pagina 13

Tsunami brengt vrede in Atjeh dichterbij ATJEH

VERVOLG VAN PAGINA 11

De guerrilla wordt gevoerd vanuit bases in de bergachtige jungle, maar ook in steden als Banda Atjeh lopen activisten rond. ,,We weten niet wie het zijn, maar ze zijn hier'', zegt Nurdin Hasan (35), politiek redacteur van de enige onafhankelijke krant in Atjeh, Serambi Indonesia. ,,Misschien is een van de mensen hier op de redactie wel een Gam-lid.''

Nurdin Hasan zit in zijn kleine noodredactielokaal, want ook Serambi is zwaar getroffen door de tsunami. Het gebouw in Banda werd verwoest en meer dan 50 van de 200 werknemers zijn vermist, onder wie negen journalisten.

Volgens Nurdin Hassan is moeilijk in te schatten hoeveel steun Gam heeft onder de bevolking. ,,Onder Soeharto hadden ze volop steun, vanwege de vele mensenrechtenschendingen door het leger'', zegt hij. ,,Veel slachtoffers van de militairen, jongeren die bijvoorbeeld hun vader of moeder waren kwijtgeraakt, werden lid van Gam. Maar de laatste tijd verliezen ze aanhang doordat ze geld van mensen afpersten en hen ontvoerden.''

De Gam-leiders in Zweden ontkennen dat. ,,We persen mensen niet af, maar vragen om een contributie'', zegt Malik. ,,Waarom zouden we onze eigen mensen afpersen? We zullen ze nooit dwingen te betalen want we weten dat de meesten arm zijn. We willen de harten van de mensen winnen. Bovendien worden die daden vaak gepleegd door Indonesische milities en militairen zonder uniform uit naam van Gam, zodat wij de schuld krijgen.''

De ramp heeft de situatie drastisch veranderd. In de dagen na de tsunami begonnen veiligheidstroepen slachtoffers te helpen, als een gebaar, een charme-offensief richting de bevolking. Dat heeft z'n weerslag gehad op de populariteit van Gam, meent de Serambi-redacteur. ,,Ze hielpen terwijl zij zelf ook veel slachtoffers hadden te betreuren. Van de rebellen kregen de mensen geen hulp. Gam zegt dat ze nog steeds de steun van alle Atjeeërs hebben. Aanhang hebben ze zeker, maar dat zal nu toch minder zijn. In die zin is er wel sprake van een omslag.''

Of de nieuwe situatie zich ook zal vertalen in vrede blijft de grote vraag. Dezer dagen zijn er in Finland onderhandelingen tussen de Gam-leiders en drie Indonesische ministers, het eerste officiële contact sinds mei 2003. Het is de zwaarste Indonesische delegatie die ooit met de rebellen aan tafel zat. Crisis Management Initiative (CMI), de organisatie van de Finse oud-president Martti Ahtisaari (67), bemiddelt.

De gesprekken zullen bijzonder moeilijk worden, want beide partijen koesteren na alle jaren van oorlog en mensenrechtenschendingen een diep wantrouwen tegenover elkaar. Er is geen agenda bekendgemaakt en lokatie en tijdstip van de onderhandelingen zijn geheim. ,,Het belangrijkste is allereerst de dialoog opnieuw op te starten'', zei een CMI-woordvoerder.

Of het heikele punt van de toekomstige status van Atjeh ook aan bod komt is evenmin bekend. ,,Op dit moment is het raadzaam dat punt nog even op te schorten'', zei Gam-zegsman Bakhtiar Abdullah gisteren. Volgens hem zal het in eerste instantie gaan over de hulpoperatie.

De vastgelopen status-kwestie werd in 1999 weer actueel door de volksstemming over onafhankelijkheid van Oost-Timor. Sindsdien neemt ook de roep om een referendum over onafhankelijkheid van Atjeh weer toe. Maar nationalistische Indonesische leiders, en vooral de haviken binnen het leger, zijn hier mordicus tegen uit vrees dat het land verder uiteen valt.

Veel Atjeeërs zijn blij met de nieuwe gesprekken, maar sceptisch over de kans op vrede. ,,Veel Atjeeërs hunkeren naar vrede'', zegt Serambi-journalist Nurdin Hasan. ,,Ze willen 's avonds niet meer bang hoeven zijn. Ze zijn moe van het conflict.''

Gert Jan Rohmensen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden