Trots op valse brieven

Met een scherp oog voor smeuïge details schreef ze honderden vervalste brieven. Die vond ze haar beste werk ooit.

Met mislukking had ze geen enkele ervaring. Zelfs had ze nooit voorgedrukte nee-dank-u-briefjes gehad van uitgevers, die briefjes waarop succesvolle schrijvers later geamuseerd terugkijken. Haar biografieën waren gewild en geprezen om de sappige bijzonderheden die ze had opgedoken tijdens jarenlang onderzoek naar haar hoofdpersonen in archieven, bibliotheken en persoonlijke gesprekken.

Lee Israel had in 1973 het levensverhaal gepubliceerd van de vooroorlogse filmster Tallulah Bankhead en in 1979 een biografie over de in de Verenigde Staten geruchtmakende journaliste Dorothy Kilgallen, die plotseling was gestorven nadat ze had aangekondigd dat ze de ware toedracht van de moord op president Kennedy zou onthullen. Het laatste boek was zelfs een bestseller. Vol zelfvertrouwen begon ze aan een biografie over Estée Lauder, de oprichtster van het gelijknamige Amerikaanse cosmeticabedrijf.

Israel was gewend om eindeloze naspeuringen te doen, maar dat zat er deze keer niet in. Estée Lauder weigerde mee te werken als ze geen vetorecht kreeg, en haar bedrijf zette een andere, welgezinde biograaf aan het werk om Lee Israel de pas af te snijden.

Israel haastte zich om het boek in enkele maanden tijd af te krijgen en dat was te merken aan het resultaat in 1985. Slechte recensies, tegenvallende verkopen, Lee Israel voelde zich mislukt. Alcohol en de naderende middelbare leeftijd maakten haar moedeloos. In drie jaar tijd zakte ze af naar de bijstand met voedselbonnen.

Om aan geld te komen, besloot ze haar talent te gebruiken voor vervalsingen van persoonlijke brieven van bekende persoonlijkheden. Verzamelaars hadden daar goed geld voor over. Ze begon met drie brieven van de actrice en zangeres Fanny Brice, waarvoor een handelaar haar veertig dollar per stuk betaalde.

Ze had er aardigheid in, niet alleen om het geld, ook het werk beviel haar. Net als in haar succesvolle jaren als biograaf zat ze urenlang in bibliotheken te zoeken naar geloofwaardige bijzonderheden die de brieven smeuïg konden maken. Ook al verzon ze de inhoud, de feiten sloten naadloos aan bij wat er bekend was over de 'schrijver'.

Haar oog voor detail dreef haar naar een rommelzaak die oude typemachines had staan. Ze kocht er een die precies dezelfde letters produceerde als de machine van Fanny Brice.

Dat was het begin van een verzameling tikmachines die ze voorzag van de namen van 'haar' briefschrijvers, zoals de schrijfster Dorothy Parker en acteur en toneelschrijver Noël Coward.

Ze had ook oud schrijfpapier nodig. Een hele stapel vond ze in een archiefdoos in een bibliotheek. Briefhoofden kopieerde ze. Handtekeningen waren een groter probleem. Een kapotte televisie diende als lichtbak waarop ze een gekopieerde handtekening kon overtrekken. Maar met de zwierige N van Noël Cowards signatuur bleef ze moeite houden.

Tussen april 1990 en de zomer van '91 schreef ze ongeveer vierhonderd valse brieven, waarvan ruim honderdvijftig ondertekend met Noël Coward.

Met hem had ze het meeste plezier, zoals ze zelf later zei. Ze schreef zijn brieven op papier dat was bedrukt met de naam van zijn huis in Montreux, waarvan ze honderd kopietjes had laten maken. Zoals hijzelf gewend was, typte ze tussen de zinnen altijd vijf blanco aanslagen. Israel wist zijn stijl en zijn bijtende humor zo goed te imiteren, dat twee van haar brieven werden opgenomen in een bundeling van Cowards brieven, die werd gepubliceerd in 2007, lang na Israels ontmaskering.

Dat deed haar deugd. Lee Israel was trots op haar vervalsingen. "Ik beschouw de brieven nog steeds als mijn beste werk", schreef ze in 2008 in een boek over haar verleden, 'Can you ever forgive me?'

Die titel lijkt een spijtbetuiging, maar ook dat is bedrieglijk. Het zinnetje staat in een vervalste brief van de schrijfster Dorothy Parker die in het vooroorlogse New York gevreesd werd om haar scherpe pen en tong. Omdat ze steeds excuses moest schrijven aan beledigde mensen, schrijft ze in Israels verzonnen brief dat ze misschien beter overal kaartjes kan achterlaten met de tekst 'Kun je me ooit vergeven?' Zo welgemeend waren die woorden dus niet.

Haar vervalsersloopbaan kwam ten einde toen een handelaar, die haar zwendel door had, zwijggeld vroeg. Om hem vijfduizend dollar te kunnen betalen, ging ze echte brieven uit bibliotheken stelen en die vervangen door valse exemplaren. Dat ging een stuk sneller, maar het was riskanter, want die brieven waren bekend bij deskundigen.

Uiteindelijk werd ze alleen voor dat laatste, diefstal van brieven, in 1993 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en huisarrest voor een half jaar. Ook moest ze naar een alcoholkliniek, maar dat ze nooit gedaan.

Lee Israel vond werk als bureauredacteur van schoolboeken, schreef haar herinneringen op en werd vergeten. Pas afgelopen week merkte The New York Times op dat zij al weken geleden is overleden.

Leonore Carol Israel werd geboren op 3 december 1939 in New York City. Daar stierf ze op 24 december 2014.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden