Review

Tsjechov: 'De literatuur is mijn maîtresse'

Anton Tsjechov: Zwanezang. Eenakters en vaudevilles. Vert. Yolanda Bloemen en Marja Wiebes. Plantage, Leiden; 112 blz. - ¿ 24,50.

Uit de hier gepubliceerde eenakters en 'vaudevilles', zoals de schrijver ze zelf noemde, blijkt dat de schrijver met zijn maîtresse kon dollen op een manier die ons een eeuw later nog van oor tot oor doet grijnzen. Zo is 'Treurspeler tegen wil en dank' een pareltje van ellende, gegrepen uit het leven van een datsjabewoner die elke dag voor zijn werk naar de stad moet en door de boodschappen-opdrachten van zijn familie, buren en vrienden zeer invoelbare moordneigingen gaat ontwikkelen. Tsjechov had zelf een zomerhuisje vlak buiten Moskou.

Een van zijn eerste eenakters is 'Langs de grote weg' (1884) dat, zoals meer uit deze bundel, teruggaat op een verhaal van hem: tijdens zijn studie had Tsjechov honderden verhalen geschreven. Het is een intrigerend drama, waarin zich al figuren als uit 'Oom Wanja' en 'Drie zusters' aftekenen. Het mocht van de censuur tijdens Tsjechovs leven nooit gespeeld worden, maar zou nu als opening van een serie korte stukken een sterke indruk kunnen maken. De echte vaudevilles, vaak maar een paar bladzijden groot, zijn niet om gespeeld, maar gelezen te worden, en vallen op door de sterk verschillende komische registers. De vertaling beviel me niet altijd. Zinnetjes als: “Die ouwe man kan elk ogenblik gaan hemelen” of: “Dat is een heel eind weg, baardmans”, binnen de lengte van één pagina, zetten bij mij de stekeltjes overeind: ik kan me niet voorstellen dat Tsjechov in het Russisch zo leukig doet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden