Trots op je kaste, ook zonder kaste

Volgens filosoof M.C. Raj en zijn vrouw Jyothi zijn de Dalits of kastelozen de oorspronkelijke bewoners van India. Die omstreden visie vormt de basis van hun activisme.

Wie vanuit Bangalore de snelweg in noordwestelijke richting naar Pune neemt, passeert een bord dat de bezoeker naar een opmerkelijke bestemming voert: 'Booshakti Kendra - Dalit ashram'. Een ashram (hindoeïstische leefgemeenschap) van en voor Dalits - 'onaanraakbaren'? Dalits zijn mensen die van oudsher buiten het kastenstelsel vallen en ook in het moderne India in de allerlaagste regionen van de samenleving verkeren. Een ashram daarentegen is gebaseerd op de exclusieve cultuur van de brahmanen, die als priesters en schriftgeleerden de hoogste kaste vormen en de Dalits altijd uit het religieuze domein hebben geweerd. Een Dalit ashram moet dus wel een provocatie van het kastensysteem zijn.

M.C. Raj (61) en zijn vrouw Jyothi Raj (59) denken daar als grondleggers van Booshakti Kendra heel anders over. "De wijze Valmiki, die tweeduizend jaar geleden het epos de Ramayana heeft geschreven, was van oorsprong een Dalit", zegt M.C. Raj. "Valmiki heeft een eigen ashram gesticht en was in de tijd van het vroege hindoeïsme niet de enige Dalit die dat deed. Die traditie willen we in ere herstellen. Het is een misverstand dat Dalits en ashrams niet samen zouden gaan."

Raj en Jyothi zetten zich al dertig jaar in voor de kastelozen op het platteland van de deelstaat Karnataka. Anders dan andere Dalit-activisten hameren ze niet op de eeuwenlange uitsluiting die de Indiase kastelozen - maar liefst 240 miljoen in getal - gedegradeerd heeft tot paupers zonder naam, stem en gezicht. Raj en Jyothi verschaffen de Dalits juist een identiteit door de nadruk te leggen op de eigen cultuur en geschiedenis. "De pijn van de Dalits is handelswaar geworden, die door belangenorganisaties wordt uitgevent om geld en erkenning te krijgen", aldus Raj. "Ons bedrijfsmodel is een stuk positiever."

Oorspronkelijk
Raj en Jyothi gaan ervan uit dat de Dalits de oorspronkelijke bewoners zijn van het Indiase subcontinent. Toen de zogeheten Ariërs vier- tot vijfduizend jaar geleden vanuit Centraal-Azië de Indusvallei binnentrokken, werd het gebied bevolkt door donkergekleurde landbouwers die dicht bij de aarde leefden. De Ariërs, die naar alle waarschijnlijkheid een lichtere huidskleur hadden, staan te boek als een krijgshaftig volk van nomadische veehouders. Ze brachten paarden en strijdwagens mee, oriënteerden zich meer op de lucht dan op het land, en spraken een eigen taal: het Sanskriet.

In het proces van immigratie en cultuurvermenging dat volgde, kregen de Ariërs de overhand. Over de manier waarop dat gebeurde, lopen de meningen in kringen van historici uiteen. Raj en Jyothi zijn aanhangers van de gedachte dat de Ariërs hun machtspositie konden bestendigen door de geleidelijke ontwikkeling van een hiërarchisch systeem, waarin geen plaats was voor de inheemse bevolking. "Het principe van verdeel en heers is in India niet geïntroduceerd door de Britten, maar door de brahmanen", zegt M.C. Raj beslist. "Daardoor zijn de Dalits letterlijk uitschot geworden."

De aanname dat de tegenwoordige kastelozen de nazaten zijn van een inheems volk dat zijn recht op zelfbeschikking is ontnomen, mag dan wetenschappelijk omstreden zijn, de 'dalitologie' van Raj en Jyothi is een vruchtbare basis voor actie gebleken. In de loop der tijd heeft het duo zo'n vijftienhonderd dorpsraden voor Dalits opgezet, meer dan vierduizend hectare landbouwgrond opgeëist en talloze conflicten met onwillige autoriteiten beslecht. Tussen de bedrijven door wordt naar tekenen gezocht die erop wijzen dat de Dalits inderdaad een eigen cultuurgeschiedenis hebben. En die tekenen zijn er.

Aan de grote houten keukentafel van Booshakti Kendra vertelt Sannappa, een bejaarde man uit het dorp Seshenahalli, een oorsprongsmythe die hij van voorgaande generaties heeft gehoord: "Voor het begin van de wereld had je Adi Jambava, de allereerste voorouder van de Dalits. De aarde was in die tijd nog vloeibaar en veranderde voortdurend van vorm. Adi Jambava had zeven kinderen. Toen hij een van hen aan de aarde offerde, viel het kind uiteen in vlees en bloed. Waar het bloed terechtkwam ontstond water, op de plekken waar het vlees neerviel vormde zich vaste grond."

Gangaiah, een oudere man uit het dorp Lingikatte, doet een poging om het verhaal aan te vullen: "Die zeven kinderen staan voor de zeven dagen van de week."

Sannappa grijpt haastig in. "Nee, nee, zo zit het niet. De zeven kinderen van Adi Jambava staan voor de zeven planeten die al bestonden voordat de aarde werd geschapen"

Marxisme
Raj en Jyothi zijn beiden afkomstig uit christelijke families die hun kasteloosheid verborgen hielden. Vóór de onafhankelijkheid van India in 1947 - en de officiële afschaffing van het kastensysteem - was het niet ongebruikelijk dat Dalits zich bekeerden tot boeddhisme of christendom om te ontsnappen aan een bestaan van minachting en uitsluiting. "Een half jaar geleden vond ik in een oude hutkoffer documenten waaruit blijkt dat mijn vader Dalit was", vertelt Jyothi. "Dat wist ik natuurlijk allang, maar hij heeft er nooit over gesproken. Daarvoor was het hele onderwerp te beschamend."

Jyothi, die later socioloog zou worden, bracht haar jeugd door in een dorp in de buurt van Bangalore. Zonder zich bewust te zijn van haar eigen achtergrond was ze getuige van de wreedheden die andere Dalits te verduren hadden. "Ik weet nog dat ik als kind water ging halen bij een put in een maïsveld. De eigenaar van het veld zag dat een Dalit-vrouw een van zijn kolven had geplukt. Hij rukte de plant uit haar handen en ranselde haar ermee af. Toen ik protesteerde, mocht ik op die plek geen water meer putten. Het was ondenkbaar om tegen iemand uit een hogere kaste in te gaan."

Jyothi ging naar school bij de nonnen. Naderhand bood een christelijke jongerenorganisatie haar de mogelijkheid om haar leiderschapskwaliteiten te ontwikkelen. Jyothi klom snel op in de organisatie, haar sociale bewogenheid groeide met haar mee. "Ik wilde iets bijzonders met mijn leven doen maar wist niet goed wat. Nadat ik mijn familie duidelijk had gemaakt dat ik geen gezin wilde stichten, ben ik novice in een klooster geworden. Na een jaar of twee begon ik twijfels te krijgen. En toen ontmoette ik Raj."

M.C. Raj, filosoof en schrijver van een twintigtal boeken, was in die tijd een angry young man die stond te popelen om de wereld te veranderen. In 1983, een jaar na hun huwelijk, richtte het paar de Rural Education for Development Society (Reds) op, bedoeld om de onderklassen op het platteland volgens marxistische beginselen te steunen in de strijd tegen feodale grootgrondbezitters. Meeliftend op vrachtwagens, met hun eerstgeboren baby onder de arm, trokken Raj en Jyothi de dorpen in. Kaste was aanvankelijk geen issue, het ging om rijk versus arm. Totdat het activistenpaar door kreeg dat er een groep was die stelselmatig werd uitgesloten.

"Als we in het huis van een arme familie gingen eten, bleven de Dalits buiten zitten," zegt Jyothi. "Het drong tot ons door dat we bezig waren het kastensysteem te bevestigen onder het mom van klassenstrijd. We hebben toen besloten om ons helemaal op de Dalits te richten. Dat betekende wel dat we onze eigen kasteloosheid onder ogen moesten zien. Want wie waren we zelf eigenlijk? "

Zelfonderzoek
Met name voor Raj bleek dat zelfonderzoek een pijnlijk proces te zijn. De woede die hij jarenlang had opgekropt, een ongearticuleerde woede die zijn revolutionaire vuur had aangewakkerd en zijn meest intieme vriend was geworden, speelde hem ineens parten.

"Ik ben opgegroeid in een cultuur van vernedering en ontkenning," vertelt Raj. "Vanaf de eerste klas van de lagere school werd ik door de andere leerlingen Kraaienstront genoemd. Uit alles bleek dat ik er niet bij hoorde. Bij spelletjes werden de regels veranderd zodat ik niet mee kon doen, maar als de toiletten schoongemaakt moesten worden, haalden ze mij er als eerste bij. Dalits worden als onrein gezien en zijn dus bij uitstek geschikt voor het opknappen van het vuile werk.

"Bij de katholieke paters en nonnen vond ik geen gehoor. Ze hielden me voor dat ik een kind van God was. Dat was een versluiering van de werkelijkheid, want in de heersende hindoecultuur werd daar heel anders over gedacht. Mijn eigen vader zei helemaal niets. Ik kwam volkomen klem te zitten tussen Kraaienstront, het Kind-van-God-verhaal en dat oorverdovende zwijgen. Van pure machteloosheid begon ik te bedplassen. Dat heeft met tussenpozen tot mijn 27ste geduurd. En intussen stapelde de woede zich op."

Raj onderbreekt het gesprek. Hij wil even alleen zijn, want na al die tijd zit het onderwerp hem nog steeds hoog. Als hij terugkomt, vertelt hij hoe hij jarenlang overleefd heeft op logica en rationaliteit: "Ik kon me geen enkele emotie veroorloven, want ik zou zeker zelfmoord hebben gepleegd. Wie maar even te dicht in mijn buurt kwam, werd onderworpen aan mijn argumentatieve systeem en kwam daar zelden heelhuids uit tevoorschijn. Er kwam een punt waarop ik inzag dat ik zo niet verder kon. Het was tijd dat ik mijn onverwerkte woede ging omzetten in kracht en creativiteit. Daar ben ik tot de dag van vandaag mee bezig."

Matriarchaat
De strategie die M.C. Raj ontwikkeld heeft om zijn persoonlijke geschiedenis om te buigen, wordt ook toegepast bij het werken met de Dalits in de dorpen: het transformeren van vernedering en pijn in eigenwaarde en zelfbewustzijn. Booshakti Kendra - letterlijk Centrum voor Moeder Aarde - is dan ook geen gewone ashram maar een plek waar kastelozen uit de wijde omtrek trainingen volgen en worden ingewijd in de 'dalitologie'.

Volgens Raj en Jyothi leefden de oorspronkelijke Dalits in matriarchale landbouwgemeenschappen, waarbinnen vrouwen prestige en invloed hadden. Cultuur en religie waren sterk verbonden met de aarde, die vereerd werd als Grote Moeder. Door zich te concentreren op landrechten en vrouwelijk leiderschap gebruiken Raj en Jyothi het verleden als blauwdruk voor de toekomst. Iedere Dalit-familie op het platteland heeft volgens hen recht op vijf acres grond (circa twee hectare), bij voorkeur geregistreerd op naam van een vrouw. Via lobbywerk, conferenties en overlegorganen is het Dalit-paar erin geslaagd dat standpunt onder de aandacht te brengen van politieke kringen in New Delhi.

Dichter bij huis wordt de Reds-ideologie uitgedragen door Dalit-leiders die zich bij de beweging van Raj en Jyothi hebben aangesloten en van het ene dorp naar het andere snellen om kastelozen te ondersteunen. Ongeveer de helft van die gemeenschapsleiders is vrouw.

"Dalits hebben geen land omdat het door de hogere kasten is ingepikt," aldus Shankaramma (37), die leiding geeft aan de Dalits in het Balari-district. "Maar het komt ook voor dat de grond door onze eigen mannen verkwanseld wordt. Daarom is het beter land aan vrouwen te geven. Gelukkig heb ik tegenwoordig een heel sterk argument achter de hand als ik een Dalit-man moet overhalen om zijn grond niet te verkopen. Ik zeg dan, als je je land verkoopt, verkoop je je eigen moeder! Is dat soms wat je wilt?"

Jyothi Raj is het misschien met hem eens, maar formuleert het net even anders: "Moeder Aarde behoort ons niet toe. Wij behoren de aarde toe. Als dat inzicht wordt nagevolgd, kan er een einde komen aan dominantie en hiërarchie."

Met een glimlachje: "De filosofie van de Dalits is heel eenvoudig".

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden