Troost en vrijheid in dansen

Ria Simone Kleinlooh 1941-2016

In het toegankelijk maken van theater en dans voor iedereen groeide ze uit tot een autoriteit. De liefde werd voor haar een altijd terugkerend verdriet.

Op haar 25ste gehoorzaamde ze voor het laatst een bevel van haar ouders. Ze liet zich naar haar broer in Abidjan sturen om een uitzichtloze liefde te vergeten. De maatregel werkte averechts, opnieuw ging ze een onmogelijke relatie aan met een getrouwde man, met wie ze Ivoorkust kriskras doorkruiste.

Waar Simone Kleinlooh, de naam Ria wierp ze vroeg verre van zich, in haar werk alles perfect op de rails kreeg, werden mislukte liefdes de rode draad in haar privéleven. Slechts met een enkele vertrouweling pelde ze de schillen van haar verdriet af, zonder echt de kern ervan te tonen. Liever trok ze een façade op van de vrouw die sterk wil zijn. Een vrouw ook die haar hart volgde, en daarbij zowel speels als wijs was.

Die eerste liefdes waren onbezonnen, zeker in de jaren zestig. Mogelijk dacht ze daar zelf anders over vanwege een referentiepunt bij haar voorouders van moeders kant. Haar overgrootvader was de architect C.F. Bögeholtz - onder meer ontwerper van het Lutherse Diakonessen Ziekenhuis in Amsterdam - die voor opschudding zorgde door te trouwen met de jongste dochter van de inwonende dienstbode.

Vanuit het gezichtspunt van de vrouw uit de arme Jordaan was het een sprookjeshuwelijk. Hoe tragisch het einde ook was toen Bögeholtz moest worden opgenomen in het krankzinnigengesticht in Wolfheze. Simone erfde van beiden dezelfde karaktertrek, namelijk opkomen voor de zwakken. Zoals Bögeholtz en zijn vrouw zich binnen de Amsterdamse lutherse gemeenschap met bazaars en bouwprojecten hadden ingezet voor Amsterdamse werklozen, zo bood Simone kansen aan minder bedeelde kunstliefhebbers toen kunst nog exclusief voor de bovenlaag was.

Simone kwam uit een 'gegoed nest', zoals ze dat noemde. Ze groeide op in Nijmegen in en rond het statige huis Groesbeekseweg 1. Haar vader Simon was naast belastingambtenaar dirigent en organist. In die laatste hoedanigheid leerde hij zijn vrouw Johanna als zangeres in de lutherse kerk kennen. Samen met broers Paul en Hans reisde Simone met haar ouders door het halve land naar uitvoeringen. Thuis gaf Simon Kleinlooh pianolessen aan zijn kinderen en hun vriendjes en vriendinnen.

Simone bezocht met haar vriendin Riet - ze hielden tot het einde contact - de Montessori kleuterschool, de protestantse basisschool Klokkenberg en de hbs.

Simone had het artistieke van haar vader, zong in het jeugdorkest van de hbs en was verknocht aan de balletstudio van Jenny Veldhuis. Ze was gelukkig, en ballet zou haar toekomst worden. Haar ouders spraken daarover hun veto uit en stuurden haar naar de kweekschool, die ook haar oma en moeder hadden doorlopen. Later zei ze geen spijt te hebben gehad van die gemiste kans. Als ballerina had ze minder kunnen genieten van het goede leven.

Jongens versieren zat er al vroeg in, ze probeerde het zelfs met vriendjes van haar vriendinnen. De eerste grote liefde werd tot haar eeuwige verdriet niet beantwoord. Half jaren zestig kwam ze thuis na een periode als au pair in Genève, waar ze op een mongoloïde meisje paste, en als lerares in Den Haag. In Nijmegen begon ze een geheime relatie met een tijdelijk bij haar ouders inwonende musicus. Hij was getrouwd en twee keer zo oud als zij.

Met hem reisde ze naar Zürich, waar ze een feest bijwoonde van de Duitse componist Carl Orff, bekend door zijn compositie Carmina Burana. Toen haar ouders er achter kwamen, was het huis te klein. Bij haar oudere broer Hans in Abidjan kwam een raadselachtig telegram binnen: 'Kan Simone zsm naar Abidjan afreizen om enige maanden bij jullie te verblijven? Uitleg volgt per brief. Gaarne per omgaande telegrafisch antwoord. Pa'.

Aantrekkelijk

Simone, weggestuurd om een uitzichtloze liefde te vergeten, legde in Abidjan niet alleen de basis voor een innige vriendschap met haar schoonzus Thea. Als aantrekkelijke blondine werd ze snel opgenomen in de internationale gemeenschap. En opnieuw werd ze verliefd op een veel oudere getrouwde man. Hem vergezelde ze op zijn dienstreizen door Ivoorkust voor de Wereldbank. Hij speelde open kaart: hij was verliefd, maar zou nooit zijn vrouw en kinderen voor haar verlaten.

Na een half jaar keerde Simone mokkend terug naar Nederland. Ze wilde niet meer in het onderwijs werken en vond emplooi bij de schouwburg in Eindhoven. Daar deed ze wat haar handelsmerk zou worden: niet te veel praten, gewoon laten zien wat je kunt. En voor jezelf opkomen.

Toen ze eind jaren zestig terugkeerde van een vakantie uit Tunesië, meldde ze dat ze haar aanstaande had ontmoet: Peter Janssen. Met deze katholieke Duitser waren haar ouders weer niet blij. De wonden van de oorlog waren amper geheeld. Zelfs op de ochtend van haar huwelijk zei haar moeder dat ze nog terug kon.

Simone ging even als lerares aan het werk in Waldshut, een afgelegen gehucht nabij de Zwitserse grens. Haar man was fabrieksarbeider in een kerncentrale. Simone's ouders haalden hun dochter over weer bij hun in Nijmegen in te trekken, zodat Peter kon studeren. Hij kwam om de veertien dagen over. Een jaar nadat hun enige zoon Peter Paul was geboren (1972) liep het weekendhuwelijk stuk.

De opening naar vrijheid en ontwikkeling kwam bij Spelcentrum De Lindenberg (nu Huis voor de Kunsten) in Nijmegen. Daar kreeg Simone de leiding over het instituut Theater en Dans. Ze ging wonen in Berg en Dal, waar ze als alleenstaande moeder met een managementbaan en eigen huis aanvankelijk met de nek werd aangekeken.

Op de katholieke school was Peter Paul het enige kind dat tussen de middag overbleef. Zelfs met het vriendje dat zijn vader door een auto-ongeluk had verloren, voelde hij verschil. Een gescheiden ouder was een zeldzaamheid. Moeder en zoon waren op elkaar aangewezen, dat smeedde een onverbrekelijke band.

Simone stimuleerde Peter Paul om zich cultureel en sportief te ontwikkelen. Ze nam hem mee naar ballet en klassieke concerten. De Lindenberg werd voor beiden een tweede huis. Daar ontwikkelde Peter Paul zich tussen al die creatieve mensen als muzikant.

Het huis in Berg en Dal werd een ontmoetingsplaats voor docenten, kunstenaars en liberale vrouwen uit de buurt. Altijd stond er een borrel klaar voor onverwacht bezoek. Pas nadat Peter Paul op zijn achttiende het huis verliet, ging Simone met organisatieadviseur Clemens Olthoff weer een vaste relatie aan. Ook dat aanvankelijk stabiele huwelijk strandde, na vijftien jaar.

De liefde voor verkeerde mannen was een terugkerend verdriet. Dat compenseerde ze in moeilijke periodes met haar vrienden, roken en alcohol, en werk. In dat laatste kreeg ze met haar volle overgave wel alles onder controle zoals ze wilde. Theater, destijds dramatische vorming, werd binnen de cultuurcentra amper serieus genomen. Door het amateurtoneel in Nijmegen te professionaliseren bracht ze daar verandering in. Nijmegen kreeg een voorbeeldfunctie, onder meer door kinderen van basisscholen bij toneel te betrekken. Dat was nieuw.

Ze werd een hervormer die collega's en leerlingen graag vrijliet in hun ontwikkeling. Ze kon goed luisteren naar mensen waarvoor ze respect had, ook al was ze het met hun mening oneens. Maar ze ging als het moest door roeien en ruiten. Bij landelijke vergaderingen klonk regelmatig de verzuchting: o jee, daar heb je Kleinlooh weer.

Wars van autoriteit

Toen de vijf verschillende kunst- en cultuurinstellingen van De Lindenberg in de jaren '90 fuseerden werd ze het kleine, rebelse zusje tussen de vier grote broers. Directeur van dat grote instituut wilde ze niet worden. Ze was wars van autoriteit en regels. Als het nodig was pakte ze als directeur Theater en Dans emmer en zeem om haar eigen kantoor schoon te maken.

Na de fusie werd het moeilijker om dingen op haar improviserende wijze op te lossen. Ze was soepel geweest voor mensen met een smalle beurs. Kunst was destijds voor snobs, zij wilde haar openstellen voor iedereen. Ze dacht daarbij in mogelijkheden, in het bieden van kansen aan mensen.

Toen er vanwege bezuinigingen moest worden gereorganiseerd, vond Simone het welletjes. Vervroegd pensioen gaf haar de kans zich op vrijwilligerswerk te storten. Ze was via haar ex-man al actief betrokken bij het Oegandese ontwikkelingsproject Hope North van ex-kindsoldaat Sam Okello, die vorig jaar nog bij haar thuis at. Ze verzorgde rondleidingen voor museum Oriëntalis, zette zich in voor de lutherse kerk en bekleedde bestuursfuncties.

Zolang Simone kon, danste ze. 's Nachts klonk in Berg en Dal soms muziek door het huis. Als haar zoon beneden ging kijken, zag hij zijn moeder als eenzame ballerina door de woonkamer glijden. Alsof ze in periodes van verdriet uiteindelijk toch in dansen haar troost en vrijheid vond.

Ria Simone Kleinlooh werd geboren op 27 oktober 1941 in Nijmegen. Ze stierf op 9 april 2016 in Nijmegen.

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

Simone Kleinlooh in 2011. Ze was wars van autoriteit en regels.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden