Trots bepaalt identiteit

Beeld uit ¿Walking next to our shoes¿ (FOTO JOHN HOGG)

Robyn Orlin maakt nieuwe dans voor Zuid-Afrikanen die niet geschikt is voor weke politiek-correcte magen.

Hoe gaat het met Zuid-Afrika na de apartheid? Goed en niet goed, meent de Zuid-Afrikaanse choreografe Robyn Orlin. „Er treedt een nieuwe generatie aan, die vitaal en zelfbewust is, vastbesloten om de situatie in met name de townships te verbeteren. Aan de andere kant wordt bijvoorbeeld het probleem van aids nog altijd op grote schaal ontkend. Die strijd woedt voort in alle hevigheid. Er moet nog veel gebeuren.”

Robyn Orlins danstheater is een pittige politieke en cultureel-maatschappelijke reflectie op de Zuid-Afrikaanse samenleving. Het levert haar de geuzennaam ’a permanent irritation’ op: de luis in de pels die lastige kwesties aansnijdt daar waar anderen liever de blik voor afwenden. „Mijn werk is niet vreedzaam, en zoekt de kern van het conflict – niet geschikt voor weke politiek-correcte magen. Na de apartheid wil iedereen in dit land vooral de positieve dingen benadrukken, en natuurlijk zou ik dat óók het liefste doen. Maar zo simpel ligt het helaas niet; het land staat nog maar aan het begin van zijn nieuwe geschiedenis. Daarom staat de zoektocht naar de Zuid-Afrikaanse identiteit centraal in mijn werk een identiteit niet gebaseerd op wit, ook niet op zwart, maar naar iets wat ons als Zuid-Afrikanen ná de apartheid kan binden.”

Als ’witte’ vrouw, kind van Litouwse emigranten van joodse afkomst, werkt Robyn Orlin (1955) met zwarte performers als het eigenlijk nog verboden is. „Het ballet was in Zuid-Afrika een koloniaal bastion waar ik me totaal niet bij thuis voelde, een exponent van het oude Zuid-Afrika – gruwelijk saai en verstoft. Nadat ik in Londen moderne dans had gestudeerd, raakte ik eenmaal terug in Johannesburg in morele verwarring: ik werd me bewust van het feit dat dans, zoals alles in Zuid-Afrika, was verdeeld langs culturele, politieke en raciale lijnen. Ik had de dringende behoefte daartegen in het geweer te komen.”

Als dansstudente in de jaren zeventig, en gevitaminiseerd door Europese dansontwikkelingen waarmee ze in Londen in contact is gekomen, gaat ze op zoek naar een danstaal die niet is besmet met de beladen tradities van het verleden; ze streeft naar een vorm die even gevarieerd is als de Zuid-Afrikaanse samenleving zelf. Door aansluiting te zoeken bij de vakbond voor zwarte performers mag ze doceren en choreograferen zoals ze dat zelf wil. Ze lapt traditionele scheidingslijnen aan haar laars en versnijdt allerlei vormen – Afrikaanse dans, ballet, show-musical, film, teksttheater en stand-up – tot in haar ogen ’maatschappelijk relevante’ danstheatercollages. Jarenlang is ze de enige ’whitey’ tussen zwarte dansers en collega’s, terwijl ze door het witte balletestablishment volledig wordt genegeerd.

Na de afschaffing van apartheid verandert het dansklimaat volkomen. De gezelschappen verdwijnen een voor een van het toneel („Als ze vanaf het begin zwart talent hadden toegelaten, was dat anders gelopen”) en het dansgat wordt gevuld met een nieuwe generatie dans- en theatermakers. Robyn Orlin: „De weg lag open voor iets nieuws.”

Nieuw voor Robyn Orlin is de internationale aandacht die ze krijgt na het opheffen van de culturele boycot. Titels van werken als ’We must eat our suckers with the wrapper on’ (over hiv en aids) en ’Daddy, I’ve seen this piece six times before and I still son’t know why they’re hurting each other’ (over machtsmisbruik) klinken al even betekeniszwanger als buitensporig – en dat dekt wel zo’n beetje de lading van het vaak flamboyante politieke danstheater waarmee Robyn Orlin de status van festivallieveling bereikt. Ze valt verschillende keren in de dansprijzen, waaronder de Britse Laurence Olivier-theaterprijs in 2003.

Het hedendaagse dansfestival Julidans presenteert vandaag Orlins ’Walking next to our shoes intoxicated by strawberries and cream, we enter continents without knocking’, een recent werk dat zij in samenwerking met het twaalfkoppige Zulu a-capellakoor Phuphuma Love Minus creëerde. Robyn Orlin: „In Zuid-Afrika is het fenomeen ’isicathamiya’ immens populair: zang- en danswedstrijden die groepen als Love Minus aangaan met elkaar. De competities zijn ooit ontstaan bij de Zulu-mijnwerkers om hun harde bestaan te ontvluchten, nu vinden ze in Zuid-Afrikaanse theaters plaats.”

Gegrepen werd Orlin door de opbouw van dergelijke evenementen: voordat het zang- en dansgeweld losbarst, is een belangrijke rol weggelegd voor het zogenaamde ’swanking’: een ’praalhanswedstrijd’ waarin mannen hun goede smaak delen met het publiek. Overdag zijn zij mijnwerkers of beveiligingsambtenaren, ’s avonds hijsen ze zich in hun mooiste kostuum. Een jury bepaalt wie het mooiste en het beste voor de dag is gekomen. „De wedstrijd is veel meer dan een modeshow; het is een choreografie van stijl en zelfbewustzijn. De deelnemers laten zien dat ze trotse Zuid-Afrikanen zijn.”

Die trots is belangrijk voor het herdefiniëren van de Zuid-Afrikaanse identiteit, aldus Orlin. „Tot nu toe was die gestoeld op het feit dát er apartheid was: je was wit, je was zwart, óf gemixt, en dat bepaalde alles. Het zal onze samenleving nog eens minstens dertig jaar kosten om daar iets voor in de plaats te genereren.”

Een andere analogie voor het vinden van een Zuid-Afrikaanse identiteit, vond Robyn Orlin in de Zuid-Afrikaanse fascinatie voor schoenen. „We lopen veel in Zuid-Afrika. Schoenen zijn er een statussymbool, waaraan ook de allerarmsten geld uitgeven. In de voorstelling voeren we een trouwerij op, waarvoor je in Zuid-Afrika altijd je mooiste schoenen uit de kast trekt. Vanuit die trouwerij trekken we de lijn naar man-vrouwverhoudingen, de aids-problematiek en de exodus van Afrikanen richting Europa.”

De zwaarte van haar onderwerpen pakken in Orlins werk opmerkelijk luchtig uit. Je zou niet zeggen dat er zo veel te lachen zou zijn. De choreografe is ervan overtuigd dat alleen met een lach de harde realiteit van zoiets als het immer groeiende aantal aidswezen het hoofd kan worden geboden. Zo refereert de titel van het eerdere werk ’We must eat our suckers with the wrapper on’ aan de verhullende ironie waarmee in de townships over het gebruik van condooms wordt gesproken. Robyn Orlin: „Humor is het beste medicijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden