Troostmeisjes / Japanse premier Abe ontkent de harde feiten

Iedereen weet van het gebruik van seksslavinnen door Japanse militairen in de Tweede Wereldoorlog. Alleen de Japanse premier Abe houdt zich onwetend.

Dat de nieuwe premier van Japan, Shinzo Abe, weer eens beweert, dat het Japanse leger in de Tweede Wereldoorlog geen vrouwen gedwongen heeft tot prostitutie (Trouw, 3 maart) is in flagrante strijd met mijn eigen ervaringen, met de bevindingen van professor Yoshiaki Yoshimi van de Chuo Universiteit te Tokio en met de gruwelijke herinneringen van de overlevende slachtoffers.

In kamp Muntilan op Midden-Java, waar ik als jong kind zat, werden op 25 en 28 januari 1944 jonge vrouwen op gewelddadige wijze door de Kempeitai (de Japanse militaire politie) geronseld voor het legerbordeel in Magelang: dertien vrouwen, onder wie twee meisjes van 14 en 15 jaar. Zij zijn na een paar dagen teruggekeerd, omdat ex-prostituées uit Semarang aangeboden hadden hun plaats in te nemen. Die ex-prostituées, die de moed hadden de meisjes te redden, werden later als ‘vrijwilligers’ betiteld.

Toen ik namens de Raad van Kerken in december 1991 in Seoul, Zuid-Korea, de Conferentie van het Aziatisch Vrouwenberaad over Vrouwenhandel bijwoonde, traden daar voor het eerst de Jungshindae naar voren. Dat waren Koreaanse vrouwen die met geweld uit hun huizen gehaald waren in een systematisch plan om hen als seksslavinnen in te lijven bij de Japanse troepen.

Er waren picket lines en hoorzittingen in Seoul en drie voormalige Jungshindae spanden die maand (december 1991) in Tokio een rechtszaak aan tegen de Japanse staat en eisten een regeling.

Het gaat om ruim 200.000 vrouwen, van wie 80 procent uit de Korea’s. De overigen kwamen uit China, Taiwan, Indonesië (vooral Borneo en Midden-Java). Onder hen waren ook Nederlandse vouwen uit de kampen, Thailand, Maleisië en de Filippijnen.

In 1994 ontmoette ik professor Yoshimi tijdens de Conferentie inzake Geweld tegen Vrouwen in Azië in de Washeda Universiteit te Tokio. Hij had in 1992 uit de militaire archieven stukken gehaald die ondubbelzinnig bewezen dat er een systematisch plan bestond voor het gedwongen prostitueren van vrouwen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op 13 januari 1992 bevestigde de Japanse regering het bestaan van het zogenoemde ’Comfort women system’ in een excuusbrief aan ’Koreaanse vrouwen, die gerekruteerd zijn voor prostitutie en daardoor onbeschrijflijke ontberingen hebben geleden’.

Voor deze conferentie had ik in de Filippijnen met twee voormalige comfort women gesproken. Eén ervan droeg nog de littekens van een samoeraizwaard in haar nek. Ze was op het nippertje aan onthoofding ontkomen. Bij de ander trof ik op het erf een half Japans half Filippijnse man aan, waar de eenzaamheid van afstraalde, wat mij diep trof. Zij is blijven zorgen voor dit kind, dat verder nergens bijhoorde.

De ’Task Force Filipino Comfort Women’ vertelde dat vrouwen daar meestal in de leeftijd van 12 tot 17 jaar werden gekidnapt en naar zogenaamde ’comforthouses’ of naar een militaire post werden gebracht. Zij werden daar zo’n dertig tot veertig keer per dag en in het weekend zestig tot honderd keer gedwongen tot het verlenen van seksuele diensten. ,,Meer dan eens werden vrouwen die een geslachtsziekte hadden opgelopen genadeloos in de vagina geschoten.’’

Na de Conferentie in Tokio ging ik met een brief van kardinaal Simonis op zak naar de aartsbisschop van Osaka, monseigneur Yasuda, die hem een ‘Verklaring van verontschuldiging en verootmoediging’ had gestuurd inzake de Nederlandse comfort women. Deze brief was een antwoord daarop. Daarin stond onder meer: ,,In solidariteit met de Aziatische slachtoffers zijn we ons nu bewust van onze eigen verantwoordelijkheid voor hen en voor onze eigen burgers, die toen in de Aziatische regio leefden, waar ze door Japan tot slachtoffer gemaakt werden en daarna door de Westerse landen genegeerd werden. Dus hebben we van onze kant ook een verantwoordelijkheid”.

Dit laatste is maar al te waar. In een document van het van 8 tot 10 december 2000 in Tokio gehouden Internationale Vrouwen Tribunaal over Oorlogsmisdaden inzake Japanse Militaire Seksuele Slavernij wordt gesteld dat dit Tribunaal nodig was vanwege het falen van betrokken staten om op te komen voor hun burgers. ,,De oorspronkelijke verantwoordelijkheid voor dit falen ligt bij de Geallieerde Staten uit de Tweede Wereldoorlog, die Japanse verantwoordelijken voor deze misdaden niet vervolgden tijdens het Internationale Oorlogstribunaal voor het Verre Oosten, gehouden in Tokio van april 1946 tot november 1948. Dit ondanks het feit dat zij bewijzen voor deze seksuele slavernij in hun bezit hadden”.

De huidige premier van Japan, Abe, is een bewonderaar van zijn grootvader, die als oorlogsmisdadiger van de A-categorie geboekstaafd staat. Geen wonder dat hij weer op de oude toer van ontkenning gaat.

Waar hebben we dat meer gehoord de laatste tijd? Was dat niet betreffende de Armeense genocide?

Berthy Korvinus is vicevoorzitter van Multicultureel Centrum De Brug in Amsterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden