Column

Trump en Wilders spelen dezelfde troef

De Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump.Beeld ap

In Amerika zijn de politieke verhoudingen zo verscherpt dat het midden is verdwenen. 'De meest conservatieve Democraat is nu progressiever dan de meest progressieve Republikein', constateerde de denker Fukuyama enkele jaren terug in zijn boek 'De oorsprong van onze politiek'. So what? Goed voor het debat, die politieke helderheid. Juist niet, meende Fukuyama.

Een verdeeldheid die zo is doorgeschoten in twee vrijwel gelijkgeaarde blokken heeft volgens hem tot gevolg dat het inhoudelijke debat niet meer wordt gevoerd, compromissen onmogelijk worden en bestuurlijke verlamming het resultaat is. Hij voorzag scherp het gevolg: een groeiende populistische woede ter linker- en rechterzijde, die op haar beurt de polarisatie verder zou aanjagen.

De analyse van Fukuyama biedt een verklaring voor de opkomst van politici die aan deze woede een stem geven, Trump en Sanders in Amerika, Farage en Corbyn in Engeland, Wilders en eerder Fortuyn in Nederland. Deze politici hebben meer of minder gemeen dat zij vanuit de optiek van het midden niet helemaal, en aanvankelijk helemaal niet, serieus worden genomen, maar onder de burgers en in de media een sterke fascinatie oproepen.

Middelpuntvliedende krachten
Hier is nog geen sprake van een vetocratie, zoals Fukuyama de toestand in zijn land beschreef. In 2012 bleken VVD en PvdA, de grootste partijen op de rechter- en linkervleugel, in staat het weggeslagen midden te overbruggen, maar de geforceerde wijze waarop dat gebeurde, is hen door hun kiezers niet in dank afgenomen. Of de partijen het kunnen volhouden is de vraag, want ook deze natie ontkomt niet aan de middelpuntvliedende krachten van de polarisatie.

Aangedreven door beduchtheid voor verlies van welvaart en culturele identiteit, is de populistische woede een politieke factor van betekenis geworden, ook omdat zij trends in de samenleving weerspiegelt, zoals een segregatie langs sociaal-culturele lijnen die volgens Fukuyama 'de gedeelde ervaring van burgerschap verzwakt'. Hij spreekt in zijn boek van 'een nieuw soort van verzuiling'. Dat verschijnsel tekent zich ook hier in aanzet af, met aan de ene kant degenen die openstaan voor de internationalisering en aan de andere kant de mensen die hechten aan nationale afbakening en behoud van tradities.

Nederland heeft met verzuilde verhoudingen een rijke ervaring, maar het is de vraag of daaruit nog kan worden geput, nu juist het beslissende kenmerk van de verzuilingspolitiek, het overlegmodel met zijn pragmatische compromissen, onder vuur ligt. Dat model heeft bijna een eeuw lang redelijk goed en, gemeten naar vrijheid, welvaart en maatschappelijke vrede, zegenrijk gewerkt, maar het betrekkelijk gesloten en voor elitair gehouden karakter wordt steeds minder aanvaard.

Het volk bestaat niet
De populistische woede gaat vergezeld van afkeer van de besturende elite en een roep om een ongefilterde democratie, met directe invloed van burgers via referenda. Of dat per se ook een betere democratie zal zijn, is vatbaar voor twijfel. Van democratie, in de letterlijke zin van volksheerschappij, zal nimmer sprake zijn, nog niet eens zozeer vanwege de praktische moeilijkheid zo'n bestuur vorm te geven, maar vooral omdat 'hét volk' niet bestaat. Daarom zal ook bij referenda niet iedereen zijn zin krijgen.

In een gepolariseerd klimaat, waarin politieke tegenstanders geen boodschap meer aan elkaar hebben, bestaat het risico dat referenda ontaarden in een tirannie van de meerderheid. In extremis zou democratie zo een legitimatie voor onverschilligheid jegens een minderheid kunnen worden. Niet zonder grond schreef de filosoof Isaiah Berlin in 1958, dat democratie als zodanig niet logisch aan vrijheid is gekoppeld: "Zij heeft historisch gezien soms verzuimd de vrijheid in bescherming te nemen, gelijktijdig trouw blijvend aan haar beginselen."

De wijsheid van de overlegdemocratie die vanaf 1918 met de invoering van het algemeen kiesrecht en het stelsel van evenredige vertegenwoordiging in Nederland vorm kreeg, was dat zij de behoefte aan een (groeps)identiteit paarde aan een tolerantie die compromissen mogelijk maakte en het land regeerbaar hield. Voor zover dit een raadsel is, schuilt het antwoord in de paradox: juist daarom kon het politieke gevecht op het scherp van de snede worden gevoerd. Het gevaar van de identiteitspolitiek die met de populistische woede opkomt, is dat zij die relativering mist en een onoverbrugbare afstand schept.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden