Trump dreigt ook met handelsoorlog tussen grote VS en klein Rwanda

Een Afrikaanse markt voor tweedehands kleding. Beeld epa
Een Afrikaanse markt voor tweedehands kleding.Beeld epa

Tonnen dumpkleding worden jaarlijks vanuit vooral Amerika en Europa naar Oost-Afrika verscheept. Daar wordt de tweedehandskleding spotgoedkoop op markten verkocht. De handel is van zo’n grote omvang dat de regionale textiel- en kledingindustrie er zwaar onder lijdt.

Lotje van den Dungen

Rwanda komt daarom met een zware importheffing op tweedehands importtextiel. De Amerikaanse president Trump vindt dit oneerlijk en slaat terug. Een handelsoorlog dreigt tussen het piepkleine arme Rwanda en het grote rijke Amerika.

Oneerlijk

Begin 2016 dreigt de Oost-Afrikaanse gemeenschap (EAC) - bestaande uit Rwanda, Tanzania, Oeganda en Kenia - met een importverbod op tweedehandskleding. Alleen, dat schendt de handelsovereenkomst van de EAC met de Verenigde Staten. Het gevolg is een boze Amerikaanse president Trump. Exporteurs uit de VS vinden het oneerlijk dat goedkope kleding uit China wel de Afrikaanse markt bereikt. Daarnaast vreest de industrie dat het importverbod veel Amerikaanse banen kan kosten, zoals bij het sorteren en verpakken van de tweedehandskleding.

Donald Trump slaat terug en dreigt met heffingen op onder meer koffie, thee en olie - producten die uit die regio naar de VS worden geëxporteerd. Kenia, Oeganda en Tanzania hebben nu hun beperkingen voor tweedehands kleding uit de VS inmiddels opgeheven. Rwanda niet. Het kleine Afrikaanse land krikt de importheffing op tweedehandstextiel met 1250 procent omhoog, wat bijna neerkomt op een importverbod. In 2016 bedroeg die import 14 miljoen euro. Voor heel Oost-Afrika was dat 222 miljoen euro. Trump geeft Rwanda tot eind mei om de heffingen weer in te trekken. Maar Rwanda houdt tot nu toe stug vol.

Grotesk

“De reactie van Trump is grotesk”, zegt Ton Dietz, emeritus hoogleraar Afrikaanse ontwikkelingsstudies aan de Universiteit Leiden. “De effecten van de tweedehandskledingimport in die landen zijn al jaren desastreus.”

In de jaren tachtig kwam de tweedehandskledingexport naar Afrika op gang. In Kenia bijvoorbeeld stonden destijds nog vijftig katoenfabrieken. Dat waren er in 2016 nog maar veertien. Dietz: “Deze handel heeft de textielindustrie van Kenia kapotgemaakt. Zij hadden al eerder moeten doen wat Rwanda nu doet.”

In sommige Oost-Afrikaanse landen begint wel een textielindustrie te ontstaan. Dat komt omdat grote modebedrijven zoals H&M hun kleding bijvoorbeeld in Ethiopië laten maken, omdat het daar spot goedkoop is. Een klein land als Rwanda zal het toch moeilijk krijgen op eigen houtje een kledingindustrie op te bouwen. Maar helemaal kansloos is het niet, denkt Dietz. Rwanda is lid van de Oost-Afrikaanse gemeenschap. Dat is een gebied van een paar honderd miljoen mensen. Die landen worstelen allemaal met hetzelfde probleem. “Als zij samen een vuist maken, bestaan er zeker kansen voor een eigen textiel- en kledingindustrie. Vooral als ze goed inspelen op de lokale modewensen.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden