Tsjilpt daar nog iets?

Een stadsvogelcongres? Ja, en het was nodig ook. Want het gaat niet goed met onze stedelijke vogels. Dat bleek uit de Stadsvogelbalans 2009, de eerste in zijn soort, die gisteren in Naturalis in Leiden aan de congresdeelnemers werd uitgereikt.

Op de deelnemerslijst van dat congres stonden architecten, bouwers, planners, ambtenaren en natuurlijk vogelbeschermingsorganisaties, zoals die van de Gierzwaluwbescherming Nederland, de Stichting Gierzwaluwwerkgroep Amsterdam en de Stichting De zwaluw aan de balken bouwt.

Ja, de zwaluwsoort was goed vertegenwoordigd. Het is een geliefd beestje en hij heeft het ook moeilijk, al bleek dat niet uit de balans, want de vliegende levenswijze van de gierzwaluwen maakt een inventarisatie lastig. De gierzwaluw is echter een huizenbroeder, en van alle huizenbroeders – de zwarte roodstaart, de huismus, de spreeuw en de kauw – zijn, zo lees ik, de aantallen achteruitgegaan.

Er is iets mis met onze huizen.

Dat komt door de isolatievoorschriften in het Bouwbesluit, en in de wandelgang van het congres lieten enkele firma’s zien hoe je de vogels toch nog enige huiselijkheid zou kunnen bieden, via nestkastjes, speciale gierzwaluwdakpannen of een ’vogelvide’: een nestgelegenheid voor mussen die onder de onderste rij dakpannen wordt gemonteerd.

De huismus is zo bedreigd dat hij sinds 2004 op de Rode Lijst is geplaatst, net als de kuifleeuwerik, die misschien zelfs al uit Nederland is verdwenen, de spotvogel en de nachtegaal. Op het congres vertelde een Belgische onderzoekster dat de huismus ook bedreigd wordt in zijn bestaan door de introductie in de jaren negentig van de loodvrije benzine. Daaraan is een stof toegevoegd om het octaangehalte te verhogen, een stof die schade toebrengt aan de mussen via de insecten waarmee ze hun jongen voeren. Het duizelt je af en toe hoe complex het stedelijke ecosysteem is.

De verstening van binnentuinen, het verdwijnen van hagen en heggen, parken die plaatsmaken voor parkings: daar kan een kleine vogel allemaal niet tegenop.

Maar het wordt nog erger. Een Amerikaanse onderzoeker zei dat in zijn land jaarlijks één miljard vogels een botsing met glas niet overleeft, en dat nog eens een miljard eindigt in de klauwen van een kat – aantallen van een wonderlijke rondheid. „Mijn kat doet niks”, riep iemand nog uit de zaal, waarop de onderzoeker meteen beaamde dat het altijd de kat van de buren is die een vogel vangt.

De kattendreiging is in Nederland misschien minder groot dan in Amerika, waar straatkatten in kolonies opereren. De kat komt in ieder geval niet voor in het schitterende handboek ’Stadsvogels’ (uitgegeven bij Tirion), dat ook op het congres werd gepresenteerd – een bijbel op dit terrein, een gids met overzichten van soorten, maar ook aanwijzingen hoe die soorten te helpen.

Een nood-tsjilp.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden