Interview

Trumps protectionisme is een keerpunt

Beeld Patrick Post

De VS waren sinds 1945 de kampioenen van de vrijhandel. Trump gooit radicaal het roer om. Een protectionistisch Amerika is ingrijpend, betoogt econoom Jan Luiten van Zanden. Maar uniek is het zeker niet.

Het zijn turbulente tijden, maar de Drift in Utrecht straalt op een prachtige wintermiddag vooral rust uit. Jan Luiten van Zanden, hoogleraar economische en sociale geschiedenis, kijkt vanuit zijn werkkamer uit op de monumentale straat. Het bestuderen van de historie vloeit dezer dagen als vanzelf samen met kijken naar de verbazingwekkende actualiteit. Amerika, lang kampioen van de vrijhandel, slaat plots de weg van het protectionisme in. De rest van de wereld moet reageren.

Het paradoxale is dat ook overtuigde tegenstanders van beschermende maatregelen er na een aankondiging van een ander land meestal zelf toe overgaan, om zichzelf niet uit de markt te laten prijzen. Met risico op handelsoorlogen, die winnaars en verliezers kennen, en die kunnen ontaarden in echte oorlogen.

"Vermoedelijk kun je niet niets doen", zegt Van Zanden. "De vraag is of je invoertarieven op auto's moet invoeren, als de VS die ook heffen. Het is denkbaar dat je een land in een andere sector probeert te treffen. Europa dient zich af te vragen: waar liggen onze strategische belangen op langere termijn? Welke sectoren wil je hierheen halen of extra stimuleren, om onze economie welvarend te houden of nog welvarender te maken? Die vraag moet het uitgangspunt zijn. Misschien moet je vooral in de ICT invoerrechten ophogen en een eigen sector opbouwen. Want daar hebben die Amerikanen natuurlijk een enorme dominantie."

Dat is niet alleen economisch denken, maar ook politiek en militair: stel dat de Amerikanen de totalitaire kant opgaan, dan is het niet fijn dat we qua ICT aan hen overgeleverd zijn.

"Zo'n scenario kun je niet helemaal uitsluiten. Totalitair is wel een heel sterk woord. Maar het lijkt me nuttig dat je je eens afvraagt welke wezenlijke belangen op het gebied van informatie, ICT en dergelijke op het spel staan. Daar zijn we nu via Apple, Facebook, Twitter en dat soort bedrijven voor 99,5 procent afhankelijk van de VS. Zij weten alles over ons en wij weinig tot niets over hen. Dat is zeer onwenselijk. Ik weet niet precies hoe we onze eigen Googles krijgen. Maar het zou op termijn heel belangrijk kunnen zijn."

Van Zanden aarzelt. "Dit wel erg speculatief. Ik voel me wat meer op mijn gemak als ik over het verleden praat. Daar weet ik net iets meer van af. Althans dat denk ik."

U heeft Trump en diens America first - ontleend aan het nationalistische, isolationistische kamp aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog - een keerpunt in de geschiedenis genoemd. Menig historicus waagt zich pas met wat meer afstand in de tijd aan zulke stelligheid.

"Zeker. Maar voor zover je over dit soort dingen zinnige uitspraken kunt doen, is dit wat ik erover te zeggen heb. De overwinning van Trump - maar ook de Brexit, en in Nederland het Oekraïne-referendum - betekenen het einde van de globalisering. Bijna geen land in Europa waar het ongemak over het neoliberale denken dat ten grondslag ligt aan de globalisering niet naar boven komt."

Is een zo radicale koerswijziging als nu in Amerika iets exceptioneels?

"Het is bijzonder. Maar Amerika heeft een lange traditie van protectionisme. Dat zijn we een beetje vergeten. In de negentiende eeuw en ook in de eerste helft van de twintigste eeuw beschermde Amerika zijn handel heel sterk. Ze zijn er toen het rijkste land ter wereld mee geworden. Nog in 1931, midden in de grote crisis, toen echt alles verkeerd ging, hebben de Amerikanen met een van de meest protectionistische wetten uit hun eigen geschiedenis hun eigen producten beschermd en buitenlandse waar duurder gemaakt. Trumps protectionisme is niet uniek: dat de VS na 1945 zo voorop hebben gelopen met vrijhandel is eerder iets bijzonders in hun geschiedenis."

Gaat protectionisme per definitie gepaard met een isolationische buitenlandpolitiek?

"Die neiging is er natuurlijk wel. America first is de teneur van Trumps hele buitenlandpolitiek: alleen maar voor de Amerikanen en verder onderschatten hoe belangrijk het is om op wereldniveau verantwoordelijkheden op je te nemen. Wat interesseert ons het, wat er elders gebeurt... Maar de economische en de politieke dimensie kun je wel scheiden. Het Britse Rijk was in koloniale tijden evenzeer op de wereld gericht als protectionistisch."

Zeker na 1945 zijn we gaan geloven dat vrijhandel welhaast een garantie voor vrede is: wie zaken met elkaar doet, voert geen oorlog.

"Dat is een mooie liberale gedachte. Er zit wel een kern van waarheid in. Het heeft zeker bijgedragen tot de relatief vreedzame periode sinds de Tweede Wereldoorlog. Maar er zijn ook veel voorbeelden van het tegendeel. De Balkannaties met hun zeer verweven economieën zijn toch allemaal tegen elkaar gaan vechten. In 1914 waren de Europese economieën ook erg afhankelijk van elkaar. De grootste handelspartners waren Engeland en Duitsland; die gingen toch vrolijk met elkaar oorlog voeren.

"Over handelspolitiek zijn ook flink wat oorlogen gevoerd. Midden zeventiende eeuw kwamen de Engelsen met hun Navigation Acts: wetten die de vaart van niet-Engelse schepen van en naar Engeland en de Engelse koloniën inperkten. Daarover heeft Nederland toen een aantal oorlogen met Engeland gevoerd. Met onze kleine economie was de Republiek altijd erg voor vrijhandel. Hugo de Groot met zijn pleidooien voor vrije zeeën was ook een van de eerste theoretici op dat gebied."

Beeld Patrick Post

Wij kennen Engeland als de voorvechter van vrijhandel bij uitstek, tijdens de Industriële Revolutie. Kennelijk veranderen landen bij wijzigende omstandigheden van mening?

"Het is een mythe dat Engeland groot en rijk is geworden op basis van vrijhandel alleen. Tot de jaren 1840 was het land behoorlijk protectionistisch. Het parlement werd lang gedomineerd door landeigenaren, die probeerden de landbouwprijzen hoog te houden, bijvoorbeeld met de corn laws, die buitenlands graan onaantrekkelijk moesten maken.

"Dat veranderde midden negentiende eeuw. Door de industrialisatie gingen de landbouwbelangen steeds minder zwaar wegen, en die van exporterende bedrijfstakken als de textiel werden groter. Daar sukkelde de handelspolitiek achteraan. Maar toen de keuze eenmaal was gemaakt, opereerde Engeland als de algemene wegbereider van de vrijhandel. Het land probeerde het ook bij anderen af te dwingen. Precies zoals Amerika dat in de periode tussen 1945 en nu deed. In Europa kregen de Engelsen snel navolging. Elders, zoals in China, kwam er soms gunboat-diplomatie aan te pas.

"Eigenlijk propageerden de Engelsen alleen vrijhandel op het toppunt van hun macht. Voor Amerika geldt misschien wel hetzelfde - hoewel het nog wat vroeg is om definitief vast te stellen dat de VS de neergaande fase zijn ingegaan. "

Waren er landen in de negentiende eeuw die hun industrie wilden beschermen?

"Landen als Duitsland waren wat voorzichtiger. Maar ook die neigden in eerste instantie naar vrijhandel. Rond 1870, 1880 sloeg dat om, toen groepen die meer belang hadden bij protectionisme - de landbouwsector, de staalindustrie - zich organiseerden. In Frankrijk gebeurde iets dergelijks. Maar het bleven tamelijk liberale economieën. Het kwam slechts tot beperkte aanpassingen."

Kun je het sentiment bij Europese boeren die in de negentiende eeuw achtergesteld raakten vergelijken met de gevoelens in de Amerikaanse Rust Belts, die Trump mee in het zadel hielpen?

"Jazeker. En de twijfels over vrijhandel waren in de tweede helft van de negentiende eeuw niet alleen bij boeren te vinden, maar evengoed onder de arbeiders. Die hadden tijdens de Industriële Revolutie het gevoel: iedereen wordt rijk behalve wij, terwijl wij het werk doen. Dus niet alleen boerenorganisaties, ook de opkomst van het marxisme en de sociaal-democratie kun je zien als reactie op het liberale denken, als pogingen om de economische positie van de boer en de arbeider te versterken."

Dat soort gevoelens lijken voor toen reëel en verklaarbaar. Voor vandaag ook?

"In de VS is de ongelijkheid extreem opgelopen. In Nederland minder, maar daar gaan sommige ontwikkelingen ook heel hard. Zie hoe ver de flexibilisering van arbeid is doorgeschoten: heel veel beroepen hebben hun wat beschermde positie verloren. De zorgsector, de postbestelling, in allerlei sectoren zijn de arbeidsvoorwaarden in de afgelopen twintig jaar zeer verslechterd. Dat zie je in Nederland misschien niet terug in de inkomensstatistieken, maar veel mensen zijn er in bestaanszekerheid bepaald niet op vooruitgegaan. Dat verklaart veel onvrede. Mensen geloven niet meer dat er wel werkgelegenheid en groei voor iedereen komt als we nu maar vrijhandel en handelsverdragen introduceren. Dat verhaal is versleten."

Wat is het alternatief dan?

"Economische groei genereer je niet door louter vrijhandel. Je moet ook andere dingen tot je beschikking hebben. Een motor, economische dynamiek ontwikkelen via investeringen in onderzoek en technologische innovaties, een goed geschoolde bevolking. Vrijhandel levert efficiëntievoordelen op, nationaal en internationaal. Maar het levert niet de langetermijndynamiek op. Die zit elders in de economie.

"Moet je alles opgeven voor vrijhandel? Het oudste argument gaat terug tot de Britse econoom David Ricardo (1772-1823), die het had over de ruil tussen Portugal met zijn wijn en Engeland met zijn textielgoederen. Hij liet zien dat het efficiënter was om vrijhandel te hebben. Maar de langetermijneffecten waren wel gunstig voor Engeland, die er zijn Industriële Revolutie aan dankte, maar niet voor Portugal. Op lange termijn kan vrijhandel op diverse plaatsen dus heel anders uitpakken. Over de precieze effecten woedt nog steeds debat."

Ligt het ideale model ergens tussen vrijhandel en protectionisme in?

"Je moet als nationale economie in elk geval sturen en sectoren ontwikkelen waar de groei, de innovatie, de technologische ontwikkelingen, de nieuwe kapitaalmogelijkheden zitten."

Waren er momenten in de wereldgeschiedenis met een redelijke balans tussen vrijhandel en protectionisme?

"In de gouden jaren tussen 1945 en 1973, stonden zowel de West-Europese als de Amerikaanse economieën vrij sterk onder leiding van een dirigistische overheid - met redelijke controle, én ruimte voor vrijhandel. Ze hield de financiële sector stevig in de gaten, dan kreeg je niet alle ellende van de Grote Depressie in de jaren dertig. Dat beleid om de banken een beetje in toom te houden om te grote instabiliteit tegen te gaan, is na de oorlog een tijdlang succesvol volgehouden.

"Dat hebben we in de jaren tachtig en negentig onder invloed van Reagan en Thatcher weer helemaal losgelaten, met 2008 als gevolg. En eigenlijk ziekt dat nog steeds door. Die financiële sector is zo uit de hand gelopen dat we er nu geen greep meer op hebben. Europa heeft zich helemaal gelieerd aan dat neoliberale denken. Het zal zich opnieuw moeten uitvinden en een nieuwe missie moeten formuleren.

"De koerswending van nu is een late reactie op de economische crisis van zes, zeven jaar geleden. We wisten al dat een eind was gekomen aan die fase van globalisering. We waren geconfronteerd met de negatieve effecten daarvan, maar het drong beperkt door. De jaren dertig waren zo dramatisch, dat iedereen daarna wist dat het anders moest. 2008 hebben we te goed opgevangen, door de in de jaren dertig geleerde les dat de overheid banken moet redden om totale ineenstorting tegen te gaan. Maar de geleidelijke uitholling van de bestaanszekerheid van de onderkant is niet geëindigd door de ingrepen in 2008. Die is misschien nog wel versneld doorgegaan."

'Niet het protectionisme, maar het ijveren voor vrijhandel van de VS was uitzonderlijk'.

Jan Luiten van Zanden

De econoom Jan Luiten van Zanden (1955) is al 25 jaar hoogleraar economische en sociale geschiedenis aan de Universiteit Utrecht en als senior onderzoeker verbonden aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam. Hij promoveerde in 1985 op een proefschrift over de Nederlandse landbouw in de negentiende eeuw.

Van Zanden won in 2003 de Spinozapremie voor excellent onderzoek en geldt internationaal als een autoriteit op zijn vakgebied. Met een latere studie toonde hij aan dat de welvaart in de eerste decennia van de industriële revolutie af- in plaats van toenam, terwijl er toch harder en langer werd gewerkt.

Zijn nieuwste onderzoek richt zich op de ontwikkeling van de biodiversiteit in de afgelopen vijfhonderd jaar en het verband met de economie. Dat is vreemd genoeg een nog tamelijk onontgonnen historisch terrein.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden