Review

Trots op Vikingkoning Blauwtand

De Vikingen? Dat waren toch woeste reuzen die met hun schepen naar Nederland kwamen varen om hele steden te verwoesten? Een grote tentoonstelling, te zien in Utrecht, nuanceert dat beeld. En laat zien hoe trots de Denen op hun voorouders zijn.

De laatste Vikingkoningen liggen begraven in het zuiden van Jutland, ver weg van de Deense hoofdstad Kopenhagen. In het onaanzienlijke plaatsje Jelling herinneren twee stenen aan hun macht.

Dit is de plek waar in de tiende eeuw een een symbolische formatie van zwerfkeien met twee runenstenen werd neergezet. Het is een grafheuvel. Beide stenen zijn rijkelijk van inscripties voorzien die zich vandaag de dag nog makkelijk laten traceren. Onder verwijzing naar de grafheuvel deelt de ene steen mee dat Gorm de Oude en Harald Blauwtand koning van Denemarken zijn. Harald Blauwtand meldt dat hij zijn natie heeft gekerstend, wat ook mag blijken op de aanwezigheid van de Christusfiguur.

De Denen gaan ervan uit dat de stenen van Jelling de vroegste christelijke beeltenis in hun land zijn en als zodanig als propaganda voor het geloof dienden. In Jelling is de geboorteplaats van het Deense christendom te vinden. En het einde van het tijdperk van de Vikingen.

De liefde waarmee de Denen hun verleden opgraven doet niet onder voor die van de Noren, de Zweden en de IJslanders, terwijl ook Ierland en Engeland zich in toenemende mate bewust zijn van dit (ingrijpende) deel van hun vroeg-christelijke geschiedenis. In Denemarken groeit de belangstelling voor de Vikingen echter uit tot een soort van nationaal-bindende trots, zoals die tot uitdrukking komt in groots opgezette festivals die steden weekeinden lang in hun ban houden.

Jelling is niet de enige plaats waar de Denen hun waardering voor deze bladzijden uit hun vaderlandse geschiedenis belijden. Het land is bezaaid met vindplaatsen waar het verleden aan het daglicht is gebracht. Op tal van plekken, vaak midden in het boerenland, zijn grafheuvels opgeworpen waarvan de oorspronkelijke inhoud bewaard is gebleven. Zoals in Ladby op het eiland Funen waar een Vikingvorst met schip en paard ligt begraven. Maar ook het dagelijkse leven kan vrij gemakkelijk getraceerd worden, in bijvoorbeeld Lindholm Hoje bij Aalborg. Dat moet een behoorlijk grote nederzetting zijn geweest waar hon-derden tientallen Vikingen – of Noormannen, zoals ze in hun eigen tijd werden genoemd – waren gehuisvest. In het museum is het boerenbestaan van de Vikingen gereconstrueerd.

Bij Trelleborg, op het eiland Sjaelland, zijn tegenwoordig nagebouwde Vikingboerderijen te vinden, van het overal in Scandinavië voorkomende type langhuis. Die in Trelleborg bevat slechts één enkel vertrek met een lengte van 12 meter. De Vikingboeren sliepen hier met de hele familie naast het vee, 's zomers en in de koude winters wanneer de koeien of schapen van zichzelf de nodige warmte moeten hebben afgegeven.

De Vikingen, althans de mannen, waren in de eerste plaats krijger. Het land bewerken of veehouden deden ze alleen in de zelf bepaalde vredestijd. Ze trokken liever ten strijde, bijvoorbeeld tegen de eerste kloosters die hun regio werden gebouwd, in de 8ste en 9de eeuw. Niet zelden werd vrede afgedwongen met een afkoopsom. De bedreigde religieuze gemeenschappen wilden maar al te graag betalen voor hun rust.

Veel meer dan op het land voelden de Vikingen zich op het water thuis. Ze ontwierpen schepen waarmee ze gemakkelijk de grote Europese wateren konden opvaren. Er zijn Vikingwerven gevonden van Denemarken tot Ierland. Noormannen, waarschijnlijk uit het huidige Noorwegen afkomstig, bereikten waarschijnlijk zelfs de kust van Noord-Amerika, en bouwden een kleine vestiging in l'Anse aux Meadows op Newfoundland.

Vanwege de geringe diepte van hun schepen konden ze ook de rivieren opvaren. Zo werden strategische gelegen handelssteden belegerd en omliggende kloosters en kerken geterroriseerd. Sporen van hun bezoek zijn tot in Byzantium en de huidige Oekraïense hoofdstad Kiev gevonden.

Zoveel belangstelling als de Scandinavische landen hebben voor hun heidense voorouders, zo weinig interesse is er in Duitsland en in de Lage Landen. De betekenis van deze voor Noord-Europa zo belangrijke cultuurvorm is in Nederland altijd afgedaan met geringschattende opmerkingen over het gewelddadige gedrag van de Vikingen. Nu waren de mannen uit het Noorden natuurlijk geen lieverdjes: als ze een stad als Dorestad (vlakbij het huidige Wijk bij Duurstede), Parijs of Nantes brandschatten, dan gebeurde dat bepaald niet zachtzinnig. Hoe ze huishielden in het stroomgebied van Rijn en Maas laat de grote Vikingexpositie in het Centraal Museum in Utrecht de komende maanden spectaculair zien.

Maar de achterliggende gedachte dat de Noormannen in de eerste plaats op het drijven van handel uit waren, is een idee dat nog maar zelden wordt gehoord. De Denen waren er immers al lang achter dat hun land aan natuurlijke grondstoffen niet veel te bieden had. Ze waren dus aangewezen op (ruil)handel met naburige volkeren, de Friezen, Franken en Britten die nog maar net aan de Romeinse bezetting waren ontkomen.

In Denemarken was Haithabu (tegenwoordig nog net in het Duitse Sleeswijk-Holstein gelegen) de belangrijkste overslagplaats voor im-en exportgoederen. Vondsten wijzen op de aanwezigheid van walrusivoor uit de Noordzeelanden, ijzer uit Zweden, glas en keramiek van de Rijnoevers, kwik uit Spanje, sieraden uit Ierland en de Baltische landen.

Dorestad had als handelsstad een vergelijkbare betekenis, zij het dat deze stad niet in handen was van de Vikingen. In dat verband moet de aanval worden gezien die de Denen in 834 voor de eerste keer op Dorestad ondernamen. Ze wilden de concurrentie uitschakelen.

De Vikingen – de naam verwijst naar het Oudnoorse vik, wat baai betekent, Vikingen zijn dus zeelui – waren trouwens al veertien jaar eerder in onze contreien geweest. In 820 waren ze de Schelde en de Seine opgevaren en hadden Vlaanderen op hun manier verkend. Hun plundertochten voerden hen steevast langs belangrijke handelcentra.

Pas in het begin van de 11de eeuw komen die plundertochten tot een abrupt einde. Engeland krijgt in 1066 nog een alles bepalende invasie te zien van uit het Franse Normandië afkomstige edelen. Zij slagen erin het Britse eiland in hun macht te krijgen.

Tegelijkertijd vestigen zich op een min of meer permanente basis Deense landbouwers (Angelen, verwant aan de Deense Noormannen en Saksen) in de westelijke gebieden waar de namen als Suffolk en Norfolk (respectievelijk het volk uit het zuiden en het noorden) nog altijd aan refereren.

Meer naar het noorden is dan al de Noormannenstad Jorvik (nu York) gesticht, waarschijnlijk op de fundamenten van de oorspronkelijke Romeinse nederzetting. Engeland krijgt in 1066 nog een alles bepalende invasie te zien van uit het Franse Normandië afkomstige edelen. Zij slagen erin het Britse eiland in hun macht te krijgen.

Het is alsof er eindelijk rust vanuit Denemarken wordt geëxporteerd. Ongetwijfeld heeft die veranderde instelling te maken met de bekering tot het christendom die de Deense en de overige Scandinavische bevolking een menswaardig perspectief moest bieden.

Met dat al werd echter niet de bestaande cultuurvorm opgegeven. Pas rond de Renaissance vond de Deense kunst aansluiting bij een meer Europees gerichte oriëntatie. Dat de Deense cultuur anno de 21ste eeuw nog altijd introspectieve trekjes kent – vormgeving, architectuur, beeldende kunst en muziek zijn doortrokken van een 'noordse' mentaliteit die allerminst door West-en Zuid-Europa wordt gedicteerd – is iets wat de meeste Denen eigenlijk heel trots maakt. Net als de Vikingen doordrongen waren van het feit dat ze zich op hun eigen kracht konden verlaten, zo vinden de huidige Denen dat hun cultuur voldoende overlevingskansen heeft om er navolgende generaties een leven lang mee bezig te houden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden