Triomf van wijsheid, liefde en kracht

Van de zeven gaven die de Heilige Geest sinds Pinksteren jaar 1 uitstort, had Riccardo Chailly er zeker drie tijdens de voorbereidingen aan Mahlers achtste symfonie ('Veni, creator spiritus') in zijn dirigeerstokje gestopt: de gaven van wijsheid, liefde en kracht. Zij droegen de uitvoering dinsdagavond naar een climax in de laatste maat waar de componist fff schrijft: ze klonken alsof ze er KAPITAAL VET gedrukt waren. Het applaus duurde niet voor niets een kwartier.

Chailly draaide zijn hele lichaam in een schroefbeweging alsof hij zichzelf uitwrong teneinde die laatste achtste noot met tutta la forza - zoals Verdi dat aangeeft - te laten realiseren door het schitterend spelend Koninklijk Concertgebouworkest, het stralend daarachter en eroverheen komend Maarschalkerweerd-Flentrop-orgel en de extra rij trompetters en trombonisten.

De wijsheid school in het feit dat Chailly zijn ensemble beperkt had tot 'slechts' 366 medewerkenden. Ze stonden en zaten in perfecte halve cirkels naast (de zeven solisten) en òm hem heen, in de binnenste baan het orkest, in de buitenste het dubbelkoor gevormd uit het Praags Philharmonisch en het Kühns Gemengd Koor Praag, met er tussen de jongenskoren uit Breda en Haarlem (83 van piepkleine tot knoestige knapen). De wijsheid school ook in de keuze voor kwaliteit; de Praagse formatie zong met precisie in de zanglijnen en met een warmte in kleuring van klanken en tekstuitspraak van het Duits. Hoe fortissimo de strotten zich ook spanden, er bleef diepte in de klank, ook bij het orkest.

De solisten waren op één na goed op hun zware taak berekend; alhoewel nogal verschillend van vocaal karakter en tekstplaatsing (van bijna vocaliserend zangerig door sopraan Alessandra Marc tot zeer articulerend door alt Jard van Nes), mengden zij toch met elkaar in de overweldigende ensembles van deel I ('Veni, creator spiritus') en het slot van deel II ('Faust'); er werd geen moment geschreeuwd, wel intens en met gloed gezongen.

Fantastisch zoals midden in het gedruis van stemmen in een zeldzaam luchtplekje Alessandra Marc met hemels-heldere stem een 'lumen' (licht) prikte. Chailly was dan ook zo wijs geweest de solisten vlak bij zich te plaatsen zodat hij voortdurend alert kon zijn op wat zij deden.

De liefde school in de omgang met de verbeelding die Mahler in deze merkwaardige 'symfonie' stopte. Impetuso, toegevoegd aan het allegro, betekent wel stormachtig, maar Chailly hield het tempo en de volumes zodanig in toom, dat iedere noot, iedere lijn zijn waarde kreeg. De ritmische precisie die Chailly met zijn energieke slagstijl voortdurend scherp hield, vormde de solide ondergrond voor het alsmaar opzwellende klankbouwsel, via een helder klinkend arpeggio door heel het musicerend apparaat heen op spectaculaire wijze eindigend in het matenlang durend slotakkoord. Dat was zo overweldigend briljant, zeer luid maar absoluut niet oorpijnigend, dat er een rondzingeffect in de zaal ontstond.

Weliswaar ontwaart Chailly in de Achtste de aanzetten tot een opera, maar 'Veni, creator spiritus' is vooral een deel uit een nooit voltooid oratorium dat een merkwaardig tweeluik vormt met een scène uit een nooit geschreven opera 'Faust' (stel je voor dat Mahler een hele 'Faust' had nagelaten!). Ook na deze, in alles overtuigende uitvoering, snap ik absoluut niets van de combinatie; wat moet de roep om en bejubeling van de scheppende geest met de opera-achtig in muziek geënsceneerde apocalyptische beelden die uitlopen in een lofzang op het Ewig Weibliche?

Mahler associeert hier zijn relatie met zijn Almschli (für dich leben, für dich sterben noteerde hij vier jaar later in de tiende symfonie) op onnavolgbare wijze met het verhaal over Faust en Gretchen; er zit ook een mooi spinnewiel-motief in. In ieder geval werd dit deel met passie (ongelooflijke heftigheid in de celli), met machtige verbeelding (Robert Holl in 'Wie Felsenabgrund'), met tederheid (het vrouwenkoor in 'Jene Rosen'), met fijnzinnigheid (in de harpen) en raffinement (sopraan Cynthia Siedel als Mater gloriosa met de zilveren klank uit de fluit van Paul Verhey) tot klanktheater uitgewerkt.

De kracht van de uitvoering school in de overtuiging die Chailly in zijn beheerste, niets aan het toeval overlatende dirigeren uitstraalde. Eén beeld vergeet ik nooit: zoals hij als een kolom van spanning stond bij de aanzet tot het fluisterend gezongen 'Alles Vergüngliche'. Recht voor zich uitkijkend hield hij beide koorhelften met minieme gebaren volledig in mystieke expressie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden