Truttenschudder met jarretel-aandrijving

Welke Nederlanders hebben zo'n grote invloed gehad op de twintigste eeuw, dat na hen de wereld niet meer dezelfde was? Beroemd, berucht of onderschat, wie veroorzaakte een wending in onze levenswijze, markeerde een doorbraak in ons denken? Met het eind van de eeuw in zicht blikt Podium iedere dinsdag terug op invloedrijke landgenoten in de afgelopen honderd jaar.

Van Doorne

Al weken stonden de Nederlandse kranten en tijdschriften er bol van: op de opening van de AutoRai in februari 1958 zou de eerste personenauto van Daf gepresenteerd worden. De verwachtingen bij de autoliefhebbers waren hoog gespannen. Groot was de teleurstelling toen er in de Daf-stand een doodgewoon, klein uitgevallen autootje stond.

Het wagentje had twee deuren, was gebouwd voor vier personen en had een luchtgekoeld, tweecilinder-boxermotortje van nog geen 600 cc. Met 22 pks in het vooronder, haalde het karretje 90 kilometer per uur. Bij plankgas. Niets bijzonders, dus. Ware het niet, dat er een wel heel ongebruikelijke versnellingsbak in de auto zat. Of liever: helemaal geen bak. Die was namelijk vervangen door een zogenaamde Variomatic, een uitvinding van de gebroeders Van Doorne. Dit systeem dreef de achterwielen met rubberriemen aan en werkte op het vacuum van de motor. Dit schakelsysteem had de zelfde voordelen als een automatische versnellingsbak. Aardig was, dat je even hard voor- als achteruit kon. Het Dafje kostte net geen 4000 gulden en dat was voor 4000 mensen reden om nog tijdens de tentoonstelling een Dafje te bestellen. Het was de goedkoopste automaat, ideaal voor mensen met weinig of geen rij-ervaring.

Van Doorne is synoniem met Daf. Een portret van Van Doorne gaat dan ook onherroepelijk over zijn autootje dat decennialang het straatbeeld sierde. Dankzij deze 'auto-uitvinding van de eeuw' verdient de genius ervan het wel om éven uit de schaduw te komen: Hub van Doorne - en niet te vergeten broer Wim. 'Meneer Hub' (1900-1979) en 'meneer Wim' (1906-1978) waren in 1928 een constructiewerkplaats begonnen die vanaf 1932 als Van Doornes Aanhangwagen Fabriek naamgever was van hun product dat het meest tot de verbeelding sprak - meer nog dan Daf-vracht- en leger-auto's: voor het eerst sinds de ijstijd, toen in Amsterdam de 'Spijker' de straat op ging, had Nederland een personenauto van eigen bodem. Hub, de meest technische van de broers, ging door voor de Willy Wortel van het duo. In 1950 zag naast de Aanhangwagenfabriek 'Van Doorne's Automobielfabriek' het licht. Naast de Hollandse glorie-afkorting Daf - haast een soortnaam - was er nog een andere aan de keukentafel geboren titel die het imperium van de Van Doornes sierde: 'Vado', de beleggingsmaatschappij om het familiekapitaal veilig te stellen. Dat het brutale automobilistenvolk uiteindelijk toch het versnellingsknuppeltje verkoos was voor Vado c.q. Daf reden om de in waarde gedaalde familie-aandelen in 1980 van de hand te doen.

De Daf was z'n duffe imago nooit helemaal kwijtgeraakt. Al gauw bleek-ie vooral populair bij bejaarden, nonnen en anderen die er zelden op uittrokken en áls ze dat deden, dan zo voorzichtig mogelijk.

Het automobiel vormde op de weg vaak een obstakel, niet in de laatste plaats vanwege zijn beperkte topsnelheid. Al snel heette 't Dafje truttenschudder met jarretel-aandrijving of rijdende koffiemolen. Dat verhinderde niet, dat het karretje even een behoorlijke populariteit genoot, ook in het buitenland. Om het imago te verbeteren, zette de fabriek een race-afdeling op. Er verscheen een Formule 3-auto met Variomatic; spoedig was een rally zonder Daf ondenkbaar.

In 1962 waren er al meer dan 20 000 auto's gebouwd. De Daf 600 werd opgevolgd door de 750 met een 30 pk motor. De luxe uitvoering hiervan werd Daffodil genoemd (Narcis), en moest in 1967 het veld ruimen voor de Daf 33. Enige tijd later ontwierp de Italiaan Michelotti een groter en aantrekkelijker koetswerk, waardoor de Daf 44 ontstond. Deze was sneller - maar duurder - dan zijn voorgangers. De 44 werd opgevolgd door de 55, met een pittige 1100 cc Renault-motor, een viercilinder.

In 1972 nam het Zweedse Volvo de Daf-fabrieken over en de productie werd opgevoerd naar zo'n 99 000 stuks. Twee jaar later verdween de 33 uit het programma en werd de opvolger van de 55 - juist, ja, de 66 - omgedoopt tot Volvo 66. En toen was het dan toch echt gedaan met de Nederlandse naam van het roemruchte automaatje.

Nog steeds heeft het Dafje een grote hoeveelheid liefhebbers, die zich in een club hebben verenigd. En wie goed om zich heenkijkt, kan nog regelmatig een Daf 66 zien rijden.

Want degelijk waren ze, die truttenschudders.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden