Trump biedt niet veel behalve een harde les

De Amerikaanse denker Francis Fukuyama is voorzichtig optimistisch over de volkswoede die in de strijd om het presidentschap aan de oppervlakte is gekomen. "Onze democratie werkt in sommige opzichten beter dan verwacht", schrijft hij in het blad Foreign Affairs over de politieke toestand in zijn land, die hij twee jaar eerder samenvatte in de term 'vetocratie'.

De kern van zijn analyse is "dat de Amerikaanse democratie eindelijk reageert op de groei van de ongelijkheid en de stagnatie van inkomens". Wat je ook van hun keuzes vindt, aldus Fukuyama, de kiezers hebben met hun onverwacht grote steun voor Trump en Sanders de regie van de politiek uit handen geslagen van partijelites en kapitaalkrachtige belangengroepen. "Dat is het echte verhaal van deze verkiezingen."

Na de vertoonde onmacht van de politici in Washington om slepende kwesties op te lossen en iets te doen aan de groeiende inkomenskloof tussen de rijkste één procent en de rest van de bevolking, hebben veel kiezers volgens Fukuyama hun kaarten gezet op radicale outsiders, in de hoop op een grote schoonmaak. Jeb Bush, de gedoodverfde kandidaat van de Republikeinen, moest snel afhaken en bij de Democraten bleek Sanders met zijn sociaal-democratische agenda een taaiere rivaal van Hillary Clinton dan verwacht.

Volgens Fukuyama is door deze revolte de kwestie van de welvaartsverdeling 'terug in het hart van de politiek' en zo overheersend dat zij culturele kwesties in de schaduw stelt. Dat laatste lijkt iets te optimistisch, gezien de culturele oorlog van Trump tegen iedereen die afwijkt. Dat voelt Fukuyama ook wel aan. Hij wijst erop dat het mobiliseren van maatschappelijk onbehagen gunstig kan uitpakken, zoals onder de New Deal van president Roosevelt in de jaren dertig, maar ook ongunstig, zoals Europa in dezelfde periode heeft laten zien.

Amerika en Europa zijn niet in alle opzichten vergelijkbaar. Fukuyama houdt aan zijn landgenoten zelfs Nederland en Duitsland ten voorbeeld als landen die de inkomensongelijkheid niet hebben laten groeien en hun werkende bevolking beter hebben beschermd tegen de gevolgen van de globalisering. Maar toch manifesteert zich ook hier een onbehagen, dat een voedingsbodem heeft in beduchtheid voor verlies van zowel welvaart als culturele identiteit.

De klemmende vraag aan beide zijden van de oceaan is of de democratie de uitdaging van dit gevaarlijke mengsel aankan of dat zij eraan bezwijkt. Niet voor niets zette Fukuyama als kop boven zijn beschouwing 'Politiek verval of vernieuwing?' Met de sociale hervormingspolitiek van Theodore Roosevelt aan het begin van de vorige eeuw en Franklin Roosevelt in de jaren dertig in het hoofd, zoekt hij de oplossing in wijs leiderschap dat de onvrede weet om te zetten in een verstandig beleid, zoals een dringend noodzakelijke verbetering van de infrastructuur.

In Nederland bestaat de neiging bij het opkomen van onvrede eerst te kijken naar gebreken in het politieke bestel. Wat is er de laatste jaren al niet gepasseerd aan ideeën: directe democratie met referenda en rechtstreekse verkiezing van bestuurders, afschaffing van de Eerste Kamer, verhoging van de kiesdrempel, partijloze democratie en een tweeblokkenstelsel. Daarbij wordt iets te snel over het hoofd gezien dat ons bestel, anders dan het verlamde Amerikaanse stelsel, nog verrassend goed functioneert.

Het idee dat een tweepartijensysteem tot een slagvaardiger bestuur leidt en grotere politieke duidelijkheid schept, is nu wel afdoende gelogenstraft. Ons veelpartijenbestel met zijn coalitiekabinetten is niet ideaal, maar het is flexibel en biedt zelfs ruimte voor de nog niet eerder vertoonde variant van een minderheidskabinet, zoals Rutte II heeft laten zien. In Nederland is ondanks de opkomst van populistische partijen geen sprake van een vetocratie, zoals in de Verenigde Staten. Hier zijn zelfs tot twee keer toe populistische nieuwkomers in de regeermacht opgenomen, de LPF in 2002, de PVV in 2010. Dat was twee keer zonder succes, maar het toont wel aan hoezeer ons bestel tegen politieke schokken bestand is.

Als een van de voordelen van een tweepartijenstelsel geldt nog altijd dat het demagogen en populisten uitfiltert. Trump lijkt met zijn opmars die theorie aan diggelen te slaan, maar als hem in november hetzelfde lot wacht als de extreme republikeinse kandidaat Barry Goldwater in 1964, blijft de theorie overeind. Dat Trump nu ondanks tegenwerking vanuit het partijestablishment zo ver is gekomen, bewijst wel hoe sterk de populistische reactie is en ook hoe sterk de partij van haar kiezers is vervreemd.

Ook hier is moedig democratisch leiderschap het antwoord op dreigende vervreemding. Vernieuwing moet uit de politiek komen, niet uit gesleutel aan het bestel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden