Tsjernobil is niet ver van ons bed, het ligt onder ons bed

Op 4 september 1985 stond mijn foto in verscheidene Nederlandse kranten, meestal zonder naam. De avond tevoren had ik tijdens een inspraakavond over kernernergie de deskundigen op het podium als volgt toegesproken: “Na aandachtige bestudering van het 'Advies inzake stralingsbescherming in Nederland, ICRP-aanbevelingen in de praktijk' van 17 juli 1984 en na aandachtige bestudering van het Brontermadvies van de Gezondheidsraad van 13 juli 1984 en na aandachtige bestudering van de Minderheidsnota van drs. G. Nooteboom, die inmiddels ontslagen is, en na aandachtige bestudering van diverse andere binnen- en buitenlandse rapporten, ben ik tot de stellige overtuiging gekomen dat de heren in het forum een stelletje vorstelijk betaalde schoften zijn.” In een vuurwerk van flitslicht beëindigde ik mijn optreden.

ELS DE GROEN

Het jubileum van Tsjernobil op 26 april jl. heeft de aandacht voor kernenergie tijdelijk doen herleven. Maar het geringe aantal bezoekers aan de landelijke manifestatie 'Nooit meer Tsjernobil' ontlokt Trouw de uitspraak: 'Tsjernobil is ver van mijn bed' (29 april). De kop in de krant mag psychologisch correct zijn, natuurkundig gezien ligt Tsjernobil onder ons bed.

Het is niet mijn bedoeling een pleidooi te houden voor of tegen kernenergie. Ik wil slechts beklemtonen dat de informatie over stralingsgevaar een pad geplaveid met leugens is. En een industrie die zich slechts kan handhaven door haar risico's voor het individu en de maatschappij voortdurend te vervalsen, past niet in een democratie.

In 1987 blijkt uit bodemmonsters, genomen door Staatsbosbeheer, dat gebieden in Brabant en Drente als gevolg van Tsjernobil ernstig zijn besmet. Deze informatie is bewust uit de pers gehouden. Ik heb haar van een bezorgde 'dissidente' ambtenaar. Ook heb ik het schriftelijk bewijs gezien dat het Europees Parlement door Euratom, het adviesorgaan inzake kernenergie, onjuist is voorgelicht omtrent stralingsgevaren. En ik weet van het bestaan van notulen van de Gezondheidsraad, die een regelrechte manipulatie door Euratom onthullen.

Hoewel de ICRP (International commission on radiological protection) in de jaren tachtig ontdekte dat radioactiviteit veel gevaarlijker was dan voorheen was aangenomen, werd dat inzicht niet vertaald in nieuwe strengere normen. Ze werden daarentegen versoepeld! Euratom zette de koers en dwong de Nederlandse Gezondheidsraad een advies uit te brengen dat lak had aan de nieuwste ICRP-inzichten.

De toenmalige minister van volksgezondheid Ginjaar (VVD) kreeg lucht van de manipulatie, maar kon niet interveniëren. Daarom regelden insiders Kamervragen voor hem, die met opzet werden gesteld door een partijgenoot van Ginjaar. Daarop antwoordde de minister, tot ergernis van zijn ambtelijke top, dat hij de nieuwe normen slechts onder voorbehoud zou aanvaarden. Maar Ginjaar vertrok en Winsemius kwam. En de topambtenaren bleven. En de leugens ook.

Later heb ik Ginjaar geïnterviewd in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Gezondheidsraad en zijn opmerkelijke uitspraken beschreven in een boekje 'Straling, mag 't ietsje meer zijn?' (Uitgeverij Aktie Strohalm).

Leugens Kernenergie en openheid verdragen elkaar niet.

De westerse lichtwaterreactoren zijn weliswaar veel veiliger dan de Russische gasgekoelde grafietreactoren, maar beide reactortypes zijn niet veilig genoeg en voldoen vaak niet meer aan de nieuwste veiligheidseisen. En zou men de laatste kennis over stralingsgevaren vertalen in stralingsnormen, dan moeten álle kerncentrales onmiddellijk worden gesloten! Daarom wordt er gelogen, door deskundigen en infiltranten die de media bewerken.

Wij maken een grote fout als wij blindvaren op de open democratische structuur die onze westerse landen kennen. Juist op het terrein van de nucleaire technologie lijken Oost en West op elkaar. Een voorbeeld is het boekje 'Straling en radioactiviteit', uitgegeven door TNO ('86), vol leugens en demagogie: cursusmateriaal voor artsen. In 1991 nog werd het door een van de schrijvers, prof. dr. Van Bekkum, tijdens een congres aan artsen aangeprezen. Een ander voorbeeld zijn de jarenlange voorlichtingsactiviteiten van Van Loon en Andriesse in de NRC. Of de schoolwerkbladen van de Kema. Of de verspreidingsstop op de Minderheidsnota van de ontslagen Nooteboom.

Wat hebben ik en anderen met onze jarenlange activiteiten bereikt? De verspreiding van genoemd boekje heeft ertoe bijgedragen dat er een nieuwe Directie Stralenbescherming is aangetreden. De normen voor de bevolking werden aangescherpt, maar die voor werkers niet. Nota bene de enige voorgenomen aanscherping in de normen voor werkers, namelijk die voor zwangere werkers, werd ongedaan gemaakt, nadat ik had gezegd dat dat een impliciete erkenning van de grotere stralingsgevoeligheid van ongeboren kinderen was. En dan is er nog die andere categorie normen, die niet de besmetting van lichamen maar van voedsel betreffen. Omwille van de economie zijn deze voedselbesmettingslimieten zodanig versoepeld, dat iemand met een normaal dieet 37,5 maal zijn jaarmaximum op kan eten. Dat getal is niet van mij, maar van mevrouw dr. Zuur, namens de Nederlandse overheid (uitspraak op artsencongres KNMG en NVMP april 1991).

Om misverstanden te voorkomen: ik verdien niets aan kernenergie. Ik heb het vermelde, nu uitverkochte boekje pro deo geschreven. “Mens, waar maak je je druk om? Je leeft hooguit honderd jaar,” zei meneer Veldhuis, voorlichter van het Energie-onderzoek centrum in Petten. Na mij de zondvloed, luidt de vrije vertaling.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden