Troost, troost Mijn volk

Twee verhalen spelen mij in deze dagen altijd door het hoofd. Het ene verhaal werd me door Abel Herzberg verteld, het andere door Arie Bestebreurtje. Ze zijn allebei overleden.

Een paar maal had ik het bijzondere voorrecht Abel Herzberg te zijnen huize te ontmoeten. Hij was het die mij er met verwondering in zijn stem op wees dat Hitler in Mein Kampf geschreven had dat het geweten een joodse uitvinding is. 'Nooit is ons volk groter lof toegezwaaid.' Op mijn verzoek heeft Herzberg ook een keer in de Wester gepreekt. Het was niet lang voor zijn dood. Halverwege zijn verhaal leek het even of hij onwel werd, hij haperde, het was lang stil, daarboven. Judith Herzberg zat naast me, we wisten even niet wat te doen. Toen nam haar vader de draad weer op. Daarna hielpen we de oude man dat steile trapje van de kansel af. Na de dienst zei Judith dat ze halverwege de preek even gedacht had dat dit eigenlijk wel een mooi einde voor Abel zou zijn geweest. Ik vertelde dat ik precies hetzelfde had gedacht.

Een verhaal van Herzberg over de oorlog vergeet ik nooit. Hij en zijn gezin waren door de Duitsers opgepakt en op doorreis naar Westerbork in Barneveld geïnterneerd. Herzberg zat in de barak, zijn vrouw en kinderen waren even elders in het kamp. Na een tijdje kwam zijn vrouw binnen. Alleen.

,,Waar zijn de kinderen?'' vroeg Herzberg.

,,Er was een gat in het hek,'' zei zijn vrouw. ,,Daar heb ik ze door laten kruipen. Loop maar naar die boerderij, zei ik.''

,,Waarom ben jij niet meegegaan?''

,,Omdat ik bij jou wil blijven.''

Na de oorlog hoorden zij - de Heer zij geloofd en geprezen dat zij dat nog horen konden en dat die kinderen het nog konden vertellen - hoe het hun bij die boerderij vergaan was. ,,Jullie kunnen niet binnenkomen,'' had de boer gezegd, ,,niet nu, dat is veel te gevaarlijk. Je moet je daar in die greppel verstoppen en heel stil blijven liggen tot het donker is. Dan kom ik jullie halen.''

Ze hadden zich in de greppel verstopt en waren stil blijven liggen tot de boer ze kwam halen. Ze hadden honger. De boerin had eten voor ze. Ze gingen aan tafel en de boer pakte - dat was hij zo gewoon - de bijbel. Hij zocht Jesaja 40 op. ,,Troost, troost Mijn volk,'' las hij, ,,spreekt tot het hart van Jeruzalem dat zijn lijdenstijd volbracht is.''

,,Dat nu, mijn beste dominee,'' zei Abel Herzberg - en die toevoeging zal ik evenmin vergeten als het verhaal zelf - ,,dat nu is cultuur.''

Ieder jaar om deze tijd komt het verhaal weer bij mij boven. En ook wanneer mensen mij vragen of het nu werkelijk zo'n verlies is, dat de bijbel bezig is te verdwijnen. Wij moeten vrezen dat daarmee een cultuur ten onder gaat.

Het andere verhaal is van Arie Bestebreurtje. Hij was presbyteriaans predikant in Charlottesville in Virginia, maar één keer per jaar had hij een reünie van oud-strijders en dan kwam hij ook altijd even in de Wester. Mr ds dr Arie Bestebreurtje. Na de oorlog was hij nog een korte tijd advocaat in Rotterdam geweest, daarna ging hij naar Amerika, studeerde er theologie, werd predikant en kreeg er twee eredoctoraten.

Maar de hoogste onderscheiding van zijn leven was ongetwijfeld de Militaire Willemsorde. Hij was in 1941 via Spanje uit Europa gevlucht, tekende in New York voor de militaire dienst, werd in Canada bij de net opgerichte Prinses Irene Brigade ingedeeld en stak over naar Engeland. Vandaaruit werd hij een aantal malen met levensgevaarlijke opdrachten aan een parachute boven het bezette Nederland neergelaten. Cornelius Ryan heeft erover bericht in zijn boek The Last Battle.

Zijn laatste sprong maakte Arie Bestebreurtje begin april 1945 boven Drenthe, als ik het wel heb om samen met de zijnen een poging te doen het kamp Westerbork te bevrijden. Maar bij de landing brak hij zijn enkel en beschadigde hij zijn rug. Het duurde een paar dagen voor een boer hem vond. De boer kwam met zijn zoon terug, samen hebben zij hem op een wagen gelegd, met groen gecamoufleerd, en naar hun schuur gereden. Tot de bevrijding hebben zij hem daar verpleegd.

Als Bestebreurtje in Nederland was, ging hij ook altijd even naar die boerderij. De boer heb ik een keer in een televisieprogramma van Jan van Hillo gezien.

,,Wat dacht u, toen u daar opeens die gewonde man op uw land zag liggen?''

De boer dacht even na. Toen zei hij: ,,Ik wou dat ie er niet geleg'n had, maar toen ie er lag, lag ie er voor mij.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden