Trouw aan de traditie

Gerrit Witteveen 1927-2015

Hij wilde zijn kapitale pand aan de gemeente Deventer nalaten, om er een museum van te maken. Maar de wethouder weigerde het geschenk.

Het liefst zat hij bij de hoge ramen van zijn voorkamer. Daar zijn nog echte vensterbanken, bekleed met kussens, vanwaar hij uitkeek op de Brink van zijn geliefde Deventer. Hij zat er al toen hij nog maar een kleuter was, een ziekelijk jongetje met een brilletje. Op school werd hij gepest, maar thuis was hij veilig bij zijn vier jaar oudere broer Henk, zijn vriend voor het leven. Heel wat uren moeten Gerrit en Henk op die vensterbanken hebben gezeten, turend naar de handel en wandel op het stadsplein.

Het huis dat ze met z'n vieren bewoonden, was groot genoeg om heerlijk te spelen. En dan waren er ook nog de zolders van de werkplaats van zijn vader die uitkwam op de achtergelegen Rijkmanstraat. Vader had een aannemersbedrijf dat hem in goeden doen had gebracht. Een strenge man met hoed en sigaar die alle beslissingen nam. Zijn moeder was onderwijzeres geweest voordat ze zich helemaal aan het gezinsleven wijdde. Zij stond erop dat de kinderen keurig Nederlands leerden spreken, naast het Deventer dialect.

Van geloof waren ze doopsgezind en ze kerkten aan de overkant van de Brink. Gerrit is die korte wandeling heel zijn leven lang blijven maken, totdat zijn lichaam het begaf.

Tijdens de Duitse bezetting zat Gerrit op de hbs-b. Hij herinnerde zich die tijd als een benauwde periode, maar ze kwamen er goed van af. Pas in de laatste maanden, toen de geallieerden de IJsselbruggen aanvielen, kreeg Deventer het zwaar te verduren. Bij een bombardement in februari 1945 werd de achtergevel geraakt en stortte in. Het gezin, dat in de kelder had gescholen, bleef ongedeerd. Maar het huis was jarenlang onbewoonbaar.

Toen broer Henk theologie ging studeren, was het duidelijk dat Gerrit de aannemerij van zijn vader zou overnemen. "Dat was gewoon zo", zei hij daar later over. Ter voorbereiding ging hij bouwkunde studeren aan de hogere technische school in Rotterdam, waar hij bij een oom kon wonen. Zijn eerste echte bouwopdracht was zijn ouderlijk huis. Het herstel kon door gebrek aan bouwmateriaal pas in 1949 beginnen.

Heel de binnenstad bleef lang in puin liggen. Het gemeentebestuur droomde van een moderne stad met een kwart miljoen inwoners, met ruim baan voor de auto. Maar Gerrit was gehecht aan de oude stad met zijn monumenten.

In het bedrijf van zijn vader werkte hij vooral als bouwkundig tekenaar. In de weekeinden ging hij vaak naar zijn broer Henk die doopsgezind predikant was geworden in de provincie Groningen. Gerrit hielp hem bij het schrijven van de preek, want daar had Henk moeite mee.

Spoedklus

Halverwege de jaren zeventig werd zijn vader ziek. Gerrit moest het bedrijf gaan leiden; zijn moeder was in 1963 overleden. Hij was accuraat in de administratie, maar hij kon geen beslissingen nemen, dat had zijn vader altijd gedaan. Als er iets misging of als er een spoedklus kwam, dan stond het zweet hem in de handen. Zijn vader zag die paniek met lede ogen aan, maar hij kon er niets meer aan doen. Na twee jaar liet hij Gerrit het bedrijf sluiten. Het was een grote opluchting.

Veel van de gereedschappen werden geschonken aan een stichting die werkloze jongeren opleidt. De rest werd op zolder opgeslagen, waar het nu nog ligt. Gerrit kon niets weggooien.

Hij was bemiddeld genoeg om niet te hoeven werken. Graag zat hij in de boeken. Vooral de geschiedenis en het gedachtengoed van de doopsgezinden boeiden hem. Hij kon nog altijd kwaad worden over de ophanging van doopsgezinde voorlieden in kooien aan de hoogste toren van Münster in 1535.

Toen hij alle tijd had, gaf hij die graag aan de kerk in verscheidene functies. Hij hield alles graag bij het oude. Toen zijn doopsgezinde gemeente samenging met de Remonstrantse Broederschap, had hij daar moeite mee. Het zinde hem niet dat de remonstrantse voorganger in een 'jurk' verscheen. Een antieke tafel met kandelaars in de kerk deed hem te veel denken aan een paaps altaar. Morrend legde hij zich erbij neer. Hij bleef trouw plaatsnemen in dezelfde kerkbank waarop hij als kind met zijn ouders had gezeten.

Zijn liefde voor het oude Deventer, bracht hem in contact met monumentenzorgers. Hij werd voor de helft van de werktijd assistent van de directeur van de NV Bergkwartier die de restauratie van monumenten ter hand nam. Met zijn nauwkeurigheid vulde hij de wat chaotische directeur goed aan. Twintig jaar lang, tot zijn pensionering, werkte hij voor de monumentenzorg.

In stilte bekostigde hij persoonlijk verscheidene restauraties, zoals die van de oude waterpomp en de Wilhelminafontein op de Brink. Het plein werd mooier dan ooit. Vooral toen het in de jaren negentig autovrij werd, genoot Gerrit ervan.

Zijn broer Henk trok na zijn emeritaat weer in het ouderlijk huis. Hij ging boven wonen, Gerrit beneden. Ze leefden ieder hun eigen leven, maar aten samen het warme middagmaal. Ook gingen ze altijd samen met vakantie. Net als Henk was Gerrit een eenling. Gerrit heeft wel een paar keer een verhouding met een man gehad, maar hij wilde zich nooit binden. Hij had geen probleem met zijn homoseksualiteit. "Het is gewoon zo", waren woorden die hij in veel situaties gebruikte. De doopsgezinden deden er ook niet moeilijk over. Alleen vond Gerrit het jammer 'dat er geen kleine Henkies waren', want hij hield van kinderen.

Vrienden waren altijd welkom in zijn huis. Hij kookte graag oer-Hollandse maaltijden, zoals groentesoep met balletjes, gestoofde peer-tjes, knapperige boontjes en griesmeelpudding met zelfgemaakte bessensaus. Hij dekte de tafel zorgvuldig, compleet met servetten en messenleggers voor het opgepoetste zilverbestek. Hij voelde zich rijk met zijn vriendenschaar.

Gerrit ontmoette graag nieuwe mensen. Enige beschaving stelde hij op prijs. 'Dat jungske' of 'dat meneertje', zoals hij mensen graag aanduidde, 'is net van taal en antwoord'.

Toen Henk geestelijk achteruitging, zorgde Gerrit steeds meer voor hem, zoals hij eerder zijn zieke vader had verzorgd. Uiteindelijk moest Henk toch naar een verpleegtehuis, waar hij in 2011 overleed.

Huis als museum

Omdat hij geen directe familie meer had, besloot hij zijn huis na te laten aan de gemeente Deventer om er een museum te vestigen. Behalve zijn eigen Deventer schilderijen zou daar de collectie van het Historisch Museum van Deventer terecht kunnen. Sinds dat museum in de Waag op de Brink in 2013 werd wegbezuinigd, liggen de historische schatten van de stad in Zwolle in opslag. De wethouder van cultuur wees het geschenk van Gerrit af. Hij was bang voor toekomstige kosten, ook al zou Gerrit ook daarvoor een fonds nalaten.

Gerrit vond dat bitter. Hij wilde voorkomen dat zijn geliefde huis een lawaaiig café of een restaurant zou worden, zoals de buurpanden. Nu mag de Doopsgezinde Broederschap er een bestemming voor zoeken.

Gerrit bleef lang gezond. Pas een jaar geleden ging hij achteruit. Zijn hart en zijn nieren gaven problemen. Vrienden gaven hem een scootmobiel (tweedehands natuurlijk, want nieuw vond hij verspilling), maar die belandde in de schuur. Hij wilde ook niet aan de rollator. "Dan denkt iedereen dat ik een ouwe zak ben", zei hij. Alleen de eenvoudige houten wandelstok van zijn grootvader kon ermee door.

Toen hij het huis niet meer uit kon komen, verzorgden vrienden hem. Die 'wieven' van de thuiszorg kwamen bij hem niet binnen. Zijn vriendenkring, dat was zijn familie. Op de rechtervensterbank van de zitkamer staat nog een doos met ansichtkaarten die hij in de loop der jaren had gekregen van vrienden en bekenden. Hij bewaarde ze allemaal en vlak voor zijn dood moet hij er nog in gekeken hebben.

Gerrit Witteveen werd geboren op 19 augustus 1927 in Deventer. Daar stierf hij op 25 oktober 2015.

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

Deventenaar Gerrit Witteveen was erg geboeid door het gedachtengoed van de doopsgezinden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden