'Trots op ons bedrijfsleven'

AMSTERDAM - Particuliere aandeelhouders moeten zich niet bemoeien met het beleid van een onderneming. Daarvoor is hun betrokkenheid veel te fragmentarisch. Trouwens, de top van het Nederlandse bedrijfsleven doet het uitstekend. Laten we daar trots op zijn.

Dit zegt H. Blankevoort, plaatsvervangend directeur van de Nederlandse Centrale Vereniging van Beleggingsstudieclubs (NCVB). Deze in 1969 opgerichte vereniging verbindt ongeveer 8 300 beginnende particuliere beleggers met elkaar, verdeeld over zo'n 750 clubs. “We willen mensen die willen beleggen over de drempel van de beurs helpen”, legt hij uit. “Dat kan goed door gezamenlijk te beleggen.”

Het beleggen in clubverband heeft volgens Blankevoort tal van voordelen. “Het is complexe materie. De tien à twaalf leden van een club kunnen samen een taakverdeling maken. Bovendien is de vereniging een officieel rechtspersoon met een bestuur en een eigen effectenrekening. Daardoor voelen beleggers zich minder onzeker.” Het risico wordt bewust klein gehouden: “De eerste inleg is een paar honderd gulden, gevolgd door een contributie van 25 tot honderd gulden per maand. Bij elkaar heb je dan toch een aardig kapitaaltje, maar als het mis gaat, is het niet zo erg.”

Veilig beleggen. Dat heeft Blankevoorts voorkeur. “Het is eigenlijk jammer dat veel mensen niet in clubverband beleggen, al was het maar om ervoor te zorgen dat het gedisciplineerder, minder emotioneel verloopt. De leden moeten wachten op de volgende bijeenkomst om samen te kunnen besluiten tot een transactie. Dat komt dan in de notulen en de volgende dag gaat de penningmeester naar de bank. Een individu reageert vaak te emotioneel, of hij heeft juist moeite om de telefoon te pakken.”

Al is ongeveer eenderde van de Nederlandse aandelen in handen van particulieren, volgens Blankevoort moet hun invloed niet worden overschat. Zeker niet waar het gaat om de besluitvorming in een bedrijf. “Goed, een aandeelhouder moet iets kunnen zeggen over de toezichthouders, maar meebeslissen over een overname? Dat kan absoluut niet. Een bedrijf hoeft zich niets gelegen laten liggen aan een aandeelhouder die morgen misschien bij de concurrent belegt.”

Blankevoort vindt het logisch dat bedrijven essentiële informatie verzwijgen. “Inside information is ruination, zoals ze wel zeggen: het kan bedrijven schade doen. Een grief onder kleine beleggers is nog wel de informatieachterstand ten opzichte van de analisten. Iedereen zou tegelijkertijd kennis moeten kunnen nemen van koersgevoelige informatie.”

Voor het feit dat banken de kleine belegger bij inschrijvingen op nieuwe aandelen slechts een bescheiden plaatsje toebedelen, heeft Blankevoort het volste begrip. “Ik kan me heel goed voorstellen dat banken bij een emissie prioriteit geven aan de grote aandeelhouders. Dat zijn hun vaste klanten. De particulier is toch vooral een kostenpost. Twintig aandelen van dit, twintig aandelen van dat... het is relatief erg arbeidsintensief.”

Een kijkje in de keuken van een bedrijf stellen aandeelhouders echter zeer op prijs. Dat kan ook de waarde zijn van een aandeelhoudersvergadering, zegt Blankevoort. “Het geeft een gevoel van betrokkenheid. We organiseren ook regelmatig bedrijfsbezoeken. Bedrijven zijn dan vaak heel behulpzaam en we worden echt in de watten gelegd. Dan merk ik ook de kwaliteit van een bedrijf. Dat zo'n topman, met al zijn drukke werkzaamheden, toch twee uur voor ons uittrekt. De mensen vinden dat schitterend.”

En het heeft effect, zo erkent Blankevoort. De aandelen gaan na een goed bedrijfsbezoek grif van de hand. Die reactie van de beleggers is niet alleen maar irrationeel, vindt hij. “Het is niet eens zo slecht dat de kleine belegger zich vaak laat leiden door successtories. Vaak klopt het. Een goed beursfonds blijft over het algemeen wel goed. Ik wijs beleggers er altijd op dat je zorgvuldig moet kijken naar de managers. Als die over een langere periode winstgroei laten zien, hebben ze het in de vingers. Wat dat betreft kunnen we trots zijn op het Nederlandse management.”

Volgens Blankevoort is de aandeelhouder niet de aangewezen persoon om het maatschappelijk gedrag van dat management te bewaken. “Het milieu, bijvoorbeeld, is cruciaal, maar belangengroepen kunnen beter via de media opereren. Ik vind ook wel dat er grenzen zijn aan de vrije markt, maar ik geloof niet dat de gemiddelde aandeelhouder veel verantwoordelijkheidsgevoel heeft. Hij wil rendement. De overheid heeft de taak om regels te stellen.”

Veel bij de NCVB aangesloten clubs halen uitstekende resultaten. “We gaan niets uit de weg, ook de optiebeurs en de termijnmarkt niet. Sommige leden hebben zich wel afgevraagd of ze geen varkens moeten kopen nu de prijzen stijgen door de pest. Maar ons belangrijkste doel is mensen betrekken bij de economie. Ze bewust maken van het feit dat economie met ons dagelijks leven is vervlochten. En het sociale contact, natuurlijk. Het is vaak heel gezellig in de club.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden