Troost in het stadion

Columnist Mart Smeets was de afgelopen weken in de Verenigde Staten, voor de World Series in het honkbal, voor de rentree van Michael Jordan in de basketbalcompetitie, en om te horen hoe de aanslagen van 11 september doorklonken in de stadions. Impressies uit een sportgekke natie, waar de angst toesloeg.

De vermaarde Amerikaanse sportjournalist Frank Deford was een van de weinigen die in de eerste dagen na de aanslagen zijn landgenoten voorhielden dat het bezoeken van sportwedstrijden juist louterend kan werken in moeilijke tijden. Waar deskundigen, huiskamerpsychologen en columnisten in koor riepen dat sport er niet toe doet als de wereld op springen staat, schreef Deford in een prachtig artikel: ,,Sport doet er wel toe. Sport is wel belangrijk. Niet de sporters zelf, niet de uitslagen, maar het begrip samenzijn. Een sportstadion is cruciaal voor een democratische manier van leven; mensen van alle soorten en rassen komen samen, staan niet alleen en delen smart en vreugde.''

In het eerste weekeinde na de aanslagen in New York en Washington werd er in de VS niet gesport. Tenminste, dat dachten wij. De publiekstrekkers van dat moment, honkbal en American football bevroren inderdaad voor heel even hun competities, maar college en high-school football gingen door. Nu, zeven weken later, draaien de Amerikaanse sporten weer op volle toeren, maar de stadions bieden een andere aanblik dan voor die elfde september.

Het is zaterdagmiddag en op de grote parkeerplaats van Middle Tennessee State University is de tailgate party volop aan de gang. Een band speelt country muziek, mensen drinken, staan bij auto's vlees te roosteren en praten over de tegenstander van vanmiddag: New Mexico State. Het is koud, de mensen zijn dik gekleed. Niet dat aspect is opvallend, wel de aanwezigheid van de Amerikaanse vlag: tientallen, honderden, duizenden. Op de auto, als trui of T-shirt, als deken, op hoed of pet.

Het stadion biedt plaats aan ruim 30 000 toeschouwers, maar er zijn er nog geen 20 000. Door het koude weer, zeggen sommigen. Maar anderen schrijven het toe aan de onzekerheid en de groeiende angst. Sportstadions zouden een doelwit van nieuwe terroristische acties kunnen zijn.

Om binnen te komen hoef ik slechts mijn kaartje te laten zien; ik word niet gefouilleerd, ik loop niet door een detector, niets. Een student aan de poort wenst me een prettige middag, meer niet. In het stadion kan ik gaan waar ik wil, bezoek persbox en de loge van de schoolleiding, loop rond om foto's te maken en niemand vraagt me iets. De aanwezige politiemensen knikken slechts: ,,Have a nice day, Sir''.

Wel hoor ik dat vliegen boven de stad Murfreesboro die middag verboden is; geen zeppelins met reclameopschrift; de blauwe lucht moet geheel vrij zijn.

Ik kijk, heb een prettige middag en merk helemaal niets van verhoogde paraatheid bij welke organisatie ook.

In Murfreesboro zie ik honderden malen het opschrift God bless America, wapperen overal grote Amerikaanse dundoeken en dragen stoere studenten inderhaast gemaakte T-shirts waarop de afbeelding van Bin Laden en de toevoeging: 'When you fuck with us, we fuck back'. Maar de oorlog is hier ver weg, de plaatselijke krant heeft er een pagina voor over. Wat hier vanmiddag telt is de mi raculeuze overwinning van de thuisploeg.

Madison Square Garden, New York op dinsdag. De terugkomst van de grootste sportman van Amerika, Michael Jordan, wordt een ongekend festijn. De overkoepelende sportbond NBA (National Basketball Association) trekt alle registers open om Defords woorden te onderstrepen. Het stadion puilt uit. Op de zwarte markt wordt 2500 dollar betaald voor een kaartje dat normaal 40 dollar kost. In een ellendig lange ceremonie wordt niet alleen Jordans terugkeer op de velden gevierd, neen, hier wentelt de basketbalwereld zich in een keurig geregisseerde vertoning van patriottisme die geen grenzen lijkt te kennen. Vertegenwoordigers van brandweer, politie, EHBO-organisaties alsmede leden van de diverse legeronderdelen staan schouder aan schouder met de 24 spelers en worden met naam genoemd en even hard bejubeld als de sportsterren. President Bush spreekt via een groot videoscherm het publiek toe, zoals bij alle wedstrijden in de basketbalcompetitie die avond, en in een tranentrekkende, vlaggenzwaaiende parade van vaderlandsliefde worden 'America the beautiful' en daarna het volkslied ten gehore gebracht door beroemde artiesten als Harry Connick jr. en Branford Marsalis en twee vertegenwoordigers van het politiekorps van New York.

Meer dan 550 journalisten hebben zich aangemeld om dit evenement te aanschouwen; ze komen voor Jordan, maar krijgen een show van vaderlandsliefde voorgezet waarin basketbal en zelfs Jordan slechts bijrollen spelen.

Jessica DeRubbio krijgt meer aandacht dan de reserves van de Knicks, want zij mag naast de altijd uitbundige mediaman Spike Lee zitten. Die zitplaats is een week eerder bij opbod verkocht en heeft 101 300 dollar opgebracht. De koper, die onbekend wilde blijven, heeft de plaats aan dit meisje geschonken; haar vader, een New Yorkse brandweerman, kwam op 11 september om het leven. Zelfs Spike Lee blijkt zich deze avond in te kunnen houden.

In Memphis probeer ik The Pyramid te bezoeken, een revolutionair gebouwde sporthal waarin de Memphis Grizzlies een dag later hun openingswedstrijd van het seizoen zullen spelen. Het is een dag na de hard aangekomen persconferentie waarop minister van justitie John Ashcroft zijn landgenoten de schrik op het lijf joeg door melding te maken van aanwijzingen voor nieuwe aanslagen. Amerika is 'on alert' en dat is te merken. De dienstdoende veiligheidsman behandelt me netjes. Het spijt hem, maar ik mag er niet in. Waar je gisteren nog binnen kon komen om in vrijheid iets te doen of te bekijken, kan dit vandaag niet meer. Hij blijft correct, vraagt om begrip en wijst me de deur.

Yankees Stadium, The Bronx, New York. De stem van spreekstalmeester van de Yankees, Bob Sheppard: ,,Please welcome the president of the United States''. Met een uitdrukkingsloos gezicht stapt George W. Bush naar de heuvel en gooit een verrassend strakke bal voor slag naar de tweede catcher van de Yankees, Todd Greene. Nooit heeft een Amerikaanse president dit tijdens de World Series in New York gedaan. Dit is Bush's finest hour. Hij zegt niets, steekt zijn duim op en zet een ceremonie in gang die strak verloopt. In het stadion zijn hele delen van tribunes onbezet, naar men zegt vanwege de enorm strenge bewaking rond het stadion waardoor het meer dan een uur kost om je plaats te bereiken. Maar later die avond wordt duidelijk dat de lust om in het Yankee Stadium aanwezig te zijn, na Ashcrofts woorden van een dag eerder, sterk is afgenomen. Kaartjes blijken nog ruim voorhanden.

Ook hier wordt met vlaggen gezwaaid. FOX-televisie toont tot vervelens toe de vlag die in het verre veld wappert. Het is de vlag die twee dagen na de ramp gevonden is en die afkomstig bleek van de top van de eerste WTC-toren. Gescheurd en gerafeld, waardoor twaalf sterren ontbreken, is dit dundoek de laatste weken van begrafenis naar begrafenis gegaan. En nu wappert hij in het Yankees Stadium. Max von Essen, zoon van de omgekomen brandweercommandant, mag het volkslied zingen, na zeven innings volgt er een plechtig 'America the beautiful' en de Yankees winnen.

Een Yankee-fan houdt een bord omhoog: USA fears nobody. Politiek Amerika zit hier in de best beveiligde vip-box aller tijden: de president, zijn vrouw, gouverneur George Pataki, Bush' veiligheidsadviseur Condoleezza Rice en de honkbalbazen Bud Selig en George Steinbrenner.

Op de Michael Jordan Garden party, twaalf kilometer zuidelijk van de Bronx schitteren beroemdheden als Joe Frazier, Bill Murray, Richard Dreyfuss, Bill Bradley en Woody Allen. Al deze beroemdheden komen, uiteraard, in beeld. Het land mag dan in oorlog zijn en in uiterste waakzaamheid leven, de gebruikelijke parade van beroemdheden gaat door. TBS (basketbal) en FOX (honkbal) gooien er extra mankracht tegenaan in deze race om de televisiekijker.

Hetzelfde patroon in Los Angeles, waar in The Forum de basketbalwedstrijd tussen de Lakers en de Portland Trailblazers wordt gespeeld. Volgens berichten is de sfeer aan de westkust niet zo grimmig als in New York en in het oosten van de VS. Maar ook hier wordt een show weggegeven waarin de vlag centraal staat, waar beroemdheden (Vanessa Williams en Jeffrey Osborne) zingen, waar Bush, via een video, spreekt en waar duidelijk wordt dat dit Amerikaanse volk nauwelijks raad weet met zijn emoties.

De televisieregisseur laat voortdurend vlagdragende mensen zien (pet, T-shirt, trui, jack, op wangen geverfd) en ook hier is de sport gedurende een belangrijk deel van de wedstrijd achtergrond. De NBA vertoont in aangekochte reclametijd filmpjes van haar sterspelers, die duidelijk maken dat we beter niet meer over helden in de sport kunnen praten. De echte helden stonden op 11 september in New York en Washington, luidt de boodschap.

In Los Angeles, waar te veel supersterren aanwezig zijn om op deze krantenpagina te noemen, opent men de show wel op een verrassende manier. Zanger Seal, eenvoudig begeleid, zingt een door hart en ziel gaand 'Imagine' van John Lennon. Mensen huilen (in beeld) bij de woorden And the world can be a better place.

Dan volgt reclame. Keiharde reclame. Over auto's, verzekeringen, bier en computers. De meeste filmpjes zijn aangepast. De Amerikaanse vlag komt overal terug. 'God bless America' is niet meer weg te denken. Het overspoelt je, in ieder stadion.

In Nashville zag ik T-shirts te koop met de tekst: 'USA, you love it, and if not, get the hell out of here'. Een politieman met wie ik een praatje maakte vroeg waar ik vandaan kwam. ,,The Netherlands'', antwoordde ik. Hij keek me peinzend aan: ,,Is dat niet vlak in de buurt waar we die bommen gooien?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden