Trouwe bajesbezoekers geëerd

ROTTERDAM - Zijn eerste bezoek aan de gevangenis zal Ramon Hooplot nooit vergeten. “Ik zag er zo tegen op. Toen ik naar binnen moest, heb ik me omgedraaid en ben weer naar huis gegaan.”

Het was de herinnering aan zijn doodgeschoten broer die hem tegenhield. “Toen ik bij de gevangenis stond, bedacht ik dat de moordenaar van mijn broer ook in een huis van bewaring zit.” Later ging hij toch. “Gelukkig maar, want mijn beeld van gedetineerden is sterk gewijzigd. Natuurlijk praat ik hun daden niet goed. Maar ik weet nu dat iedereen daar kan belanden.”

Al negen jaar gaat Ramon Hooplot elke maand naar de penitentiaire inrichting aan de Noordsingel in Rotterdam. Samen met nog een clubje mensen van de Surinaamse parochie bezoekt hij (Surinaamse) gedetineerden. Gevangenispastor Ted Cloin, die de vrijwilligersgroep indertijd bijeenbracht, is er ook altijd bij. Al die jaren deden ze in stilte hun werk, maar toch niet onopgemerkt. Hun inspanningen zijn beloond met de Petrus Nolascusprijs. Deze onderscheiding is in het leven geroepen door Kerk en Koepel, een Arnhemse werkgroep van vrijwilligers die meehelpen in het gevangenispastoraat. De prijs is genoemd naar de heilige Petrus Nolascus, die in 1223 de orde van de Mercedariërs stichtte om gevangenen vrij te kopen of zichzelf in ruil aan te bieden voor mensen die veroordeeld waren tot de galeien. De prijs wordt vanmiddag in de Koepelkerk in Arnhem uitgereikt aan Hooplot, maar in hem wordt de hele vrijwilligersgroep van de Surinaamse parochie in Rotterdam geëerd.

Ook de gedetineerden is de onderscheiding niet ontgaan, bleek afgelopen dinsdagavond toen de parochieleden weer op bezoek kwamen. “Gefeliciteerd met jullie prijs”, zegt de eerste Surinaamse gedetineerde die het recreatiezaaltje van de A-vleugel binnenkomt. Hij schudt de handen van de zeven vrijwilligers, Robbert Getrouw, Peter Joghi, Christien Ellis, Sjaak Wong Loi Sing, Hans Gravenberch, Bert Dullens en Ramon Hooplot.

Langzaam druppelen de gedetineerden binnen. Deze avond zijn het er tien: acht Surinamers, een Kaapverdiaan en een (ex-)Joegoslaaf. De enige Nederlandse gedetineerde maakt meteen weer rechtsomkeert. Hij moet in het belendende zaaltje zijn, mompelt hij, bij de dominee. Pastor Cloin laat gevangenen en bezoekers om en om zitten. “Anders wordt het zo'n blokvorming, wij aan de ene, de gedetineerden aan de andere kant.” De pastor heeft nog gauw even koekjes gekocht. “Vinden de jongens gezellig.”

Cloin werkt al bijna tien jaar in de Rotterdamse gevangenis. Daarvoor was hij pastor in de Bijlmerbajes. “Vroeger heb ik in Chili gezeten. Ik heb de hele Allende-periode meegemaakt. Toen ik vanwege de veiligheid terug moest naar Nederland, zag ik de kerk hier helemaal niet meer zitten. In Nederland functioneerde ze bijna alleen nog op zondag. Bij toeval kwam ik in contact met de pastor van de gevangenis in Scheveningen. Ik was op slag verliefd op dit werk.”

Stilte

De bijeenkomsten beginnen en eindigen altijd met het zingen van een Surinaams lied. De leden van de parochie zetten in: Te Masra Jezus ben opo,/ go na da hemel foe En;/ Ala den leerling makandra/ go na de foto agen. O Santa Jeje, foe wi joe ben kon! Een paar gedetineerden zingen voluit mee, anderen staren zwijgend voor zich uit.

Omdat er deze avond een paar nieuwe gezichten zijn, legt gespreksleider Ramon Hooplot eerst uit wat het doel van de bijeenkomst is. “We komen hier niet om zieltjes te winnen. Het is ook niet zo dat wij hier even komen vertellen hoe het zit. We leren ook van jullie. We vinden het bovendien prettig om hier te komen, anders zouden we dit niet al negen jaar doen. En dan wil ik nu graag horen waar jullie vanavond over willen praten.” Diepe stilte. In principe kunnen de gedetineerden zelf het onderwerp aandragen. Racisme en discriminatie komen elk jaar wel aan bod, vertelt Hooplot. “Maar we praten ook over opvoeding, vrouwenemancipatie, vergeving, geld, geloofsvragen.”

Dromen

Deze avond komt er weinig respons. Hooplot deelt briefjes uit met vragen rond het thema 'dromen'. Valt daarover misschien een discussie aan te zwengelen? “Dromen over vrijheid. Waar denken jullie aan bij vrijheid?” Hooplot kijkt de kring rond. “Ik ben wel vrij, maar nog niet vrijgelaten”, roept iemand. Een ander vindt het thema misplaatst. Hij moet gewoon niet denken aan vrijheid, want daar wordt hij maar gefrustreerd van. Onzin, vindt zijn buurman. “Je geest is vrij. Daar gaat het toch om.” Bovendien is de vrijheid 'buiten' ook maar betrekkelijk, voegt hij eraan toe. Daar heb je immers ook te maken met regels en wetten. “Inderdaad”, beaamt parochielid Sjaak Wong Loi Sing. “Het zou een chaos worden als iedereen maar deed wat hij wil.”

Die opmerking leidt tot een heftige monoloog van een Surinaamse gedetineerde, die zichzelf afficheert als 'radicaal' en 'aanhanger van M.L. King en Malcolm X'. “Wie heeft die regels gesteld? De boeven in de regering, toch. Nou, daar hou ik me niet aan. Regels die anderen verzinnen om mensen te onderdrukken, dat is toch geen vrijheid.” Zijn buurman rukt de muts van zijn donkere krullen en roept: “Hé man, ik zie alleen maar frustraties bij jou. Het klopt wel wat je zegt, maar je schiet er niks mee op. Als ik alleen was, zou ik net zo redeneren. Maar nu ik twee kinderen heb, zie ik pas in dat die veilig op straat kunnen spelen doordat er regels en wetten zijn.”

Rumcola

Alle gedetineerden roepen nu door elkaar, sommigen in het Surinaams. Hooplot probeert tot een afronding te komen, want de gevangenen moeten weer naar hun cellen terug. Nog even komt de Petrus Nolascusprijs ter sprake. De meeste gedetineerden blijken de bezoeken van de parochieleden te waarderen. Het doorbreekt de sleur en ze zien weer eens mensen van 'buiten'.

Tot slot vraagt een gedetineerde of er de volgende keer gepraat kan worden over het leven ná de gevangenis. “Wat moet ik nou met discussies over geluk en vrijheid?” Cloin legt uit dat dat ook zeker gaat gebeuren. Hij wijst de gevangenen erop dat ze altijd kunnen aankloppen bij de parochie als ze vrij zijn. Maar in de praktijk komt het vrijwel nooit tot nazorg, vertelt Peter Joghi. “Ze beloven het wel, maar eenmaal vrij zijn ze dat gauw vergeten.” Hij vindt het wel eens jammer dat hij 'de jongens' nooit meer terugziet. Hij neemt uitgebreid afscheid van een Surinaamse jongen die over twee weken z'n straf heeft uitgezeten en niet moe wordt te vertellen wat voor leuke dingen hij allemaal gaat doen. “Eerst twee maanden op vakantie. Eindelijk weer eens een rumcolaatje drinken. Lekker eten.” Peter Joghi drukt hem de hand. “Jongen, als je maar één ding onthoudt. Als je straks je vrijheid weer hebt, denk dan nog eens aan vanavond terug zodat je niet weer in onvrijheid komt.” De jongen danst weg: “Ja pa, dat beloof ik je.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden